Negorij

Na twee weken heb ik eindelijk een bezoek gebracht aan het olympisch dorp, waar de sporters verblijven. Nou ja bezoek, als verslaggever mag je met een speciale gastenkaart die je krijgt uitgereikt tegen inlevering van je accreditatie, in de internationale zone verblijven. In het dorp zelf kom je niet, tenzij je bent uitgenodigd door het olympisch comité van jouw land. Het bezoek stemde mij niet vrolijk en ik vroeg me af of de sporters het er wel naar hun zin hebben. Ze zeggen altijd van wel, maar mij bekroop het gevoel dat je het bungalowpark na twee weken wel kruipend wilt verlaten. Het dorp ligt in the middle of nowhere met als gevolg dat het zonder auto met vereiste accreditatie een logistieke onderneming is om er te komen. Het grote hek en de bewaking geven je eerder het gevoel in een kazerne in plaats van een levendig dorp te verblijven. Al wandelend door de internationale zone, waar je naast de kapper ook een bloemist aantreft, probeerde ik in de huid van een sporter te kruipen. Als ik drie weken werd opgesloten in dit dorp zou ik me doodongelukkig voelen. De Griekse sfeer is ver te zoeken en zou je die willen opsnuiven dan is er geen metrostation in de buurt en moet je met de auto een half uur rijden om het stadscentrum te bereiken. Even een wandelingetje maken is er niet bij, net zo min als een terrasje pikken in Athene. Als ik deelnemer aan de Spelen zou zijn, wilde ik dagelijks de Akropolis kunnen zien en niet ergens in de negorij worden weggestopt. Dat doe je nog niet met zwerfhonden, laat staan met atleten.