Gehecht geraakt aan het eigen noodlot

Bij de titel Lotte Weeda verwacht je een naturalistische roman over een tragische heldin in de trant van Madame Bovary, Anna Karenina, Effi Briest of Eline Vere. Maar de fotografe Lotte Weeda is niet tragisch, ze maakt geen einde aan haar leven en is zelfs niet de hoofdpersoon in het verhaal dat haar naam draagt. Wie dacht of hoopte dat Maarten 't Hart met deze roman een voor hem geheel nieuwe weg in zou slaan, komt bedrogen uit. De hoofdpersoon is evenals in zoveel van zijn voorgaande boeken een ikfiguur die in alles lijkt op de bijbelvaste papenhatende schrijver/bioloog Maarten 't Hart.

Evenals 't Hart woont de naamloze ik in het Zuid-Hollanse dorp Warmond, in de roman verbasterd tot Monward. Het is een woordgrapje dat hij eerder uithaalde in zijn voor de Bijenkorf geschreven boekenweekgeschenk De scheltopusik (2003). Sterker: deze tachtig pagina's tellende novelle is vrijwel integraal opgenomen in Lotte Weeda. In De scheltopusik verplaatste Maarten 't Hart het komkommernieuws van 1999 over een ontsnapte giftige slang van Enkhuizen naar Monward. In Enkhuizen bleek het hele verhaal op valse geruchten te berusten, in Monward is er wel degelijk een enge slang ontsnapt, die – zo ontdekt de dorpsbioloog – in werkelijkheid een scheltopusik is, een ongevaarlijke pootloze hagedis.

De nepslang logeerde bij het rijke echtpaar Abel en Leonora in hun villa aan de Monwardse goudkust. Door zijn deskundige bemoeienissen met de scheltopusik verleent de ikfiguur zich toegang tot de villa van het echtpaar en wint hij het vertrouwen van de aantrekkelijke Leonora. Zij vertelt dat haar man Abel aan wanen lijdt: hij is ervan overtuigd dat zijn kinderen niet van hem zijn en dat zijn vrouw een notoire `slet' annex `stoephoer' is. Als Abel een foto van de scheltopusik aan de landelijke kranten slijt en allerlei slangenkenners het beest als levensgevaarlijk bestempelen, raakt het gehele dorp in een soort waan. Mensen durven de straat niet meer op. De ikfiguur die voor de televisie volhoudt dat het slechts om een onschuldige hazelworm gaat, wordt door iedereen met de nek aangekeken.

Massapsychose

De novelle van 't Hart heeft indertijd niet veel aandacht gekregen en leent zich dus uitstekend voor hergebruik in een omvangrijke roman gewijd aan wanen, ingeleid door een motto van Xenophanes: `Enkel de waan is aan allen gegeven'. Voor de uitwerking van dit motto bediende 't Hart zich nog van een ander aan de werkelijkheid ontleend gegeven, te weten het werk van fotografe Els Hansen die vanaf de winter van 1989 160 inwoners van Warmond in hun eigen ambiance fotografeerde voor het boek Portretten in Warmond (1991). Ook het portret van Warmonds beroemdste inwoner, Maarten 't Hart, is opgenomen in dat boek, waarvoor hij bovendien het voorwoord schreef.

In 't Harts roman heet de fotografe, die in het najaar van 2000 tweehonderd inwoners van Monward komt fotograferen voor haar in september 2002 uitkomende boek Sluitertijden, Lotte Weeda. De titel van het fotoboek is gepikt van de Vlaming Erwin Mortier, die in 2002 de roman Sluitertijd publiceerde, maar dit terzijde. Lotte is een beeldschone 42-jarige vrouw van Sumatraanse herkomst met het uiterlijk van een 24-jarige. Niet alleen de ikfiguur, schrijver van het internationaal vermaarde boek over seks, De roekeloze buiteling, komt in haar ban, ook de toch al door wanen geplaagde Abel raakt compleet `van Lotje getikt'. Wanneer in de periode na de publicatie van het fotoboek de ene na de andere geportretteerde Monwarder overlijdt, raakt het dorp in de greep van een massapsychose. Lotte, onbereikbaar omdat ze op Atjeh foto's van de daar woedende oorlog maakt, wordt verdacht van goena-goenapraktijken en afpersing. Zelfs de zeer van haar gecharmeerde ikfiguur begint aan Lottes intenties te twijfelen, vooral nadat hij zelf een paar keer de dood in de ogen heeft gekeken.

Lotte Weeda lijkt in het begin een draak van een roman. Het zijn vooral de flauwe anti-katholieke grappen die storen. Zo hebben alle straten katholieke namen (Kruisherenweg, Kardinalenachterom, Heilige Geestsluisje), zelfs de aanbiddelijke dominee van de hervormde kerk heeft een roomse naam, Maria Rozenkrans, en voor wie dan nog niet heeft begrepen dat volgens de schrijver religie en in het bijzonder het rooms-katholicisme de ergste waan is die de mensheid teistert, knipt de hoofdpersoon portretten van de paus uit de krant om die vervolgens op een brandstapel te smijten.

Stilistisch en compositorisch is de roman geen hoogstandje. Vrijwel alle hoofdstukken beginnen met een tijdsaanduiding (`een week later', `ruim een maand later', `op nieuwjaarsdag', `op een zondagmiddag eind februari') zonder dat duidelijk wordt wat daarvan de bedoeling is. Pas na veel puzzelen blijkt dat het boek een periode van ruim drie jaar beslaat, waarin de MKZ-crisis en de vogelpest uitbreken en terroristen de Twin Towers aan flarden vliegen. De wijze waarop de overheid met rampen omgaat, vooral rampen met dieren, valt onder de wanen die 't Hart aan de kaak stelt. Het `ruimen' van veestapels en pluimvee stelt hij op één lijn met de gevolgen van rassenwaan. Tot twee keer toe noemt de ikfiguur het op grote schaal ombrengen van dieren een `dierenholocaust'. Een dierenarts die `hobbyganzen' wil afschieten vergelijkt hij met Duitse artsen die meewerkten aan het euthanasieprogramma van de nazi's en ambtenaren die zijn erf opstormen op zoek naar ondergedoken dieren zijn `rijksmoordenaars'.

Kerkorgel

't Hart berijdt zijn stokpaardjes met hartstocht. Ook veel van zijn andere idiosyncrasieën projecteert hij op zijn hoofdpersoon – het uitventen van een fenomenale bijbelkennis, het bespelen van het kerkorgel, zijn liefde voor Bach en zijn overmatige belangstelling voor travestie, dit keer in de vorm van enkele seksscènes tussen hem en de transeksuele Sirena. Deze omgebouwde zwarte man staat bij uitstek model voor het leven in een waanwereld.

Alle verhaallijnen, anekdotes, gebeurtenissen en personages die stuk voor stuk verschijningsvormen van de waan zijn, maken Lotte Weeda tot een onderhoudend en vaak ook geestig boek, maar dankzij het uitbeelden van de allergrootste waan waaraan de mensheid lijdt, die van onsterfelijkheid, stijgt Lotte Weeda uit boven een doorsnee roman. De overlevenden van de in Lotte Weeda's fotoboek geportretteerden raken zo gewend aan het idee elk moment van de aardbodem te kunnen verdwijnen, dat ze niet alleen verzoend worden met hun lot, maar daar in sommige gevallen zelfs gehecht aan raken.

In de grote naturalistische romans waarnaar de titel van dit boek verwijst gaan de heldinnen ten onder aan de waan van de liefde, de personages van Maarten 't Hart overwinnen hun doodsangst door de waanzin van het leven onder ogen te zien. Lotte Weeda zal niet onsterfelijk worden zoals de heldinnen van Flaubert, Tolstoj, Fontane of Couperus, daarvoor blijft ze teveel een niet uitgewerkte bijfiguur. Wel behoort deze roman tot het beste dat Maarten 't Hart heeft geschreven.

Maarten 't Hart: Lotte Weeda. De Arbeiderspers, 270 blz. €23,95 Het boek verschijnt op 24 augustus