De verpilsing van de wijn

Jongeren drinken minder wijn dan ouderen. Met rosé in kleine, geinige flesjes die je zo aan de mond kunt zetten proberen fabrikanten een nieuw publiek aan te boren.

Iedereen houdt tegenwoordig maar van een goed glas wijn. Zeker als het ook een goedkoop glas wijn is. Het gemiddelde bedrag dat de Nederlander voor een fles wijn in de supermarkt over heeft is 2,74 euro. Dat is niet veel, maar daar staat tegenover dat hij, en vooral zij, steeds meer wijn drinkt. En dat terwijl de consumptie van alcoholische dranken over de gehele linie is afgenomen. Zelfs de Breezer heeft aan populariteit ingeboet. Sinds ik vorig jaar drie hoogbejaarde dames hun dagelijkse flesjes Breezer zag inslaan, had ik al de indruk dat Breezer het contact met de oorsponkelijke doelgroep aan het verliezen is.

Er lijkt voor de wijnhandel geen reden voor paniek, toch hebben ze daar zo hun zorgen.

Jongeren drinken minder wijn dan ouderen. Het zal toch niet gebeuren dat wijn hetzelfde lot ten deel valt als sherry en jenever, die inmiddels te boek staan als drankjes voor respectievelijk vrouwen en mannen op leeftijd.

Er moet een nieuw publiek worden aangeboord. Marketeers werken, zoals ze het zelf noemen, aan de verpilsing van wijn. Hun oplossing is simpel: het moet simpel. Een sterk merk, een jong imago, geen poespas en vooral niet te veel soorten wijn. Rood, wit en rosé, dat is eigenlijk voldoende.

Dat hebben we eerder gezien. Een hele generatie is in de jaren zeventig van de vorige eeuw ingewijd in de wereld van de wijn met `Pinard' en soortgenoten. Supermarkten verkochten de wijn in kartonnen pakken of eenvoudige literflessen in varianten rood, wit en rosé, met verwijzingen naar het eenvoudige, maar goede leven op het Franse land.

Daarna volgde het wijnbeschavingsoffensief. Stap voor stap werd de wijnkenner in spe op de hoogte gebracht van het bestaan van verschillende druivensoorten, van goede en slechte jaren, van de taal op het etiket, van moderne vinificatiemethoden, van nieuwe wijnlanden en van begrippen als neus, afdronk en wijn-spijscombinatie.

De verheffing van de wijnconsument heeft weer een nieuwe vineuze onderklasse doen ontstaan. De complexiteit van het aanbod, de geheimtaal van de wijn en het geciviliseerde imago schrikken nieuwe kopers af. Dat zijn geen types die van een `goed glas wijn bij de open haard' houden, maar jonge mensen die in strandtent of discotheek het bier uit een langhalzig flesje drinken. Ze worden in hun latente wijnbehoefte bediend met rosé in kleine, geinige flesjes die je zo aan de mond kunt zetten.

Onder het motto `wijn zonder poeha' vertellen fabrikanten trots dat ze nu luisteren naar de wens van de consument. Ze zetten geen wijn af, ze faciliteren drinkmomenten. Zo verrijken ze het assortiment met wijn in plastic flessen, met simpele maar wel vrolijke etiketten, wijn die soepel, gemakkelijk en toegankelijk en daarom vaak ook nogal zoet is. Ze doen de wijn in kleinere flessen om de kleinere drinkers tegemoet te komen. Ze laten de jaartallen achterwege, geen gedoe meer met goede en slechte jaren maar een constante kwaliteit, op welk niveau die dan ook ligt. En ze schroeven hun flessen dicht. De schroefdop maakt de wijndrinker kurkentrekkeronafhankelijk. Het is niet alleen handig, maar ook beter. Kurk is welbeschouwd een inferieure, want onbetrouwbare afsluiting van een fles wijn.

Maar het beste werkt toch de prijs. Aldi is in zijn eentje de oorzaak van de verlaging van de gemiddelde prijs per fles. Dik anderhalve euro moet ik neertellen voor een hele fles Coteaux de Languedoc. Het is een wonder. Aldi verdient eraan, de transporteur die de fles uit Zuid Frankrijk hierheen bracht, de bottelaar, de maker van het etiket, de flessenfabrikant. Het zal bij elkaar toch gauw op 1,58 euro uitkomen. Dan blijft er precies 1 eurocent over voor de wijn. Met een prijs van 25 eurocent per glas komt de wijn aardig in de buurt van een pils.