Strategische kortzichtigheid

President Bush heeft aangekondigd een deel van de Amerikaanse troepen uit Europa en Azië terug te trekken. Dit zal een negatief effect hebben op Amerika's strijd tegen het terrorisme, meent Ronald Asmus. Een prima plan, vindt Charles Krauthammer. Amerika moet ophouden met het verdedigen van een status quo, terwijl de reden hiervoor allang is vervlogen.

Harry Truman moet zich wel in zijn graf omdraaien. De geplande terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Europa en Azië die president Bush eerder deze week aankondigde, kan ertoe leiden dat de voornaamste Amerikaanse allianties in de wereld tenondergaan. Inclusief het bondgenootschap dat Truman beschouwde als zijn voornaamste verdienste op het gebied van zijn buitenlandse beleid: de NAVO.

Bush heeft iets voorgesteld wat generaties Amerikaanse diplomaten en soldaten geprobeerd hebben te voorkomen en onze vijanden steeds probeerden te bereiken, tot nu toe zonder succes: radicale afname van Amerikaanse politieke en militaire invloed op het Europese en Aziatische continent. De boodschap van Bush, in een rede op een campagnebijeenkomst, riekt naar politiek opportunisme. Nu hij onder druk staat maar niet in staat is om troepen uit Irak terug te trekken, doet de president wat zijn adviseurs hopen dat, politiek gezien, de op één na beste oplossing is: beloven om de jongens uit Azië en Europa naar huis te halen.

Of dit een goede of slechte politieke zet is, valt nog te bezien. Maar er bestaat nauwelijks twijfel dat dit een staaltje van slechte strategie en diplomatie is waar Amerika waarschijnlijk een flinke prijs voor gaat betalen. De redenen zijn nogal eenvoudig.

Na de Koude Oorlog besloten de Verenigde Staten om het troepenaantal in Europa omlaag te brengen. Zij wilden wel voldoende militaire mankracht achterlaten om drie doelen te kunnen verwerkelijken: waarborgen van vrede en veiligheid op het continent; ondersteuning voor uitbreiding van de NAVO en de EU; onze bondgenoten in tijd geven om zich in een stabiele omgeving op militair gebied te heroriënten en, samen met de VS, nieuwe conflicten over de grenzen van het continent te kunnen aanpakken.

Al deze doeleinden zijn belangrijk. En allemaal zijn ze, door de plannen van de president, ondermijnd. Washington zou – met het desintegreren van de transatlantische verhoudingen, een Rusland dat zich ondemocratisch opstelt en de VS die de stabiliteit moet bewaren in een regio strekkend van de Balkan tot aan de Zwarte Zee – juist een plan moeten opstellen om de transatlantische verhoudingen te repareren in plaats van te ruïneren.

In Azië zijn de belangen misschien nog wel groter. Daar wordt Amerika geconfronteerd met de groeiende macht van China. En het mogelijk uiteenvallen van Noord-Korea en de eenwording van Korea zal onzekerheid brengen over de toekomstige geopolitieke oriëntatie van dat land. Zulke ingrijpende gebeurtenissen zullen ongetwijfeld een flinke uitwerking hebben op de toekomstige rol van Japan in de regio.

Amerikaanse diplomaten zullen de komende twintig jaar hun handen vol hebben aan de oorlog tegen het terrorisme. En ze zullen hun best moeten doen om deze strategische verschuivingen in goede banen te leiden en alle politieke en militaire ondersteuning hiervoor moeten aanwenden. Juist nu de president gaat stunten door een soort diplomatieke harakiri te plegen met zijn voorstel om, op het moment dat Amerika het het meest nodig heeft, een van de voornaamste pijlers van Amerikaanse invloed te gronde te richten.

Het plan van de president is helaas het bewijs voor de vergaande strategische kortzichtigheid van zijn regering en ondermijnt Amerika's positie in de wereld.

Op het moment dat we onze troepen in Europa en Azië zouden moeten versterken, zijn we ze aan het ontmantelen. In plaats van dat we nu multilaterale verbanden creëren, zodat we de wereld kunnen verenigen in een gezamelijke strijd tegen het terrorisme en andere opkomende anti-Westerse ideologieën en bewegingen, kiezen we ervoor om een unilaterale koers te volgen waardoor we met minder vrienden achterblijven.

Senator John Kerry heeft zich gerealiseerd dat de lessen van 11 september eruit bestaan dat Amerika zijn bondgenoten alleen maar meer, in plaats van minder, nodig zal hebben. Hij pleit ervoor om in zijn buitenlands beleid prioriteit te geven aan het verstevigen van de Amerikaanse bondgenootschappen. Hij beweert dat zijn verkiezing een `frisse start' mogelijk zal maken en het einde zal inluiden van de moeizaame verhoudingen met onze medestanders.

Er heerst weinig twijfel dat in Azië en Europa de verkiezing van Kerry met open armen zal worden ontvangen. Maar het is ook tijd voor de senator om de volgende stap te zetten, met een concreet hoe hij de schade die door president Bush is veroorzaakt, wil opvangen en de bondgenoten kan stimuleren om de nieuwe dreigingen het hoofd te bieden. Een deel van dat plan zal eruit moeten bestaan om het slechte voorstel, dat Bush deze week in Ohio heeft gedaan, terug te draaien en te herzien.

Ronald D. Asmus is senior fellow bij het Amerikaanse German Marshall Fund (GMF) en was van 1997 tot 2000 vice-staatssecretaris voor Europese zaken. © LAT/WP Newsservice.