Applaus voor de drumcomputer

De twintiger Stijn haalt de inspiratie voor zijn muziek bij synthesizerpop en Prince. Net als zijn idool draagt hij spannende laarsjes.

Hoe moet je je voelen als je bandleden worden gestolen? De Belgische muzikant Stijn Vandeputte maakte het mee toen op een nacht in Antwerpen zijn auto werd opengebroken. Daarbij verdween behoorlijk wat elektronische apparatuur, het equivalent van zijn medemuzikanten. ,,De dieven waren geen echte muziekliefhebbers, want de dure en zeldzame Roland 808 drumcomputer lieten ze liggen, terwijl ze wel de simpele 606 meenamen.''

In de studio, thuis en op het podium werkt Stijn (1976) doorgaans alleen, slechts omringd door synthesizers, drumcomputers, allerlei andere apparaten. En kabels, een waar landschap aan kabels. Hij raakte dan ook behoorlijk onthand door deze diefstal. De meeste gestolen apparaten heeft hij inmiddels vervangen, al heeft hij nog geen andere 606. ,,Dat is een vrij primitief, maar wel makkelijk te programmeren ding. Ach, ik kom er vanzelf eentje tegen die tegen me zegt: koop mij, neem me mee.''

Vandeputte, die eerder dit jaar debuteerde als Stijn met het veelgeprezen, sober opgezette en hitsige album Euphoric, praat vaker over zijn instrumenten alsof het levende wezens zijn. ,,Het zijn mijn bandleden, hè, ik heb niemand anders op het podium. Laatst heb ik voor het eerst het publiek voor mijn drumcomputers laten klappen, ik heb ze allemaal keurig voorgesteld. Dat had ik Beck eens zien doen. Maar ik verlies me er niet in, hoor, het is niet zo dat ik ze elke dag een glaasje water breng.''

Zo komt het dat hij zich niet eenzaam voelt als hij, enkel omringd door zijn apparaten, zijn muziek maakt. Niet op het podium – ,,dan ben ik enorm hard bezig, ik luister naar de zaal en probeer daarop in te spelen'' – en niet als hij rustig thuis of in de studio aan zijn muziek werkt. ,,Dan vind ik het heel prettig om alleen te zijn. Zodat ik heel snel kan werken, of juist heel traag. En apparaten luisteren heel goed, vaak beter dan mensen. Maar ik denk niet dat ik op deze manier nog eens vijf platen zal maken, want dan ben ik echt wel kwijt wat ik zo wil vertellen.'' Daarom, zegt hij, besluit Euphoric met het nummer `G. Daddy', waarop Belgenpopveteraan Raymond van het Groenewoud meedoet. ,,Om te laten zien: dit is een mogelijke weg naar de toekomst van Stijn.''

Live optreden is heel belangrijk voor hem, belangrijker nog dan het maken van platen. ,,Daarin kan ik verschillen van een electroclashgroep of een revival-eighties-rockband. Ik heb een achtergrond in het toneel. Als kind stond ik in een opera, mijn vader is muziekleraar, mijn moeder zanglerares, mijn broer dj. Die achtergrond komt nu lekker tot zijn recht op het podium. Daar ga ik flink tekeer en ik hang er ook nog een beetje de operaster uit – ik zing graag een stukje van Verdi.''

Ouwe bakken

Euphoric klinkt hitsiger dan je zou verwachten van een plaat die Stijn in zijn eentje in elkaar zette. Over hoekige beats en primitieve synthesizers zingt hij in knauwend Engels – met flarden Frans en Nederlands – over wat hem bezighoudt. De klinische, steriele uitstraling van de synthesizerpop van de jaren tachtig, een van zijn belangrijkste inspiratiebronnen, is in zijn handen, in navolging van zijn idool Prince, diametraal omgedraaid. Net als de beoefenaren van de electroclash, die met vergelijkbare muzikale uitgangspunten een voorkeur voor hitsige groezeligheid uitdragen en zo de jaren tachtig naar hun hand zetten.

Stijn wil niet bij de electroclash horen, maar toch put hij zijn muziek uit soortgelijke bronnen. ,,Ik ben opgegroeid in de jaren tachtig en werk met instrumenten uit die tijd. Maar daar probeer ik mijn eigen sausje overheen te gieten. Je kent de klanken, maar niet de volgorde.'' Hij houdt van het warme, onvoorspelbare karakter van die `ouwe bakken'. ,,In hedendaagse elektronische muziek doen ze vaak hun best om de instrumenten en samples zo clean mogelijk te doen klinken. Terwijl ik het leuk vind dat de 808, de Linn of die andere oude drumcomputers elke dag zelf beslissen op welke manier de kickdrum vandaag weer klinkt. Het spreekt me aan dat die apparaten goed zijn in één ding. Je weet van die apparaten wat ze kunnen, dat weten ze zelf ook en als ze misselijk zijn doe ik ze gewoon even uit.'' Maar als het om apparatuur gaat wil Stijn niet puristisch zijn. ,,In `Sex Junkie' gebruik ik een combinatie van een oude 808 drumcomputer en een Korg Electra, uit 1995 of 1998. Ik heb ook spullen van twee jaar oud. Als het goed klinkt, waarom zou ik het dan niet gebruiken? Ik werk het liefst in een simpele opzet, dat wel. Ik gebruik er geen computer bij.''

Dat betekent dat `live' bij hem ook echt `live' is. ,,Ik kan zelf bepalen hoe lang een partij duurt, wat ik heel prettig vind. Ook voor de toehoorder, want als iets niet goed is kan ik heel snel stoppen. Dan hoef ik niet te wachten tot de vooraf opgenomen partij afgelopen is.''

Euphoric is eigenlijk het tweede album van Stijn. Eerder maakte hij een dubbel-cd die hij zelf kopieerde en aan vrienden en bekenden sleet met de aanmoediging om er vooral ook kopietjes voor anderen van te branden. ,,Die plaat bevatte primitieve thuisopnamen, heel simpel en hard. En een live-set, omdat ik dat het liefst doe. Die plaat was een schets, die daarom niet echt een titel meekreeg. Euphoric is mijn officiële debuut.''

Toch heeft ook de muziek op Euphoric schetsmatige trekken. Wat geen slecht ding is: het heeft een directheid die de nummers goed staat. ,,Ik neem mezelf misschien niet altijd serieus, maar mijn muziek wel. In allerlei kunstvormen, als ik zo over mijn muziek mag praten, vind ik het leuk als een werk eerder een aanzet is dan een volledig, afgerond ding. De toeschouwer, luisteraar of lezer moet je niet onderschatten, die mag zelf ook wel wat doen. Niet uit luiheid van mijn kant, want het is soms veel gemakkelijker om een nummer vol te proppen dan om er van alles weer af te halen. Maar dat was het genot, de eigenlijke creatie. `Goldmine' zat aanvankelijk veel voller dan de uiteindelijke versie. Het duurde twee keer zo lang, met een drumsolo op een echt drumstel en lange lappen tekst. Het nummer is nu veel kleiner en gebalder geworden en blijft nog steeds overeind.'' Niet elk nummer is het resultaat van het wegsnijden van coupletten en het wissen van partijen. ,,Vaak is het er ook niet. Soms hoor ik hele orkesten in mijn hoofd. Maar dan denk ik: kalm aan Stijn, zo ver ben je nog lang niet. Laten we rustig beginnen en eerst even duidelijk maken wie Stijn is, waar hij van houdt, wat hij wil vertellen. Daarna lijkt het me wel eens leuk om met zo'n orkest te werken. Ik droom er af en toe van om weer met een band te spelen, want zo ben ik ook begonnen. Ik vind het leuk om ooit weer mensen te dirigeren.''

Heel lief

Dan is er Prince. Stijn vindt het ,,heel lief'' als je zegt dat het met zijn gelijkenis met de vroege Prince wel meevalt. Maar eigenlijk weet hij wel beter. In `Goldmine' laat hij een `Princewannabe', een `Princefanatic', een `Princyologist' en een `Prince idiot' figureren. Op de hoes van zijn eerste EP draagt hij, net als zijn idool, laarsjes met hoge hakken. ,,Ik heb ze op het podium ook aan, want zo groot ben ik niet. Ja, ik geef eerlijk toe dat ik veel met Prince bezig ben. Ik ben er een tijd heel fanatiek in geweest, bijna dwangmatig zelfs. Minstens één plaat per dag. Wanneer ik een concertopname van Prince hoorde wist ik meteen waar en wanneer dat was. Dat was griezelig irritant eigenlijk. Het is helemaal niet leuk om met mij over Prince te babbelen.''

Toevallig kwam Euphoric dit voorjaar uit in dezelfde tijd als Musicology, de alom als comeback ingehaalde nieuwe plaat van zijn idool. ,,Leuk hè? Ik schrok het hevigst toen bleek dat ik in een Waals blad een groter stuk kreeg dan Prince. Dat kon ik even niet vatten. Ik weet wel dat ik nieuw en vers ben en dat Prince al zolang meedraait, maar toch.''

Net als Prince in zijn jonge jaren, mag Stijn het in zijn liedjes graag over seks hebben. Zijn liedjes heten `Sexjunkie' of `Pussy On My Mind', dat bij optredens in Duitsland of Nederland al snel `Mushi auf den Kopf' of `Poesje in mijn hoofd' wordt. ,,Ik hoop niet dat het al te vulgair is'', zegt hij. ,,Mijn oma stoort zich er in ieder geval niet aan, die weet wat ik vertellen wil en als dat af en toe in de vorm van een seksnummer moet, dan moet dat maar. Het gaat wel over, zal ze denken, hij is nog jong. Ik denk niet dat ik mijn verdere carrière liedjes over seks zal maken. Ze zaten in mijn systeem. Ik dacht, ik kan ze er beter uitschrijven dan dat ik het opkrop. Dan ben ik er ook klaar mee. Ik schrijf even lief over andere dingen, hoor, maar die liedjes vallen weer niet op, hè? Ik ben nu nog lang niet toe aan een echt diep doordachte, psychologische, persoonlijke plaat. Ach, sex sells, en we zijn er allemaal uit ontstaan. Op reageerbuisbaby's na, wellicht.''

`Euphoric' (Mijn Label, distr. EMI)

Optreden: 22/8, Lowlands-festival, Biddinghuizen