Boeken van de overkant

`De rue de l'Odéon zou er zielig uitzien, zou iets hebben van een éénogige, als 't uithangbord met Shakespeares beeltenis er uit zou moeten verdwijnen', schreef E. du Perron op 29 juni 1936 in het Haagse dagblad Het Vaderland aan het slot van zijn interview met de in Parijs gevestigde boekhandelaarster Sylvia Beach.

De Amerikaanse Sylvia Beach (1887-1962) had in 1921 Shakespeare and Company gevestigd op nummer 12 van de Rue de l'Odéon, twee jaar nadat ze in de Rue Dupuytren in hetzelfde Parijse arrondissement een boekhandel was begonnen. In de Rue de l'Odéon werd ze de overbuurvrouw van de daar al sinds 1915 op nummer 7 gevestigde boekhandel en leesbibliotheek La Maison des Amis des Livres van de vijf jaar jongere Adrienne Monnier (1892-1955). Beach en Monnier worden samen geportretteerd in Passage de l'Odéon van Laure Murat.

De winkel van Monnier was beroemd om de met muziek omlijste poëzieavonden, waarop schrijvers als Paul Valéry, Valery Larbaud, Jules Romains Jean Cocteau, Henri Michaux en Louis Aragon of componisten als Erik Satie, Darius Milhaud en Francis Poulenc hun werk ten gehore brachten. Het belang van Les Amis des Livres reikte verder dan een gebruikelijke boekhandel, omdat de zaak ook fungeerde als postadres van belangrijke tijdschriften als Commerce en het surrealistische Littérature van Aragon, André Breton en Philippe Soupault. De winkel werd een brandpunt van het Parijse culturele leven.

Shakespeare and Company werd de ontmoetingsplaats voor de Amerikaanse en Engelse schrijvers die in groten getale tijdens het interbellum in Parijs neerstreken. Schrijvers als Gertrude Stein, Ezra Pound, Ernest Hemingway, Djuna Barnes en F. Scott Fitzgerald waren kind aan huis bij Beach. Het meest bekend is zij geworden doordat zij de in de Verenigde Staten en Engeland verboden roman Ulysses van James Joyce in 1922 heeft uitgegeven.

De boekhandels van Monnier en Beach hadden niet alleen een lokaal belang voor de in Parijs wonende Franse en Angelsaksische schrijvers. Ook Nederlanders bezochten hun winkels om op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen op literair gebied. Du Perron kwam er sinds zijn verhuizing naar Parijs eind 1932 vaak. Ook Martinus Nijhoff, die begin jaren twintig een aantal jaren in Parijs woonde, en de uitgever A.A.M. Stols brachten er regelmatig een bezoek.

Zowel Beach als Monnier heeft haar herinneringen gepubliceerd, in respectievelijk Shakespeare and Company (1959) en Rue de l'Odéon (1960). Ook is hun correspondentie met Michaux, Romains, Larbaud en Joyce in druk verschenen en bestaat er een biografie over Beach. Murats boek heeft de grote charme dat het beide boekhandelaarsters in hun relatie tot elkaar behandelt en ook aandacht besteedt aan hun al dan niet vermeende lesbische relatie, die ze in het bredere verband van de vrouwenemancipatie plaatst. Haar boek reikt dan ook verder dan het louter biografische, en schept een beeld van het literaire leven op de Parijse linkeroever. Veel van wat Murat vertelt, is bekend. Ze heeft echter nieuw en diepgaand bronnenonderzoek gedaan, waardoor haar boeiende boek een grote toegevoegde waarde ten opzichte van de bestaande literatuur heeft.

Laure Murat: Passage de l'Odéon. Sylvia Beach, Adrienne Monnier et la vie littéraire à Paris dans l'entre-deux-guerres. Fayard, 369 blz. €24,–