Rohmers buurtje lijkt op een oerdorp

Dorpen zijn in mode. Vooral in provincies buiten de Randstad zijn stads- en provinciale besturen en projectontwikkelaars druk bezig met plannen voor de bouw van geheel nieuwe dorpen. Niet alleen omdat uit onderzoek blijkt dat veel Nederlanders graag in dorpen wonen, maar ook omdat nieuwe dorpen een alternatief kunnen zijn voor de onstuitbare opkomst van de inwisselbare buitenwijkjes met vrijstaande, meestal witte huizen die het oorspronkelijke karakter van bestaande oude dorpen steeds verder aantasten. Liever een heel nieuw dorp dan een overwoekering van de oude dorpen door `witte schimmel', is de gedachte.

Ook in Stellinghof, de nieuwe wijk van Vijfhuizen, speelt dorpsheid een rol. Liesbeth van der Pol, die het stedenbouwkundig plan voor de nieuwbouwwijk ontwierp, bepaalde dat de vier architecten die de verschillende delen van Stellinghof voor hun rekening namen, moesten aansluiten bij de typische dorpsbebouwing van Vijfhuizen.

Nu de wijk is voltooid, moet worden vastgesteld dat het niet alle vier architecten even goed is gelukt een nieuwerwets dorp te ontwerpen. Het deel van broer en zus Boudry, twee jonge jonge Belgische architecten, doet bijvoorbeeld denken aan een nieuwe Nederlandse buitenwijk uit het begin jaren negentig. Hun strenge doosjes met dakopbouwen staan in het teken van het neomodernisme dat toen in Nederland heerste en lijken eerder afkomstig uit een of andere Duitse wijk uit de jaren twintig dan uit een dorp.

Het beste deel van de wijk is ontworpen door Marlies Rohmer. Net als in andere delen van Stellinghof moeten de bewoners hun auto's parkeren aan de rand van hun buurtje en hun tocht naar huis vervolgens te voet voortzetten. Maar hier heeft de Amsterdamse architecte Rohmer het niet bij gelaten. Niet alleen zijn in Rohmers deel de huizen op een losse manier verdeeld over het bouwterrein, maar ook verschillen ze in omvang. Zoals in Nederlandse dorpen kleine huizen en gebouwtjes vaak naast verbazend grote schuren of loodsen staan, zo bestaat de bebouwing van haar deel van Stellinghof uit vrijstaande huizen, twee-onder-één-kappers, vier aaneengeschakelde woningen en kloeke appartementsgebouwen met zestien appartementen. De zestien appartementen zijn huurwoningen, de rest zijn koopwoningen.

De twee grote appartementsgebouwen kunnen niet alleen worden beschouwd als het equivalent van grote loodsen in een dorp, maar doen, door hun centrale ligging in beide delen, ook denken aan een dorpskerk. Ze zijn een baken in de buurtjes, iets waar het in veel Vinex-wijken zo vaak aan ontbreekt.

Ook in hun vormgeving verwijzen Rohmers woningen naar oude dorpen. Net als Noord-Hollandse stolpboerderijen met hun reusachtige piramidedaken lijken Rohmers woningen alleen uit daken te bestaan. De van onder tot boven uniforme gevelbekledingen van kleurige leistenen en de dikke, lichtbruine omkaderingen van de grote glasvlakken geven de woningen bovendien iets robuusts en archetypisch': Rohmers buurtje lijkt op een oerdorp met oerwoningen. Maar de archetypische vormgeving is niet ten koste gegaan van de interieurs: weliswaar hebben de woningen geen gewone ramen, maar de grote glasvlakken zorgen voor zeeën van licht in de woningen met degelijke plattegronden.

Natuurlijk is Stellinghof geen echt dorp, maar is en blijft het een buurtje zonder winkels of andere bedrijvigheid. Maar toch: hoe kunstmatig ook, de dorpsheid van Rohmers buurtje is een mooi alternatief voor de doorsnee Vinex-straat met rijtjeshuizen.

Gebouw: Woningen in Stellinghof, Vijfhuizen. Architect: o.a. Marlies Rohmer. Opdrachtgever: Gemeente Haarlemmermeer en Dura Bouw Amsterdam. Ontwerp: 1999. Oplevering: 2003. Kosten: 8 miljoen euro.