Diva De Bruijn verlangt naar heldenstatus

Ze had woensdag een traantje weggepinkt, vertelde ze. Zowel collega Pieter van den Hoogenband als wielrenster Leontien van Moorsel die, vier jaar na dato, opnieuw een gouden medaille won het ontroerde Inge de Bruijn tot in het diepst van haar gevoelige ziel. ,,Het zijn echt helden, die twee.''

En zij dan, de trotse zwemkoningin die in Sydney net als Van Moorsel maar liefst drie gouden medailles won? Maar wat graag had de veteraan-sprintster uit Barendrecht het voorbeeld van haar fietsende collega gisteren gevolgd. Zij de hoogste eer, dan ik ook. Met dat vaste voornemen dook Inky gisteravond het water in, om na ruim 54 seconden tot de ontdekking te komen dat één zwemster, de Australische Jodie Henry, haar net als in de halve finales te snel was afgeweest: 53,84 om 54,16.

Maar teleurgesteld beweerde De Bruijn naderhand niet te zijn. Integendeel: het was, in haar eigen woorden, ,,zilver met een gouden randje'', want meer dan waarop ze voor aanvang van de Spelen had durven hopen. Waarom zou de dan ontevreden zijn na haar derde en in totaal haar zevende olympische medaille? Alleen de suggestie al, achteloos opgeworpen in de mixed zone, deed het vuur in haar ogen oplaaien.

En toch: na het keerpunt leefde De Bruijn in de veronderstelling ,,op weg naar goud te zijn'', zoals ze naderhand erkende. Zowel haar tactiek als de uitvoering van het strijdplan deugde ditmaal. ,,Ik maakte geen fouten zoals op de 100 meter vlinder. Ik heb me helemaal leeg gezwommen. Alles verzuurde in de laatste meters. Zij was helaas net iets beter, maar ik vind het absoluut geen schande om hier van de wereldrecordhoudster te verliezen. Zilver is ook mooi. Die kleur had ik hier nog niet.''

Haar laatste kans is nu het kortste sprintnummer, de 50 meter vrije slag. In de series van het onderdeel dat zo vaak als een loterij wordt omschreven zette de titelverdedigster en tevens wereldrecordhoudster (24,13) vanmorgen de snelste tijd neer: 24,66. Vanavond staan de halve finales op het programma, morgen de eindstrijd. Dat zou wel eens het allerlaatste olympische optreden uit de carrière van de gelauwerde zwemdiva kunnen zijn.

Vragen en twijfels omgeven De Bruijn al zolang ze in het water ligt, dus dat is dezer dagen in de Griekse hoofdstad niets nieuws. Kan Inge de Bruijn `het' nog wel? Wil Inge de Bruijn `het' nog wel? In het olympisch bassin van Athene blijkt deze week dat het grillige fenomeen `het' nog wel degelijk kan, alleen niet meer zo snel als voorheen. Haar onaantastbare aureool, zo zorgvuldig opgebouwd in de aanloop naar `Sydney', ligt aan duigen. En dat ruikt, voelt en ziet de concurrentie ook.

Krijgt de leeftijd vat op het nog altijd opvallend gespierde lichaam van de sprintster, die maandag haar 31ste verjaardag viert? Zelf verwierp De Bruijn die suggestie reeds voorafgaand aan het toernooi met grote stelligheid. ,,Het zit allemaal in het koppie'', voegde ze daar op de openingsdag met een veelbetekenende glimlach aan toe. Maar, en aan die logische gevolgtrekking ontkwam ze ook niet: ,,Ik herstel minder snel van een zware training dan voorheen.''

Vier jaar geleden, aan de vooravond van haar finest hour in het Aquatic Center van Sydney, verbeterde De Bruijn liefst acht wereldrecords in een tijdsbestek van nog geen twee maanden. Maar daar was ditmaal geen sprake van. Sterker nog: De Bruijn verscheen de voorbije jaren vaker niet dan wel op een internationale afspraak. Als ze al kwam, zoals vorig jaar bij de wereldkampioenschappen in Barcelona, kwam ze alleen uit op de ultrakorte nummers waarvoor ze slechts haar anaerobe energie-systeem hoeft aan te spreken: de 50 vrij en de (niet-olympische) 50 vlinder.

Het afgelopen najaar ging het roer om. De Bruijn keerde op haar eigen verzoek terug bij de coach die haar in het verleden tot zulke grote hoogte had gebracht: Paul Bergen. Het was gedaan met de pret. De Bruijn koos naar eigen zeggen ,,voor absoluut de moeilijkste weg'': terug naar het Spartaanse regime in de Verenigde Staten, waar ze in volstrekte eenzaamheid de tegels weer uit de muur ging trainen.

Zo voorspoedig verliep de rentree van herintreder De Bruijn dat Bergen begin april bij de Amsterdam Swim Cup de voorspelling aandurfde dat zijn pupil op de klassieke sprintafstand (100 vrij) ruim onder de 53 seconden zou zwemmen. Op een aan haar uitgereikt kaartje krabbelde hij dit voorjaar de tijd die hij bij de Spelen in Athene voor haar in gedachten had: 52,6 seconden.

Gisteren moest hij, de man die in het verleden akelig nauwkeurig bleek met zijn voorspellingen, erkennen dat de magische grens van 53 seconden veel te hoog was gegrepen. De Bruijn wist in de Griekse hoofdstad de barrière van 54 seconden niet eens te slechten. ,,Ik had gedacht dat we in de laatste maanden voor `Athene' een flinke sprong konden maken. Dat is helaas niet gelukt.''

Conclusie: De Bruijn heeft te laat de draad weer opgepakt. Bergen wilde het gisteren, met `de 50' nog voor de boeg, niet hardop zeggen. Maar tussen de regels door liet zijn slotsom aan duidelijkheid niets te wensen over: als De Bruijn zich eerder in Portland had gemeld om zich (weer) te onderwerpen aan zijn loodzware en compromisloze trainingsprogramma's, dan had ze haar suprematie ook in Athene kunnen voortzetten.

Bewijzen kon hij die stelling uiteraard niet, maar de bedaagde zwemcoach (63) met de grote staat van dienst loopt al lang genoeg mee. ,,It's not about age, it's about commitment. Als Inge dat laatste kan opbrengen, kan ze mee tot de volgende Spelen.''