Wijn valt aan in wedstrijd om laagste belastingtarief

Nederland verlaagt de winstbelasting voor bedrijven om aantrekkelijker te worden als vestigingsplaats.

Zou het hem dan toch gaan lukken? Staatssecretaris Joop Wijn (Financiën, CDA) werd enkele maanden geleden nog bedolven onder hoongelach toen hij in een interview in Het Financieele Dagblad aankondigde nog deze kabinetsperiode het tarief voor de vennootschapsbelasting onder de 30 procent te willen brengen. Maar vandaag verdedigt de CDA'er zijn plan in de ministerraad om het tarief stapsgewijs omlaag te brengen van 34,5 procent nu naar 30 procent in 2007. Dit betekent een lastenverlichting voor het bedrijfsleven van 2,4 miljard euro, al moet datzelfde bedrijfsleven opdraaien voor het grootste deel van de dekking van dat bedrag.

Zo wil Wijn de fiscale bevoordeling van bedrijfswagens (het zogenoemde grijs kenteken) afschaffen. Dat zou op termijn ruim 1 miljard euro opleveren aan motorrijtuigenbelasting en belasting op personenauto's en motoren (BPM). Ook wordt de energiebelasting voor bedrijven met 300 miljoen euro verhoogd, wordt een aantal nu onbelaste autoaccessoires onder de BPM gebracht en gaan directeuren groot-aandeelhouder (mensen met een belang van 5 procent of meer in een bedrijf) meer belasting betalen: 30 in plaats van 25 procent over de inkomsten uit hun belang.

Behalve een verlaging van de winstbelasting krijgen ook ondernemers die geen vennootschapsbelasting betalen – omdat ze geen besloten of andere vennootschap hebben – een lagere belasting. Ze krijgen een hogere zelfstandigenaftrek voor hun inkomstenbelasting: 9.235 euro in 2007 in plaats van 6.585 euro nu.

Vanmorgen al was Wijn op de radio te horen met een uitgebreide toelichting op zijn voorstel. Dat is opmerkelijk, omdat het plan pas vandaag in de raad besproken zou worden. Een ingewijde meldt dat Wijn zich echter op voorhand had verzekerd van de steun van de ministers Zalm (Financiën, VVD) en Brinkhorst (Economische Zaken, D66) en premier Balkenende (CDA). Daarmee is steun van het kabinet nagenoeg gegarandeerd.

Wijn begon eerder dit jaar ook al een discussie over de herziening van de vennootschapsbelasting. Volgens een betrokkene zou die discussie, die eind 2005 moet resulteren in een wetsvoorstel, in 2007 ook nog tot een extra verlaging van de vennootschapsbelasting tot 29 procent kunnen leiden.

De verlaging van de vennootschapsbelasting is volgens ambtenaren op Financiën van groot belang voor het Nederlandse investeringsklimaat. In weerwil van de beruchte uitspraak van Wijns voor-voorganger Vermeend – ,,tarieven blaffen wel maar ze bijten niet'' – is Financiën er van overtuigd dat internationale belastingadviseurs wel degelijk naar de hoogte van de tarieven kijken. Daarbij zijn de nominale tarieven interessanter geworden sinds Brussel de mogelijkheid van specifieke aftrekposten voor bedrijven scherper controleert. Veel maatregelen die Nederland had om het voor bedrijven aantrekkelijk te maken zich hier te vestigen, werden als staatssteun bestempeld en moesten worden afgeschaft. Daardoor werd het zogenoemde effectieve tarief (het nominale tarief min de aftrekposten) hoger.

Nederland zal door de aangekondigde verlaging een scherp concurrerend tarief hebben ten opzichte van de directe concurrenten als Duitsland, Frankrijk en België. De vraag is echter voor hoe lang. Want ook in België, Duitsland en Frankrijk woeden er discussies over het investeringsklimaat. Zonder Brussels decreet over een minimumtarief, kan een dergelijke concurrentiestrijd leiden tot de zo gevreesde race to the bottom.