Sprinten en dansen op het strand

Uitgerekend in een olympisch jaar maakt een nieuw gezicht onder de sprinters de gevestigde orde onrustig. Asafa Powell (21) uit Jamaica liep in het voorjaar sneller dan zijn concurrenten lief is. Zondag is de finale van de 100 meter.

Het is een zwoele avond op het strand van de trendy Balux Beach Club in het mondaine Glyfada als Asafa Powell zijn lichaam soepel op de klanken van Jamaicaanse muziek laat golven. De atletiekploeg uit Jamaica is een dag eerder in Athene neergestreken en viert een feestje om alvast in de stemming te komen voor de Olympische Spelen. De lucht is gevuld met ritmiek en erotiek als Powell oplost in een heupwiegende menigte. En verdwenen is de man die Maurice Green recentelijk twee keer heeft verslagen en plotseling tot de favorieten op de 100 meter behoort.

Even daarvoor had hij in een georganiseerde chaos de internationale pers te woord gestaan. En die was massaal opgekomen om kennis te maken met een atleet over wie niet veel meer bekend is dan zijn afkomst uit een gezin van sprinters. Nadat eerst een Jamaicaanse muziekgroep was voorgesteld op het eiland wordt gehecht aan de volgorde van belangrijkheid werd Powell geïnterviewd door een vertegenwoordiger van zijn kledingsponsor. Vervolgens was hij beschikbaar voor interviews; maar pas nadat de maaltijd was genuttigd.

Een rappe prater is Powell evenwel niet; hij moet het onmiskenbaar van zijn loopvermogen hebben. De Jamaicaan is daarmee een uitzondering onder de sprinters, die een grote mond doorgaans aan een groot ego koppelen. Met zijn nonchalante houding en lijzige basstem maakt hij eerder een bescheiden indruk. Dat blijkt mee te vallen zodra hij antwoord op vragen geeft. Want gelijk zijn concurrenten blijkt Powell een zelfverzekerd baasje, dat er onmiskenbaar op uit is de wereld- en olympisch kampioen Greene zondag in Athene een loer te draaien.

Powell: ,,Dit zijn weliswaar mijn eerste Olympische Spelen, maar ik zou teleurgesteld zijn als ik geen medaille win. Nee, ik vind niet dat ik te vroeg heb gepiekt door Greene twee keer te verslaan. Ik heb meer te bieden dan mijn persoonlijk record van 9,91 seconden. Ik denk dat ik minstens 9,86 moet lopen om goud te winnen, maar ik streef naar verbetering van 9,78, het wereldrecord. Dat ik nooit sneller dan Greene ben geweest maakt geen verschil, omdat ik nog jong ben en alleen maar beter kan worden.''

Daarmee lijkt Powell niets te veel te hebben gezegd, want de manier waarop hij deze zomer uit het relatieve niets tevoorschijn kwam was sensationeel. Vorig jaar sloot hij af met een persoonlijk record van 10,02, nadat hij bij de wereldkampioenschappen in Parijs in de halve finale was werd gediskwalificeerd wegens een valse start. Onder de grote jongens kon hij zich toen niet mengen; die stap maakte hij deze zomer. Maar Powell heeft geen andere verklaring voor zijn progressie dan hard te trainen.

Zijn liefde voor de explosieve nummers Powell is eveneens een goede 200-meterloper is hem bijgebracht door zijn drie oudere broers, die allen gerespecteerde sprinters in hun land waren. De beste van dat drietal was Donovan, die vier jaar geleden deelnam aan de Olympische Spelen in Sydney; zonder succes overigens. Donovan treedt ook op als de mentor van zijn jongere broer, zonder concurrentie de talentvolste sprinter van de familie.

De Powells vormen een middenklassegezin in St. Catherine, een voorstad van hoofdstad Kingston. In die biotoop is Asafa stevig geworteld, want op de suggestie dat Amerikaanse universiteiten nu wel voor hem in de rij zullen staan, maakt hij een afwerend gebaar. Powell is te zeer gehecht aan het leven en de muziek op Jamaica om het Caraïbisch gebied te verlaten. Bovendien mist hij de economische noodzaak. ,,Omdat ik inmiddels van mijn sport kan leven'', vertelt hij.

Terwijl Powell de zoveelste buitenlandse journalist te woord staat, begint op het strand het concert van de Jamaicaanse band. De klanken zetten zijn lichaam in beweging en zijn het sein de persconferentie te beëindigen. Powell, die zelf gitaar speelt maar het instrument tot zijn spijt moest thuislaten, wil naar het strand. Want partytime is voor een Jamaicaan the best time. Zodra de sprinter zich onder zijn swingende landgenoten heeft begeven, lijkt hardlopen plotseling een kosmische bezigheid. Maar gelukkig voor Powell kruipt een nacht naar het ochtendgloren en duurt een sprint hooguit tien seconden.