Nog geen eeuwige roem na zilver judoka Bosch

Ze traint onder een filosoof, maar judoka Edith Bosch blijft een straatvechter. Een flapuit voorbij de grens van het toelaatbare.

Edith Bosch praat zoals ze judoot: als een straatvechter. Fijnzinnigheid is geen deugd van de judoka, die gisteren bij de Olympische Spelen in Athene de zilveren medaille won in de categorie 'tot 70 kg', maar in haar commentaar op de verloren finale uitbundigheid afwisselde met sneren naar haar Japanse tegenstandster Masae Ueno.

Hoewel Bosch een flapuit is, overschreed zij met een aantal diskwalificaties van Ueno de grens van het toelaatbare. Zo noemde ze de gouden-medaillewinnares uit Japan ,,een dwerg met een dikke kont'' en haar frustratie steeg helemaal naar een bedenkelijk niveau toen haar ontglipte ,,dat er weer zo'n spleetoog met een gouden medaille vandoor gaat''.

Deze uitspraken typeren Bosch, die er niet altijd in slaagt haar negatieve gevoelens te onderdrukken of in deugdelijk taalgebruik tot uitdrukking te brengen. En blijkbaar kan trainer Chris de Korte, die het judo graag filosofisch mag benaderen, haar dat fatsoen evenmin bijbrengen. Hetgeen te denken geeft, omdat hij zijn ondeugdheden wel weet te kanaliseren en voor de gentleman onder de Nederlandse judotrainers door gaat. Vergelijk zijn ingehouden stijl van coachen met die van de agressieve Cor van der Geest en De Korte is getypeerd.

De relatie tussen Bosch en De Korte is een voorbeeld van de werkbaarheid tussen tegenpolen. En toch ook van de discipline die een sportvrouw van het kaliber Bosch, gelet op prestaties, wel degelijk kan opbrengen. Maar schijnbaar weegt het juk van de vele verplichtingen als topsporter dermate zwaar én zijn de erecodes in het judo dermate streng, dat Bosch haar ontladingen nodig heeft.

In Bosch' voordeel pleit dat zij ook lief en teder kan zijn. Want nadat ze Ueno had geschoffeerd, noemde ze haar ,,ook erg aardig'' en erkende ze terecht te hebben verloren. Bosch: ,,Ik kon het niet laten om haar onmiddellijk na de partij even te knuffelen. Ik had eerst de pest in dat ik de gouden medaille had verspeeld, maar tegelijkertijd besefte ik dat ik blij moet zijn met zilver. De eeuwige roem gaat weliswaar aan me voorbij; maar ik wilde een medaille en nu heb ik die medaille.''

Terwijl Bosch doorkwebbelt bungelt de krans van olijftakken achteloos aan haar vinger. Op de vraag of ze krans wel een gepaste symboliek vindt bij de Olympische Spelen in Griekenland geeft ze een antwoordt dat niet getuigt van veel historisch besef. Bosch vertelt dat ze die olijfkrans niet mooi vindt, maar hem wel als aandenken wil houden. Dat bij de klassieke Spelen de winnaar geen medaille maar een erekrans op het hoofd kreeg en dat daaraan nu wordt gerefereerd, heeft voor judoka weinig betekenis; ze had eerder het gevoel met een olijfkrans voor gek te lopen.

Hoe bot Bosch ook kan zijn, ze is wel een topsportster voor wie sinds gisteren een diepe buiging gemaakt mag worden. Bosch judode een voortreffelijk toernooi om uiteindelijk in de finale op haar waarde te worden verslagen. Ueno won met een ippon op het moment dat Bosch met een yuko op voorsprong stond. ,,Ik lette eentiende van een seconde niet op en dat werd me fataal. Anderzijds vind ik dat het mooie van judo, want je kunt ook op die manier winnen.'' En dat had de fel en agressief strijdende Bosch op weg naar de finale laten zien. Die bereikte ze vrij probleemloos, al was ze in haar eerste partij tegen de Spaanse Cecilia Blanco aan de beslissende ippon ontsnapt. ,,Ik was even bang dat de scheidsrechters die zouden geven, maar gelukkig gebeurde dat niet. Ik moet de televisiebeelden zien om te kunnen beoordelen of het terecht was, maar mijn gevoel zegt van wel.''