Veel beter in oorlog dan in vrede

De machtigste man ter wereld in de eerst helft van de zestiende eeuw was Karel V, koning van Spanje en van grote delen van Italië, keizer van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, heer der Nederlanden en ook nog eens heerser over Zuid- en Midden Amerikaanse gebieden, en over territoria in Azië. In zijn rijk, zo luidt het gezegde, ging de zon nooit onder. De man die dacht dat hij de op één na machtigste man ter wereld was heette Ferdinand Alvarez de Toledo, de derde hertog van Alva. Voor hem was het zonneklaar dat hij de rechterhand van de keizer was, als generaal, manager van de hofhouding (1500 personen) en met machtige familierelaties in Spanje en Italië. Maar dit was zelfoverschatting en Karel had dat goed in de gaten. In een brief aan zijn zoon Filips II schreef hij: `Mijn zoon, pas goed op dat hij je niet gaat domineren, want jij bent veel jonger. Geef hem geen plaats in de regering. Gebruik hem, eer hem en verleen hem gunsten, want hij is de beste generaal die we hebben'.

En zo is het gegaan; toen Karel in 1556 afstand deed van de Spaanse troon en Filips de helft van zijn rijk kreeg, moest Alva ervaren dat er ondanks zijn aanzien, zijn militaire reputatie en zijn zelfverzekerde visie, grenzen aan zijn macht waren.

Alva, de ijzeren hertog, is na ruim vier eeuwen in Nederland nog altijd de incarnatie van compromisloze Spaanse repressie. Hij is de meedogenloze militair die in de Lage Landen dood en verderf zaaide bij allen die het hadden gewaagd in gedachten, in geschifte of in daden zich te verzetten tegen hun wettige heer in het verre Madrid, of die actief waren geweest in het verspreiden van Lutherse of Calvinistische ideeën. In 1566 had Filips ingezien dat een expeditie naar die noordelijke gewesten noodzakelijk was. Het was de bedoeling dat met militaire middelen de rust en de orde zouden worden hersteld en dat, wanneer de schrik er goed inzat, de koning zijn barmhartigheid zou tonen.

Het liep anders. De ervaren generaal Alva trok met een groot leger naar het noorden en zorgde voor zes jaar terreur. En van de koninklijke clementie is het nooit gekomen. Alva was geen man die dacht in termen van diplomatie en compromissen. De hoge edelen, de als dissidenten aangewezen graven Egmond en Hoorne, werden op de Grote Markt te Brussel onthoofd, er werd een Raad van Beroerten ingesteld die jacht maakte op alles wat zich in welke vorm dan ook verzet had tegen de koning, Er werden 12.000 processen gevoerd en ruim duizend mensen geëxecuteerd. Zestigduizend Nederlanders ontvluchtten het land.

Alva behaalde enkele militaire successen, maar toen de watergeuzen op 1 april 1572 Den Briel hadden ingenomen en Alva `zijn bril' verloren had, keerden de kansen. Stad na stad verklaarde zich voor Willem van Oranje, en voor Alva bleef er maar één strategie over: afschrikwekkende voorbeelden stellen, dat wilde zeggen enkele opstandige steden innemen en die genadeloos afstraffen. Mechelen werd veroverd, uitgemoord en geplunderd. Andere steden deelden dit lot: Naarden, Zutphen, Haarlem. Maar het verzet nam alleen maar in kracht toe, mede door de hoge door Alva opgelegde belastingen. Toen in 1573 van Alkmaar de victorie begon werd duidelijk dat dat Alva's politiek was mislukt. De generaal was uitgeput, leed aan jicht en kampte door betalingsachterstanden met problemen in de discipline van zijn soldaten. Toen hij werd ontheven van zijn taak liet hij niets anders achter dan zijn slechte naam en een land in opstand.

Henry Kamen, die eerder boeken schreef over de Spaanse koningen Filips II en Filips V en van wie vorig jaar het volumineuze Empire. How Spain became a world power 1492-1763 verscheen (besproken in Boeken, 30.07.04) heeft nu een biografie geschreven over Alva. Zijn boek is gedegen, compact, maar vlak. Heel feitelijk vertelt hij het leven van deze beroepsmilitair. Alva stamde uit een oud en rijk adellijk Castiliaans geslacht. Zodra hij als jonge man in actieve dienst komt en carrière begint te maken zien we hem opereren op diplomatieke missies en bij bij militaire acties, op alle plekken in Europa waar keizer Karels belangen behartigd moesten worden. Altijd ging het zwaard voor het woord, diplomatie betekende tijdverlies. Hij was, zo schreef de Oostenrijkse ambassadeur, veel beter in oorlog dan in vrede. Volgens Alva lag het gevaar voor het Spaanse Rijk niet zozeer bij de andere grote Europese monarchieën Engeland en Frankrijk en zelfs niet bij de Turken die vanuit de Middellandse Zee en vanuit de Balkan Europa bedreigden, maar bij de ketters in zijn rijk, die ook nog eens oppositie voerden tegen het koninklijk gezag. Vandaar dat hij zichzelf de juiste man vond om daar in het noorden orde op zaken te stellen. Velen aan het hof dachten daar anders over.

De laatste jaren van zijn leven waren niet gelukkig. De jicht was een dagelijkse plaag, hij had bij het werven van troepen grote schulden gemaakt die de kroon maar deels terugbetaalde, zijn invloed aan het hof nam af, vrienden stierven en daar kwam bij dat zijn zoon een kwalijke affaire met een vrouw had gehad en zonder toestemming van de koning was getrouwd. Filips beschouwde dit als ongehoorzaamheid, zette de zoon gevangen en verbande de vader. Ook daaraan kwam een eind, toen Filips zijn kans schoon zag om koning van Portugal te worden. Om zijn dynastieke rechten kracht bij te zetten stuurde hij een leger naar het buurland en er was geen andere veldheer te vinden dan de 73-jarige Alva, die zijn taak trouw volbracht.

Kamen beschrijft Alva goed in zijn politieke context en nuanceert het inktzwarte beeld van de man enigzins. Vooral de door Kamen beschreven tegenslagen van Alva maken dit boek interessant. Te vaak is Alva opgevoerd als symbool van een monolitisch Spaans kwaad, terwijl er in de bestuurscentra Madrid en Brussel natuurlijk ook genuanceerd werd gedacht en er allerlei facties en belangen bestonden en menig invloedrijk Spanjaard niets zag in Alva's afschrikkingsfilosofie.

Kamen slaagt er echter niet in van Alva een levend mens te maken. Het blijft de tweedimensionale koningsgetrouwe ijzervreter die we al zo lang uit de schoolboeken kennen. Door Kamens preoccupatie met het politieke en militaire handelen komt het persoonlijke leven nauwelijks aan bod. Over zijn opvoeding, over de ridderlijke idealen, over zijn gezinsleven (als hij eens thuis was), noch over zijn geloof komen we veel te weten. Kamen laat als karaktertrek wel de rechtlijnigheid en het onvoorwaardelijk geloof in zijn eigen gelijk uitkomen. Uit berichten van diplomaten die hem hebben meegemaakt valt af te leiden, hoe verontwaardigd de hertog was als men zijn raad niet opvolgde. Toen hij te horen kreeg dat zijn zoon verbannen werd naar een nare post in Noord-Afrika antwoordde hij: natuurlijk, ik ben loyaal aan de koning, ik zal gehoorzamen, maar ik ga mee in ballingschap. Kamen noemt hem op grond van dat gedrag `insecure' en tot tweemaal toe `profoundly introspective', maar dat is een wel erg mager psychologisch rapport.

Nog op een ander vlak laat Kamen een aspect van Alva liggen: de hertog had een grote belangstelling voor kunst. Hij kocht tapijten, schilderijen en andere kunstvoorwerpen. Hij ontmoette Titiaan, verzamelde diens werk en correspondeerde met hem. Kamen wijdt hier maar een halve bladzijde aan. Een hoofdstuk over deze kant van de man had een belangrijke dimensie aan dit portret kunnen toevoegen. Nu blijft de hertog toch voornamelijk van ijzer.

Henry Kamen: The Duke of Alba. Yale University Press, 204 blz. €38,14