Sharon en Arafat kampen met revolte

Zowel de Israëlische premier Sharon als de Palestijnse president Arafat kampt met aanzwellende interne kritiek. Ze luisteren er niet naar.

De politieke levens van Ariel Sharon, premier van Israël, en Yasser Arafat, president van de Palestijnse Nationale Autoriteit, worden al decennialang bepaald door geweld, intriges, weerstand en opstand. De overeenkomsten tussen de bejaarde leiders, allebei gevorderde zeventigers, waren gisteren bijna tastbaar toen Arafat 's middags in Ramallah, en Sharon 's avonds in Tel Aviv, met weinig concreet succes worstelden met aanzwellende interne kritiek en, zij het nog niet massaal, met openlijk verzet tegen hun leiderschap.

In de grote, inmiddels gerestaureerde hal van de regeringszetel in Ramallah zette Arafat het beproefde middel van een deemoedig geformuleerd mea culpa in om de zware verwijten aan het adres van de Palestijnse Autoriteit het hoofd te bieden. ,,We moeten de moed hebben onze fouten te erkennen. Iedereen maakt fouten, ook ik en anderen. Zelfs de profeten hebben fouten gemaakt'', zei Arafat in de afgeladen hal met de leden van de Palestijnse wetgevende raad. Maar wie wachtte op concrete toezeggingen over het bestrijden van de corruptie, de chaos, het gebrek aan leiderschap, de conflicten tussen rivaliserende clans en veiligheidsdiensten, wachtte tevergeefs.

Deze kritiek is niet alleen afkomstig uit Israël, de Verenigde Staten, Europa of uit de mond van de Jordaanse koning Abdullah, maar valt ook te beluisteren in de roerige Palestijnse straat en in de Palestijnse wetgevende raad. In een onlangs gepubliceerd vernietigend rapport constateerde het Palestijnse parlement dat er ,,een totaal gebrek aan politieke besluitvorming'' heerst en dat de gang van zaken in de Palestijnse Autoriteit wordt bepaald door een ,,volslagen gebrek aan openheid, transparantie en democratie''.

In de Palestijnse optiek ligt met argumenten omkleed een deel van de verantwoordelijkheid bij de Israëlische bezetting, maar het is opvallend dat ook Arafat en zijn oude strijdmakker Qurei, nu premier, verantwoordelijk worden gehouden voor ,,de malaise in het gehele Palestijnse systeem''. Een van de opstellers van het rapport, Nabil Amr, overleefde eind juli ternauwernood een aanslag op zijn leven.

Geen woord daarover van Arafat of het moest de toezegging zijn ,,dat de fouten gezamenlijk hersteld moeten worden''. De Palestijnse leider viel uit zijn rol toen oud-minister Abdul Jawad Salah hem toeriep: ,,Jij, Abu Amr, jij verdedigt de corrupten. Jij bent degene die hen beschermt.'' Zichtbaar geïrriteerd, ook omdat de televisiecamera's alles registreerden, siste Arafat, terwijl hij naar Salah wees: ,,Wees voorzichtig, wees voorzichtig.'' Een dreigement, waar Salah niet van onder de indruk was: ,,Hij is geen onderdeel van de hervormingen, hij is een onderdeel van de corruptie.''

Hoe dan ook, Arafat heeft voorlopig de meest recente golf van onrust en verzet tegen zijn leiderschap overleefd. De jongere generatie Palestijnse leiders, onder wie Mohammed Dahlan (42) uit Gaza-Stad, beschikken nog over te weinig gezag en aanhang om het Arafat werkelijk moeilijk te maken. Bovendien vormt de in de Gazastrook groeiende Hamas een stoorzender van formaat. Hamas beschouwt Dahlan als corrupt en een lakei van Amerika en Israël en weigert hem te steunen. Dat alles neemt niet weg dat het rondom de bijkans heilige Arafat blijft broeien en het opmerkelijke is dat Palestijnse parlementariërs en commentatoren steeds openlijker op zijn aftreden aandringen.

Sharon op zijn beurt kampt met een inmiddels openlijke revolte. Zijn Likud-partij is diep verdeeld over zijn plan de regering uit te breiden met de Arbeidspartij om vervolgens de joodse nederzettingen in de Gazastrook te ontruimen. In het Mann Auditorium moest hij gisteren tijdens een emotionele, schreeuwerige bijeenkomst van het Centraal Comité een zware nederlaag incasseren. Met 843 tegen 612 stemmen werd een niet-bindende resolutie aangenomen, waarin Sharon werd gemaand af te zien van hernieuwde regeringssamenwerking met de Arbeidspartij. Een interne opstand die wordt geleid door de ministers Landau en Sharansky, beiden zonder portefeuille, die achter de schermen samenzweren met de Likud-ministers Netanyahu (zwaargewicht, Financiën) en Shalom (lichtgewicht, Buitenlandse Zaken). Hoe lang Sharon kan doorgaan met het incasseren van nederlagen zonder zijn legitimiteit als partijleider en premier te verliezen is nu de vraag. Eerder verwierpen Likud-leden in een niet-bindend partijreferendum het plan de nederzettingen in de Gazastrook te ontruimen.

Sharon zelf vindt dat hij kan doorgaan, omdat hij de steun heeft van de meerderheid in de Knesset. Zolang hij die meerderheid heeft – en het tegendeel is nog niet gebleken – bulldozert hij voort. Maar het probleem is dat ook in de Likudfractie van de Knesset de twijfels over de plannen van Sharon groeien onder druk van kolonisten die zich verzetten tegen het Gazaplan, en van rechtse groepen, die Simon Peres zien als ,,het symbool van het slechte in Israël is'' en vrezen dat de gematigd linkse Arbeidspartij de economische en buitenlandpolitieke koers wil verleggen. Tegelijkertijd is het politieke kapitaal en het aanzien van Sharon zo groot dat geen van zijn critici de geschiedenis wil ingaan als ,,vadermoordenaar''.