De Feyenoorder

Een sportclub moet maar het geluk hebben dat er net een paar leden zijn die er zin in hebben om een blaadje in elkaar te rammen en het op te sturen naar alle leden. En het is al helemaal boffen als er dan ook nog wat mensen rondlopen met het nodige schrijftalent. Feyenoord had in de jaren dertig van die lui.

Het clubblad De Feyenoorder werd geleid door L.A. Heesakker. Hij zorgde er decennialang voor dat precies op de eerste dag van de maand de leden hun informatie kregen. Maar ook de andere schrijvers waren van een heel hoog niveau.

De Feyenoorder had de `normale' informatie die elk blad van een voetbalclub had. Uitslagen, wedstrijdverslagen en het programma voor de komende weken. Wat dit nu nog boeiend maakt, zijn de verslagen van de discussies in de voetbalbond en de vele gedichten, die onder andere door administrateur Phida Wolff werden verzorgd. Niemand schreef zoveel gedichten als Wolff.

Heel leuke bijdragen waren er verder van Henk Das, die onder verschillende pseudoniemen schreef. Eerst noemde hij zich Nelis Keylaars en daarna Jonkheer François Stuét van Varen. Hij verzorgde in een heel merkwaardige stijl een dagboek, waarin natuurlijk zijn club centraal stond. Maar hierdoor vangen we wel een glimp op van de toenmalige samenleving.

In 1933 was bijvoorbeeld muiterij uitgebroken op het Nederlandse schip De Zeven Provinciën, die met een vliegtuigbom op het dek in bloed werd gesmoord. Hij schreef dat hij van zijn nicht uit Indië de vraag had gekregen wat hij van die muiterij dacht: `Vanwege de vraag echter danig achter mijn oor want ben ik voor mijn doen aardig thuis in de voetbalpolitiek doch zeer slecht in de grote idem.' Later dat jaar zat hij bij de kapper. `Het gesprek verder lopend, dat Duitsland uit de volkenbond, doch beide in 1 lach, dat dit niets met twee voetbalpunten te maken.'

Das had wat minder schik twee jaar later toen hij in de kappersstoel zat: `Al direct 1 zonderling bericht dat we niet in '35 doch in '36 oorlog. Een en ander met die overtuiging alsof het 1 vast nummer op het program van de Volkenbond. Doch gooide ik het gesprek gauw op de voetbalsport die beter dan wat ook de vrede tussen de volken in de hand werkt.'

Voor de bestuursleden had hij nog een opbeurend woord, aan welke eisen ze moesten voldoen. `Een bestuurslid moet zijn: zacht als fluweel, hard als een spijker, geduldig als een engel, lijdzaam als een apostel, schrander als een vos, dom als een schaap, waakzaam als een hond, onnozel als een gans, gedwee als een kameel, actief als een marechaussee, openlijk als een kamerlid, gesloten als een rechercheur, doof als een kwartel, spraakzaam als een standwerker, met een huid als een olifant...' En daar moesten ze het maar mee doen.

jurryt@xs4all.nl