LPF en LPF

Aan de chronische crisis waarin het hoofdbestuur van de Lijst Pim Fortuyn sinds het ontstaan van die partij verkeert, is deze week een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Ditmaal draait het om de poging van het bestuur om bij de rechter in Rotterdam een zogenoemd `technisch faillissement' te laten uitspreken. De bedoeling was dat de partij op deze manier leningen van de twee voornaamste geldschieters kon omzetten in schenkingen zonder daarbij de hieruit voortvloeiende belastingaanslag te hoeven voldoen. Het is de vraag of de fiscus met deze truc akkoord zou zijn gegaan. Zover komt het nu nog niet, omdat de rechter de faillissementsaanvraag afwees op de grond dat het bestuur voor deze actie toestemming moet hebben van de leden van de vereniging. Dat het bestuur al voor de rechterlijke uitspraak een nieuwe vereniging had opgericht om een `doorstart' mogelijk te maken, levert nu de unieke situatie op dat er twee politieke verenigingen zijn met eenzelfde naam onder een identiek bestuur.

Het gaat hierbij om meer dan de zoveelste soap rond de LPF, die de afgelopen twee jaar kampte met ruzies, afsplitsingen en bestuurswisselingen. Voor de LPF gold langzamerhand het adagium: de toestand is hopeloos, maar niet ernstig. Dat gaat in dit geval niet op. Een politieke vereniging, die nota bene is vertegenwoordigd in het hoogste democratische orgaan van het Nederlandse staatsbestel, kan niet als een voetbalclub of een vastgoedonderneming creatief omgaan met de regels in een poging de fiscus te ontwijken. Behalve een juridische heeft deze kwestie daarom ook een morele dimensie. En die klemt des meer door de sinds kort geïntensiveerde betrokkenheid van de Tweede-Kamerfractie met het hoofdbestuur van de partij. Tot voor kort was het beeld steeds dat de fractie er nu eenmaal weinig aan kon doen dat de jonge partijorganisatie te kampen had met kinderziekten. Die afstand tussen de Kamerfractie en het partijbestuur bestaat niet meer sinds Kamerlid en oud-minister Nawijn in juni lid werd van het hoofdbestuur. Ook heeft fractievoorzitter Herben deze week verklaard de gekozen handelwijze van het hoofdbestuur te steunen. Alleen al met het oog op de geloofwaardigheid van het optreden in de Tweede Kamer is dit op z'n minst onverstandig. In welk licht moeten bijvoorbeeld nu de vragen worden gezien die LPF-Kamerlid Van As vorige maand stelde over ,,het bewust laten lopen van kleine fraudeurs'' die een vennootschap failliet laten gaan om de fiscus te ontlopen?

Het ministerie van Binnenlandse Zaken beschikt om goede redenen niet over mogelijkheden om tegen dit soort onregelmatigheden bij politieke partijen op te treden. Daarom geldt te meer dat een partij zich ten volle bewust moet zijn van haar eigen verantwoordelijkheid. Schijnconstructies die een loopje nemen met de regels, passen niet in het arsenaal van mogelijkheden om de partijboekhouding op orde te brengen.