Gebruik dat ding dan ook

De bekendste tekst in het tweede deel van Harm-Jan van Dams nieuwe vertaling van het Verzameld werk van Erasmus is Lof der Zotheid, maar die werd twee jaar geleden al apart gepubliceerd. Interessanter in deze met klassiek vakmanschap vormgegeven bundel zijn de andere teksten, zoals de `Lof van het huwelijk', een retorische vingeroefening van Erasmus die voor het eerst werd gepubliceerd in 1518, maar al negentien jaar eerder geschreven was. In de tekst wordt een vermoedelijk denkbeeldige jongeman aangesproken die zich na de dood van zijn moeder, en in navolging van zijn zuster, `volkomen heeft vastgebeten in het celibaat'.

Wat volgt is een afwisselend erudiete en speelse uiteenzetting over waarom dat een slecht idee is en waarom de jongen toch beter kan trouwen. Erasmus richt zijn pijlen vooral op het religieuze misverstand dat onthouding de wil van God zou zijn. Dat Jezus zelf niet trouwde, doet niet terzake, meent de humanist. `Er horen toch zeker talloze dingen bij Christus die we eerder moeten vereren dan imiteren!' In het eerste deel van de lofrede op de huwelijkse staat zet Erasmus zijn betoog kracht bij met opsommingen van de harde straffen voor antieke singles (naakt over het plein moeten lopen, bijvoorbeeld, bij Lycurgus) en voor echtbreuk (steniging, bij de joden).

Wervender zijn de argumenten die Erasmus ontleent aan seks, `het heerlijkste dat de natuur aan de mens heeft gegeven'. En de bomen doen het ook, zegt Erasmus op gezag van Plinius: `Zolang de mannelijke boom door zijn takken geen contact maakt met de vrouwelijke in zijn buurt, in een soort van paring, zullen die geen enkele nakomeling hebben'. Zie verder de beantwoording van de vraag waarom God ons `dat lichaamsdeel' en `die prikkel' heeft gegeven: `Als iemand je een schitterend cadeau geeft, een boog, een mantel of een zwaard, en je wilt of kunt er geen gebruik van maken, dan verdien je toch zo'n geschenk kennelijk niet!'.

De suggestie dat seks – binnen het huwelijk – iets met zonde van doen zou hebben, wijst Erasmus categorisch af. Dat geeft de `Lof van het huwelijk' nu een modern aanzien, maar begin zestiende eeuw resulteerde het in nogal wat weerwerk, versterkt door Erasmus' milde spot over monniken en hun `rituelen' en wegens de opmerking dat het geen slecht idee zou zijn als geestelijken de kans zouden krijgen te trouwen. Dat schoot velen in het verkeerde keelgat, zeker in het jaar nadat Luther zijn stellingen had aangeplakt, schrijft vertaler Van Dam in zijn heldere nawoord. Daar benadrukt hij ook de status van de `Lof van het huwelijk' als retorische tekst. Want toen Erasmus' leerling Mountjoy dadelijk wilde trouwen na lezing van de tekst, zei Erasmus, zelf ook nooit getrouwd: `Stel je beslissing uit tot je het tegenbetoog hebt gelezen.' Van Dam betwijfelt of deze anekdote waar is, maar Erasmus' `Kritiek op het huwelijk' bestaat en verscheen in 1522. In Lof en blaam is die tekst nog niet opgenomen, wat nog een extra reden is om uit te zien naar de vólgende delen van Van Dams soms sprankelende Erasmusvertalingen.

Desiderius Erasmus: Lof en blaam. Lof van het huwelijk. Lof van de geneeskunde. Lof der Zotheid. Brief aan Maarten van Dorp. Julius buiten de hemelpoort. Vertaald en toegelicht door Harm-Jan van Dam. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 317 blz. €29,50