Eindelijk in Het Hoofd

Het idee was er al; zo'n denkbeeld waarmee een mens geboren wordt. Het hangt dan van het toeval af, het onophoudelijk bombardement van gebeurtenissen waaraan je je hele leven bent blootgesteld, of het tot werkelijkheid wordt. In dit geval heeft het 43 jaar geduurd. In 1968 maakten Jean Tinguely en zijn vriend Bernhard Luginbühl in het geheim hun eerste plannen voor de bouw van wat ze toen een `Kultur station' noemden. Dat was de soortnaam. Het moest een enorme constructie worden waarin alles aanwezig en mogelijk was en waarvan de vorm aan de behoeften kon worden aangepast. In de loop van het denken kreeg het Kultur station een eigen naam: Gigantoleum. Daarmee was de eerste fase afgerond.

Een jaar later vonden ze de geheime plaats voor de constructie: ergens in de bossen van Milly-en-Forêt, in de buurt van Fontainebleau. De eigenaar stelde zijn grond gratis beschikbaar. Tinguely kreeg hulp van een aantal vrienden die hun eigen passend kunstwerk in het geheel onderbrachten. Zestien jaar later was de gigant ongeveer klaar. De makers hadden hem intussen La Tête genoemd, of Le Cyclope; mag allebei. Daar stond het kunstwerk, meer dan 22 meter hoog, tussen de bomen. Driehonderd ton ijzer zijn erin verwerkt. In 1985 kwam president Mitterand het bezichtigen. In hetzelfde jaar deed schrijver dezes zijn eerste poging om het te vinden, maar gehinderd door de slechte bewijzering, sneeuwbuien en gebrek aan tijd moest hij het opgeven. Maar nu, afgelopen weekeind, was het eindelijk zover.

Groot is het, het valt niet te ontkennen, maar omdat het midden in het bos staat, valt dat niet onmiddellijk op. Het is op het eerste gezicht vooral geheimzinnig en ingewikkeld, wat een van de kenmerken is van alles wat Tinguely heeft gemaakt. Voor zes euro mag je onder begeleiding van een gids naar binnen. De sensatie van het ingewikkelde neemt toe, van verdieping naar verdieping. Er wordt een complex van wielen en drijfstangen in beweging gezet. Via een spiraalachtig spoor komen er een paar grote alumimium ballen of kogels voorbij. In een theatertje wordt met een zeer grote hamer een fles door een gat de bodem ingeslagen. De fles veert weer op, de hamer maakt zich gereed voor de volgende slag.

De volgende nauwe trap op. Onderweg kun je door een raampje een werk van Daniel Spoerri bekijken, een kamer waar een ongelofelijke rotzooi heerst, textiel over de grond, een eettafel met niet goed leeggegeten borden, de troep waarin Spoerri zich heeft gespecialiseerd. Ten slotte bereik je op de bovenste verdieping de goederenwagon van de spoorwegen, een oud model, authentiek exemplaar waarin joden zijn gedeporteerd. Door een raampje is een skulptuur te zien waardoor dit expliciet visueel wordt toegelicht. De aanblik van de wagon was voor mij voldoende geweest. Maar ik zeg er niets kritisch over. Misschien hebben andere mensen zo'n nadere toelichting nodig.

In La Tête valt, net als in je eigen hoofd nog veel meer te beleven. Dat lijkt me dan ook een van de bedoelingen van de makers. Het valt niet allemaal op te sommen. Hier blijf ik bij één subinstallatie waarover ik in de beschrijvingen niets had gelezen. Het ding, de machine, schat ik op anderhalve meter in het vierkant en ongeveer twee en een halve meter hoog. Het bestaat uit een aantal aan het plafond bevestigde klepels, vierkant in doornsee, die tot een centimeter of vijftien boven de grond hangen. Een woud van klepels. Daar kun je heen lopen. Terwijl je dat doet, slaan de klepels tegen elkaar. Hoe verder je komt, hoe meer er in beweging raken, hoe meer geluid.

Het geheel is zo gebouwd dat je, als je omstreeks het midden bent, niets meer van de buitenwereld ziet. Een ogenblik, hoe klein ook, heb je het gevoel dat je verdwaald bent: de eerste keer doordat je trommelvlies overweldigd wordt door het geklingel, geklangel en geklongel, en de tweede keer lichamelijk doordat je de buitenwereld niet meer ziet. Nog een paar pasjes rechtdoor, nog een paar roeiende armbewegingen en je bent aan de andere kant, in de vertrouwde vrijheid. Maar nu gaat het om die paar seconden in het diepst van het melodieus lawaai makende inwendige. Dat is een avontuur. Bouw een installatie naar het principe van deze, maar dan van een vierkante kilometer, en je hebt een nieuw martelwerktuig.

De bezichtiging was voorbij. Ik stond weer buiten op de grond, een half uur ouder en aanmerkelijk rijker. Ik bekeek Le Cyclope op een andere manier, nu als een beginnende deskundige. Het is een prachtig ding, maar om dat goed te kunnen begrijpen, moet je er binnen zijn geweest. En het geeft ook weer een blik in de hersens van Tinguely.