Aangehouden man is niet gezochte `Madrid'-terrorist

De man die woensdag in Roosendaal is aangehouden blijkt niet betrokken bij de aanslagen in Madrid van 11 maart. Het gaat om een neef en naamgenoot van de gezochte Mohamed Belhadj.

Dat zeggen bronnen die betrokken zijn bij het internationale onderzoek naar de treinexplosies in Madrid van 11 maart, die aan 191 mensen het leven kostten. Ook een tweede arrestant is een neef van Belhadj. Beiden worden nu vastgehouden op verdenking van drugsbezit, omdat in hun woningen 600 xtc-tabletten en een halve kilo cocaïne is gevonden.

Uit afgetapte telefoongesprekken had de politie het vermoeden gekregen dat Belhadj (25) en een andere verdachte van de aanslagen in Madrid, Mohamed Afalah (28), zich in Roosendaal bevonden. Spaanse onderzoekers hadden al eerder vastgesteld dat beide Marokkanen contact hadden gezocht met mensen in Nederland voor onderdak.

Mogelijk is de vergissing mede ontstaan doordat de nu opgepakte neven van Belhadj dezelfde voornamen hebben als Mohammed Afalah en zijn broer Ibrahim. Deze Ibrahim Afalah is eerder opgepakt voor betrokkenheid bij de aanslagen in Madrid, maar vervolgens weer vrijgelaten. Spaanse identificatie-experts stelden gisteren op basis van vingerafdrukken vast dat de arrestanten niet de gezochte Afalah of Belhadj waren.

Het openbaar ministerie wil niet ingaan op de informatie die tot de arrestaties van woensdag leidde. Die gingen gepaard met inzet van veel agenten en traangas. Gisteren zei justitie al desgevraagd dat het geen mededelingen van de veiligheidsdienst AIVD betrof, zoals meestal bij aanhoudingen in verband met terrorisme, maar ,,politie-informatie''.

Een woordvoerder van het landelijk parket zegt dat de informatie dat Belhadj en Afalah zich in Roosendaal zouden bevinden als ,,betrouwbaar'' is beoordeeld en dat er dus moest worden opgetreden. ,,Gelet op het gedrag van andere Madrid-verdachten, die zichzelf bij hun arrestatie opbliezen, was het geen kwestie van het langssturen van de wijkagent,'' aldus de woordvoerder: ,,We hebben er dus voor gekozen om met veel en gespecialiseerd politiepersoneel de arrestaties te verrichten.''

Als gevolg van de grote politie-inzet was het volgens het landelijk parket geen optie de zaak stil te houden totdat de identiteit van de verdachten definitief was vastgesteld.

Mohamed Belhadj staat op de internationale opsporingslijst omdat hij de flat in de Madrileense buitenwijk Leganes heeft gehuurd van waaruit de aanslagplegers zouden hebben geopereerd. Tijdens de inval van de politie op 3 april bliezen de terroristen zichzelf op, waarbij ook een agent om het leven kwam. Van Mohamed Afalah is bekend dat ,,sporen'' van hem zijn aangetroffen in een gestolen Škoda die mogelijk gebruikt is bij de aanslagen. Hierin is ook DNA-materiaal gevonden van een van de terroristen die zichzelf in Leganes opbliezen.

Belhadj en Afalah zijn volgens Spaanse justitiële bronnen naar Barcelona gevlucht, waarna het spoor aanvankelijk verloren ging. Duidelijk was al wel dat er gebeld werd met in ieder geval één telefoonnummer met de internationale toegangscode 31, die van Nederland.