`Iemand die de leiding heeft moet niet al te ik-gericht zijn'

Bedrijven en organisaties moeten zich aanpassen aan andere economische of maatschappelijke omstandigheden en kiezen daarvoor nieuwe bazen.

Wie zijn ze? Hoe denken ze?

Wat doen ze?

Deze week: John Jaakke, voorzitter van Ajax en advocaat, voorheen maatschapsvoorzitter van Van Doorne.

John Jaakke (50), gespecialiseerd in fusies en overnames, komt een van de spreekkamers van het Amsterdamse advocatenkantoor Van Doorne binnen en begint – wat in interviews bijna nooit gebeurt – meteen zelf vragen te stellen. Hij zegt dat hij dat geleerd heeft van televisie-interviews. Niet afwachten, initiatief nemen. ,,Dan kun je het gesprek sturen.''

Dit gesprek komt op het snel stijgende aantal vrouwen in de advocatuur, wat hij een goede ontwikkeling vindt, en het lage aantal vrouwen dat het tot partner in de maatschap brengt, wat hij jammer vindt. Zeker het aantal vrouwen met kinderen dat tot partner wordt gekozen is laag. ,,Het is projectie van hun mannelijke collega's'', zegt hij.

U bedoelt dat ze denken: zelf zou ik dat niet kunnen, advocaat zijn en kinderen opvoeden?

,,Nee, ik bedoel dat ze naar hun eigen vrouw kijken en dan denken: dat zou ze nooit kunnen, én partner in de maatschap, én kinderen, én een man hebben zoals ik.''

U bent vier jaar voorzitter van Van Doorne geweest, wat heeft u nu aan die ervaring?

,,Mensen met vrije beroepen staan te boek als moeilijk te managen, en in die zin is er een grote overeenkomst met sporters. Sporters en advocaten zijn ik-gericht, en dat moeten ze ook zijn, om te kunnen presteren. Een andere overeenkomst zit in de cultuur. Die is in beide gevallen nogal hanig. In de tijd dat ik maatschapsvoorzitter was heb ik geleerd dat alles wat je wilt, alles wat je wilt veranderen, veel langzamer gaat dan je denkt. Je moet heel veel geduld hebben. Ik heb ook geleerd dat je daar niet somber van moet worden. En wat het belangrijkste is: leiding moet altijd van onderaf komen.''

Hoe bedoelt u dat?

,,Ik bedoel dat er alleen iets kan veranderen als er wederwijds vertrouwen is tussen de voorzitter en de anderen. Om dat te verkrijgen moet een voorzitter heel veel praten, uitleggen, duidelijk zijn. En hij moet vooral niet de grote leider proberen uit te hangen. Ik kreeg eens een boekje van iemand dat De dienaar als leider heette, van een of andere Amerikaanse managementconsultant. Daarin komt de novelle Reis naar het morgenland van Hermann Hesse ter sprake. Het verhaal doet er nu verder niet toe, het gaat erom dat er in een groep mensen één is die steeds rondloopt, praat, luistert en aanmoedigt, en die daardoor iedereen bij elkaar houdt. Op een gegeven moment is hij er niet meer en dan dondert de hele boel in elkaar. Dan blijkt dat hij de geheime leider was. Ik vond dat mooi. We leven in een ik-gerichte tijd, en ik denk dat iemand die geacht wordt de leiding te hebben er goed aan doet om niet al te ik-gericht te zijn.''

Bent u zo of heeft u dat moeten leren?

,,Ik heb dat moeten leren, en je leert het door het te doen en een aantal keren flink met je harses tegen de muur te lopen.''

Wanneer liep u er het hardst tegenaan?

,,Toen het kantoor zich in tweeën splitste.'' De 260 advocaten en notarissen van toen nog Trenité Van Doorne konden geen overeenstemming bereiken over samenwerking met buitenlandse advocatenkantoren. John Jaakke: ,,Ik was geen maatschapsvoorzitter geworden om het zo te laten aflopen. Dat was nou net niet de bedoeling.''

In plaats van de boel bij elkaar te houden, ging de boel uit elkaar.

,,Maar ik weet niet of dat door mij kwam. Ik bedoel: ik weet zeker dat het niet in elkaar donderde omdat ik daar zat.''

U heeft in die tijd meegemaakt hoe hard mensen kunnen vechten voor hun eigen financiële belangen.

,,Dat was heel teleurstellend. Maar dat soort ervaringen horen er wel bij. Als je op de bok zit moet je vliegen vreten.''

Bent u er bitter door geworden?

,,Helemaal niet. Ik ben van nature een optimist. Ik ben geen misantroop. Ik kan dat niet zijn en ik wil dat ook niet zijn. Ik heb in die tijd ook ervaren hoe redelijk en positief mensen kunnen zijn. Het is niet zo dat iedereen altijd maar voor zichzelf kiest. En daarbij: het is ook redelijk dat mensen voor zichzelf opkomen.''

U bent hervormd, gaat u nog wel eens naar de kerk?

,,Ja, in Bussum. Ik heb er behoefte aan, het geeft me een zekere rust. Ik ben een calvinist – ora et labora, plichtsbesef, waarden en normen. Dat laatste is nogal in de mode, dat weet ik, en het verbaast me dat mensen het altijd over normen en waarden hebben. De waarden komen eerst, lijkt mij. De normen komen eruit voort.

Welke waarden zijn voor u het belangrijkst?

Hij denkt even na. ,,Respect vind ik de belangrijkste. Respect en verdraagzaamheid. Maar het lukt me niet altijd om daarnaar te leven, moet ik zeggen. Ik heb dingen gedaan die eh... geen grote uiting zijn van respect voor mijn naasten en anderen.'' De volgende vraag is hij vóór: ,,Nee, ik ga daar geen voorbeelden van geven.''

Nadat u het voorzitterschap van Ajax had aanvaard duurde het anderhalf jaar tot u in functie kwam. Waarom was dat?

,,Michael van Praag zat er al veertien jaar en het werd me al snel duidelijk dat Ajax écht een club was. En ik kwam van buiten. Je kunt niet zomaar iemand van buiten in zo'n club parachuteren. Ik wil terugkomen op het vertrouwen waar ik het over had. Mensen moesten dat ten opzichte van mij gaan voelen. Maar ik moest het ook ten opzichte van hen gaan voelen. Wie zijn ze? Wat willen ze? Ik moest hun cultuur leren begrijpen. En zij moesten mij gaan begrijpen. Deze man, die nooit heeft gevoetbald, wat is dat voor snoeshaan? Als je de voorzitter bent, dan moet je dat ook zíjn. `Kijk, dat is John Jaakke, de voorzitter van Ajax.' Mensen moeten trots op je kunnen zijn. Ik had tijd nodig om dat op te bouwen.''

Hoe heeft u dat gedaan?

,,Ik heb met talloze mensen gesproken. En ik was er ook heel erg vaak, in de Arena, maar ook op De Toekomst – dáár zitten de vrijwilligers, dáár vind je de jongetjes van zeven die verder moeten worden gebracht. Ik ben iemand die probeert vanuit zijn gevoel te sturen, ik denk dat dat mijn kracht is. Ik luister, ik hoor aan, en dan reageer ik gevoelsmatig. Daarna komt de ratio. Ajax, de club Ajax, is eigenlijk een familie. Dus ik ben eerst maar eens door het familiealbum gaan bladeren. Net als vroeger, als je een vriendinnetje had en je kwam voor het eerst bij haar thuis. Wie is dat? En wat is dat?''

U moet nu twee groepen bij elkaar zien te houden – de club en de NV.

,,Een paar jaar geleden was Ajax nog in de fase: wat hebben we met elkaar te maken. Na de beursgang was er iets in geslopen van: zo, nu zijn we van de leden af. Maar ik denk dat de twee de club juist versterken. Ze zijn niet onverenigbaar. De kracht van Ajax is dat het een club is. Naar binnen is Ajax een club, naar buiten is het een bedrijf. Maar de belangen zijn hetzelfde: de beste zijn en winnen.''

Eerder heeft u gezegd dat u geen boegbeeld van Ajax wilt zijn.

,,De rol van de voorzitter van Ajax is veranderd door de beursgang. Ik heb niet de positie die Van den Herik heeft bij Feyenoord of die vroeger Van Praag had. Dat wil ik ook niet. Er is bij Ajax een algemeen directeur en er is een president-commissaris. Ik ben in de eerste plaats de president-commissaris, de toezichthouder.''

Maar mensen geven in elk geval ook de voorzitter de schuld als het niet goed gaat met Ajax.

,,Zo gaat het ook bij de Nederlandse Spoorwegen. Als er vertragingen zijn, heeft de raad van bestuur het gedaan.''

Moet u zich niet wat meer profileren? Niemand kent u.

,,Dat valt wel mee. Ik ben dat geleidelijk aan gaan doen. Ik zal niet mijn mening gaan geven over een Schwalbe in het strafschopgebied. Die hou ik voor me. Mijn taak is om ervoor te zorgen dat de juiste man op de juiste plaats zit en dat de financiële basis gezond is. Voetbal heeft een kortetermijncultuur. We moeten zondag winnen – verder ligt de horizon vaak niet. Dat ís ook het belangrijkste, en ik heb daar de minste invloed op. Daar moet ik ook helemaal geen invloed op willen hebben. Maar we hebben wel Louis van Gaal aangesteld. En natuurlijk zijn er dan altijd mensen die zeggen: waarom die? Zo gaat dat bij Ajax, zo gaat dat bij voetbal in het algemeen. De cultuur is emotioneel en weinig zakelijk.''

Maar u kunt daar wel tegen.

,,Van mij wordt verwacht dat ik rustig blijf en zeg: we gaan die kant op. En dan maar bidden dat het de goede kant is.''

Echt bidden?

,,Nee, nee.'' Hij is even stil. ,,Het stoort mij dat altijd overal God bij wordt gehaald. God staat altijd aan onze kant, welke kant dat ook is. Ik kan me niet voorstellen dat God het daarmee eens is.''

Dit is de zestiende aflevering van de interviewserie `Wisseling van de wacht'.

Voorgaande delen zijn te lezen op www.nrc.nl