Op zoek naar de erotische baby

NEW YORK/SILS-MARIA. Roken alle vrouwen maar als pasgeboren baby's. De geur is verslavend. Zoetig, een beetje weeïg, zweet en moedermelk. Erotisch ruikt de baby. Ik snuffel aan hem als aan een zeldzame roos.

Er wordt een draagzak aangeschaft waarin ik de baby moet ronddragen, want de moeder kan wegens de snee in haar buik zo zwaar niet tillen. Vermomd als vader bestel ik een milkshake. Het hoofd rust op mijn borst, lopen maakt hem rustig. Ik snuif de geur van het animale op. Bij de volwassen mens zoekt men tevergeefs naar die geur. Men ruikt parfummetjes, deodorant, benzine, walmen van frituurvet die in een kapsel zijn blijven hangen, maar de lucht van het animale vindt men zelden.

Mijn vriendin Elayne, 75 jaar en strijdend tegen de dood, is kennelijk ook door die lucht bevangen. Geheel tegen haar gewoonte in, zij had de neiging alle vrouwen in mijn leven te verachten, sluit zij vriendschap met de moeder van de erotische baby. Het meisje en de dood, in travestie.

De dag nadert waarop ik mij, tijdens momenten van vertwijfeling en grote drukte in mijn kleine appartement, zo heb verheugd. 7 augustus, mijn vertrek naar Zwitserland.

Ik pak mijn koffer in naast een stervende plant, de kleine Indiaan drinkt. Zijn melkbar is dag en nacht open.

,,We hebben veel meegemaakt'', zeg ik tegen de moeder. ,,Het was niet makkelijk, het was ingrijpend, ingrijpender dan ik had gedacht.''

Beneden wacht de auto. Als ik terugkom zullen de beesten, de ezel, het lammetje en het paard, uit mijn appartement zijn verdwenen, evenals de slabbetjes, de sokjes, de lakens op miniatuurformaat. Ik zal weer ongestoord kunnen werken. Niemand zal roepen ,,kun je even een nat doekje pakken?'' terwijl ik bezig ben een zin te corrigeren. En ik zal niet meer hoeven te roepen ,,waarom huur ik een verpleegster in als ik zelf natte doekjes moet pakken?''

Als ik terugkom zal ik vredig aan nieuwe projecten kunnen beginnen, ik zal weer in restaurants kunnen eten, in plaats van op de grond uit bakken omdat moeder en kind te beroerd zijn 's avonds de deur uit te gaan voor een bord pasta. Ik zal in alle rust zinnen kunnen corrigeren, zonder om de haverklap op te moeten staan voor een nat doekje. Oh, wat heb ik daar naar verlangd. Hoe vaak heb ik niet gedacht: losten ze maar op, moeder en baby, verdwenen ze maar, was ik maar even alleen.

Ik til de erotische baby op. ,,Ik ga weg'', zeg ik. ,,Je zult vannacht niet meer tussen mij en je moeder in liggen in dat grote bed, alleen nog naast je moeder. Maar dat zal wennen. En bovendien ontmoet je over niet al te lange tijd je vader, dus dan er is weer een man in je leven.'' Ik snuffel nog even aan het hoofd, op zoek naar het animale.

Ik breng hem naar het grote bed waar hij al die tijd heeft geslapen, zonder wieg. De wieg was hem te benauwd, te warm. Hij viel het liefst in slaap met de pink van zijn moeder in zijn hand. Daar begint de verlatingsangst, en die houdt nooit meer op.

Ik kijk naar de beesten, controleer de voorraden. ,,Volgens mij heb je genoeg luiers'', zeg ik, ,,en maandag komt de verpleegster weer, en zo niet dan moet je Elayne bellen. Wees niet te verlegen, bel haar gewoon.''

,,De taxi wacht'', zegt ze, ,,hij heeft al drie keer aangebeld.''

,,Ja'', zeg ik, ,,ik ga.''

God, wat scheen mij dat aanlokkelijk, een leven zonder natte doekjes, niet meer tot elf uur 's avonds te hoeven wachten tot ik in alle rust kan werken. Ik open de koelkast.

,,De meloen'', zeg ik, ,,vergeet die niet. Als je zelf geen kracht hebt, laat de verpleegster hem in stukken hakken.''

,,Je moet gaan, je mist je vliegtuig.''

Ik doe mijn colbertje aan. ,,Dit doe ik nooit meer'', zeg ik. ,,Als je weer een kind krijgt moet je ergens anders bevallen.'' Ik open de kast waar de slabbetjes en de vestjes liggen om te kijken of ik niets vergeten ben. Dan ga ik. Eindelijk zal ik kunnen slapen zonder wakker gekrijst te worden, hoewel ik al aardig had geleerd door het gekrijs heen te slapen. En plotseling zie ik op tegen de stilte, de afwezigheid van de zoetige lucht.

Ik reis naar Sils-Maria, op bijna tweeduizend meter hoogte, niet ver van St. Moritz, waar ik in Hotel Waldhaus voor zal dragen uit eigen werk. Thomas Mann heeft nog in het Waldhaus gelogeerd, net als Hermann Hesse. Nietzsche heeft in Sils-Maria gewoond en gewerkt, er is ook een klein Nietzsche-museum dat ik al twee keer heb bezocht.

De treinreis erheen vanaf Chur is prachtig. Ik lees de drukproeven van mijn boek. Daarna denk ik aan kamermeisjes. Zoals de erotische baby de geur van het animale verspreidt, zo symboliseert het kamermeisje das ewig Weibliche.

In het Waldhaus word ik ontvangen door meneer Dietrich, een vriendelijke hotelier, die dankzij zijn huwelijk in het Waldhaus terecht is gekomen. De lezing zal plaatsvinden in de Sunny Corner. Zo wordt een kleine zaal genoemd waarin de gasten beleefd naar voordrachten kunnen luisteren. De hotelgast wordt in het Waldhaus nog vermaakt. En in de lange gangen hangt de geur van tuberculose. Ook erotisch, eigenlijk. Het sanatorium is de ideale plek om niet te hoeven leven.

Hoewel in de foyer, en ook op het menu van die avond, aangekondigd is dat men in de Sunny Corner `food for thought' kan vinden, komen slechts een kleine dertig gasten op mijn voordracht af. De anderen geven de voorkeur aan het strijkje, of een avondwandeling.

Na afloop van de lezing druk ik een paar enthousiastelingen de hand. In de buurt van het strijkje wordt nog wat wijn gedronken.

Een dame toont zich geïnteresseerd. Maar na een uur ontaardt het gesprek in wederzijdse deceptie. ,,Doet u dat altijd?'' vraagt ze. ,,Mensen eerst uithoren en dan alles wat u hebt gehoord tegen ze gebruiken?''

,,Intelligente mensen begrijpen'', zeg ik, ,,dat ik ze probeer te helpen.''

,,Bedoelt u dat u me dom vindt?''

Na de baby heb ik minder geduld met volwassenen. ,,Over uw intelligentie maak ik me weinig illusies.''

,,Dus u vindt me dom.'' De vrouw kijkt kwaad. Maar het animale is ver te zoeken.

,,Ik zeg dat ik me over uw intelligentie weinig illusies maak. Nuances zijn kennelijk niet aan u besteed.''

Ik ben beleefd geweest tegen mensen, maar die beleefdheid berustte op een vergissing. Men moet ze vriendelijk en op fluistertoon de waarheid zeggen.

,,Uw minachting is zo doorzichtig'', zegt de vrouw.

,,Ik minacht u niet, ik walg van u.'' Na wat ik de afgelopen weken in New York heb meegemaakt, heb ik weinig geduld voor de narcist, ook niet voor de vrouwelijke variant. Als ik oorlog ruik, wil ik winnen. Dan zie ik niets anders meer, dan ga ik door tot de tegenstander is uitgeschakeld. Ook in het sanatorium.

,,U bent zielig'', zegt ze.

,,Walging kan ook liefde zijn'', verklaar ik. ,,Maakt u zich geen zorgen om uw intelligentie. U hebt andere dingen die voor u spreken.''

Daarna lees ik tot vier uur in de nacht in de foyer de drukproeven. Vervolgens dwaal ik door de gangen op zoek naar kamermeisjes die niet te vinden te zijn. Alleen een oudere heer die ik ervan verdenk aan slapeloosheid te lijden, komt mij op pantoffels tegemoet.

Robert Walser, de Zwitserse schrijver, werd verliefd op een winkelbediende, of een kamermeisje, vlak voor hij definitief zijn verstand verloor.

De volgende dag wandel ik naar St. Moritz. Het is bewolkt, maar mijn nek verbrandt.

De stoeltjesliften wachten op de winter.

Ik zoek een erotische baby, de geur van het animale en een kamermeisje.

Ergens moet men zijn verstand verliezen, waarom niet in de Engadin?

Italië is bij goed weer te voet bereikbaar. Bij slecht weer zullen de honden je vinden.