Google's zoektocht

Google is in Amerika naar de beurs gebracht. Wall Street heeft de succesvolste internetzoekmachine ter wereld met open armen ontvangen. Gisteren, op de eerste handelsdag, werd het aandeel 18 procent meer waard. De introductieprijs bedroeg 85 dollar; bij sluiting van de beurs stond het fonds van de whizzkids Larry Page, Sergey Brin en Eric Schmidt op 100,34 dollar. De marktwaarde van de zes jaar oude onderneming ligt rond de 27 miljard dollar, een duizelingwekkend bedrag dat de markt weer even het gevoel moet geven dat in de wereld van de technologie bijna alles mogelijk is – en zeker geld verdienen. Page, Brin en Schmidt lopen op hun dertigste binnen tot generaties na hen. Het is ze gegund. In korte tijd hebben ze van niks een accurate en snelle zoekmachine gemaakt, een begrip voor vrijwel iedere internetgebruiker. Als je op het wereldwijde web zover bent gekomen als zij, ligt het grote geld binnen handbereik. De naam is alles: de marketing, de handel, het aandeel en dus de miljoenen. De Amerikaanse droom blijkt steeds weer uit te kunnen komen.

De manier waarop Google naar de beurs is gegaan, paste bij dit jonge bedrijf. Ietwat chaotisch en met ten minste één nieuwigheid. De oprichters kozen ervoor hun aandelenuitgifte niet via zakenbanken te laten lopen, maar gaven de voorkeur aan een verkoping bij afslag. (In het Engels heet dit een Dutch Auction, een Hollandse veiling. In het Nederlands wordt de verkoping bij afslag wel een Chinese veiling genoemd, zo is op Google te vinden). Kleine en grote beleggers konden op internet de introductiekoers van Google bepalen door een bod te doen, een aanzienlijk democratischer methode dan de traditionele wijze waarbij de banken samen met het bedrijf dat naar de beurs gaat en de grote, doorgaans institutionele beleggers de prijs van het aandeel vastleggen. Het gemor bij de gevestigde zakenbankiers in New York was dan ook niet van de lucht. Ze liepen vele miljoenen aan provisie mis. Helemaal gladjes is Google's biedingsproces niet verlopen, maar de beursgang was verfrissend en de manier waarop het gebeurde verdient navolging.

De euforie van Wall Street en de miljoenen voor de Google-oprichters en hun werknemers benemen intussen het zicht op het moeilijke werk dat nu komt. Google is actief in een zeer concurrerende omgeving. Het succes van vandaag kan de zeepbel van morgen zijn. Dat is de harde les die de technologiebranche de laatste jaren heeft geleerd. Veel high tech-bedrijven konden de schijnbare weelde van Wall Street niet aan. Hoe roemloos was hun einde. Nog maar relatief kortgeleden was het niet Google, maar AltaVista dat als zoekmachine de show stal. Bij AltaVista sukkelde men in slaap en het onvermijdelijke gevolg was marginalisatie. Zwaargewichten als Yahoo en de zoekmachine van Microsoft zijn voortdurend op zoek naar marktaandeel. Nieuwkomers als Vivisimo.com en AlltheWeb.com zijn hard bezig met geavanceerde systemen gespecialiseerde informatie op te sporen, nu nog een zwak punt bij Google. Anders gezegd: Google zal moeten blijven innoveren om de concurrentie de pas af te snijden.

Dat betekent investeren in nieuwe technologie en nieuwe ideeën. De beursgang markeert een belangrijk moment: na het doorprikken van de internetzeepbel heerst nu weer een beetje optimisme over de technologiefondsen. Google is de eerste die dit moet waarmaken. Het moet op zoek naar blijvend succes.