Ombudsman tikt Justitie op de vingers

Het ministerie van Justitie heeft in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gehandeld door een psychisch gestoorde een jaar lang vast te houden in een huis van bewaring. De man had geplaatst moeten worden in een psychiatrische inrichting.

Dit zegt de Nationale Ombudsman na een onderzoek naar de behandeling van zogeheten artikel 37-patiënten. Dit zijn psychiatrische patiënten die strafbare feiten hebben gepleegd, maar niet toerekeningsvatbaar zijn.

Als deze patiënten worden ontslagen van rechtsvervolging, kunnen ze op last van de rechter wel maximaal voor de duur van een jaar worden opgenomen in een psychiatrische inrichting. Maar in de praktijk, zo blijkt uit het rapport, komt het voor dat deze patiënten wegens capaciteitsgebrek dat jaar geheel of gedeeltelijk moeten doorbrengen in een huis van bewaring.

Het is onbekend hoe vaak dat gebeurt. Het ministerie van Justitie kon de Ombudsman alleen informatie verstrekken over 2003. In dat jaar werden 106 patiënten via deze procedure in een psychiatrische inrichting geplaatst. Hoeveel mensen tevergeefs hebben gewacht, is onbekend. De Ombudsman hekelt in zijn rapport de gebrekkige informatievoorziening van het ministerie. Hij vindt dat de problematiek onvoldoende in kaart is gebracht en dat minister Donner (Justitie, CDA) ,,tekort geschoten is in het treffen van maatregelen''.

De Nationale Ombudsman deed onderzoek naar de behandeling van deze patiënten na een klacht van een man die in maart 2000 zo'n maatregel opgelegd kreeg en vervolgens tot juli 2001 in een huis van bewaring verbleef. Na ontslag belandde de man in het Amsterdamse zwerverscircuit. Hij werd volgens zijn advocaat, G. Hamer, enige tijd later dood aangetroffen in een sloot.

Volgens de hoogleraar forensische psychiatrie H. van Marle, die als expert in dit onderzoek door de Ombudsman om advies is gevraagd, is het de afgelopen jaren vaker voorgekomen dat patiënten het volledige door de rechter opgelegde jaar in de gevangenis doorbrengen. De staat zorgt slecht voor deze patiënten, aldus Van Marle. ,,Iedereen schuift elkaar de bal toe, maar het komt erop neer dat er geen voorzieningen zijn voor deze mensen in de samenleving.''

Volgens de Ombudsman mag Justitie artikel-37-patiënten wel tijdelijk onderbrengen in een huis van bewaring, maar dan alleen in afwachting van overplaatsing in een psychiatrische instelling. Voor de man die een jaar lang in het huis van bewaring verbleef, was het op enig moment duidelijk dat geen enkele inrichting hem wilde opnemen. Daarna was de basis vervallen om hem op te sluiten in een huis van bewaring.

De Ombudsman verwijst naar een recente uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Daarin oordeelde het Hof dat mensen die ter beschikking zijn gesteld (tbs'ers) niet langer dan een half jaar mogen worden vastgehouden nadat de termijn van behandeling in een tbs-kliniek is ingegaan.

Tbs'ers zijn veroordeelde mensen die na het uitzitten van hun straf van de rechter psychiatrische behandeling moeten ondergaan. Moeten zij daar langer dan een half jaar op wachten, dan is dat volgens het Hof in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Volgens de Ombudsman moet voor artikel-37-patiënten een maximale wachttijd van twee maanden gelden.