Schnabbelen

Wat me vooral dwarszit aan die lijsten van voor de overheid bijklussende journalisten, is dat ik er zelf niet opsta. Het bewijst maar weer eens dat ik op een volstrekt onaanzienlijk deel van de journalistieke markt actief ben. Dat leidt tot pijnlijk zelfonderzoek. Moet ik iets heel anders gaan doen, of heeft het met mijn persoon te maken: ben ik te lelijk of draag ik de verkeerde pakken?

Nooit is er eens een departement dat mij opbelt met het verzoek: ,,Wij organiseren een congres over de toekomst van de bolgewassen in de zuidelijke provincies, zoudt u dagvoorzitter willen zijn? Deskundigheid is niet vereist, als u de mannen maar een beetje lekker laat lullen. Geld zát bij ons ministerie, hoezo bezuinigingen, dus voor 7.000 euro, uiteraard exclusief BTW, bent u onze man.''

En wat een schitterende opdracht moet het wel niet zijn om, zoals Victor de Coninck, minister Remkes te mogen leren ,,hoe hij zich soepeler kan presenteren''. Mijn eerste advies waarvoor ik alleen al minstens 5.000 euro zou vragen: ,,Hand voor de mond, ook als u niet lacht.'' Tweede advies: ,,Doe nooit meer enige uitspraak, want het valt toch altijd verkeerd.''

Daarna is je kostje als journalistiek adviseur gekocht. Je bent rijp voor een nog veel belangrijker opdracht: de ontbolstering van de premier zelf. Ik zal niet alles verklappen, maar het is duidelijk welke kant het opmoet: andere coupe, nieuw montuur, oorbelletje, minuscule, maar markante tatoeage in de nek en een goede logopedist. Tony Blair zal erbij verbleken.

Enkele schnabbelende journalisten hebben zich verdedigd met de bewering dat de fors betaalde overheidsopdrachten geen bedreiging vormen voor hun onafhankelijkheid. Dat lijkt een belachelijke stelling, maar ik geloof dat ik de interne logica ervan wel begrijp. Wie wekelijks enkele riante dagvoorzitterschappen in de wacht sleept, hoeft zich na een poosje van niemand meer afhankelijk te voelen. En dat willen we toch allemaal?

Ik zou het wel weten. Eindelijk zou ik korte metten kunnen maken met de verzoeken die mij altijd bereiken. Meer in de sfeer van slechtbehuisde bibliotheken, door het ministerie (jawel!) afgeknepen scholen en idealistische leesclubs.

,,Wilt u niet eens een avondje komen voorlezen'', meldt een montere vrijwilliger zich.

,,Waar woont u?''

,,In Reutum. We halen u op bij het station van Almelo.''

,,Kan ik nog terug?''

,,Moeilijk, maar de voorzitter heeft nog wel een bed over.''

,,En het honorarium?''

,,Wij zitten slecht in onze middelen, maar wij vergoeden in ieder geval de trein – tweede klas.''

,,Hoeveel mensen verwacht u?''

,,Bij bekende mensen van de tv, zoals uw collega Albert Verlinde, zit het altijd vol.''

,,Waarom vraagt u hém dan niet?''

,,Hij was verhinderd.''

Het is duidelijk: ik moet het anders aanpakken, maar hoe? Eigenlijk heb ook ik Victor Deconinck nodig, maar helaas kan ik hem niet betalen.