`Israël martelt Palestijnen in cel'

De Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst, Shin Bet, gebruikt bij het ondervragen van een speciale categorie Palestijnse gevangenen, de zogeheten ,,tikkende tijdbommen'', martelpraktijken. Dat blijkt uit interne documenten van de Shin Bet, die vandaag zijn gepubliceerd door de Israëlische krant Ha'aretz en het Public Committee Against Torture in Israel (PCATI).

Onder de geopenbaarde documenten bevindt zich het verslag van Shin Bet-ondervrager `Oz' die beschrijft hoe in mei 2002 een Palestijnse gevangene, Hussam Atef Badran, lid van de moslimextremistische Hamas, eerst werd geslagen en vervolgens werd onderworpen aan hatyat gav. Dat is een zeer pijnlijke ondervragingstechniek: de gevangene wordt ruggelings op een kruk gelegd met handen en voeten aan elkaar vastgebonden. De ondervrager drukt dan vervolgens zijn hoofd en schouders minuten lang verder naar beneden. In het gedetailleerde verslag beschrijft `Oz' hoe hij deze techniek eerst tien minuten, vervolgens dertig minuten en daarna nog eens 22 minuten toepaste. Volgens de ondervrager waren ,,deze maatregelen'' noodzakelijk ,,gezien de ernst van de onmiddellijke dreiging''.

In 1999 bepaalde een meerderheid van de Israëlische Hoge Raad na enkele geruchtmakende publicaties expliciet dat deze en andere gewelddadige ondervragingstechnieken beschouwd moeten worden als martelingen en illegaal zijn, ook omdat Israël in 1991 het VN-verdrag tegen foltering heeft geratificeerd. Maar na het begin van de tweede intifadah in 2000 raakte volgens mensenrechtenorganisaties en gevangenen bij de Shin Bet het gebruik van diverse gewelddadige ondervragingstechnieken weer in zwang.

Badran, afkomstig uit een vluchtelingenkamp bij Nablus, wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij de organisatie van een terroristische aanslag in Haifa in 2001, waarbij vijftien buspassagiers werden gedood, het opleiden van Hamas-activisten en het financieren van aanslagen. Zijn proces loopt nog.

Het ministerie van Justitie in Jeruzalem wilde vandaag niet reageren op de publicatie van de documenten. Een woordvoerder van Shin Bet ontkende dat de dienst onwettelijke ondervragingstechnieken gebruikt. Directeur Hannah Friedman van PCATI heeft inmiddels bij procureur-generaal Mazuz een klacht ingediend over deze en nog elf andere gevallen, waarin volgens de mensenrechtenorganisatie tijdens de verhoren Palestijnen zijn gemarteld. Opnieuw procedures openen bij de Hoge Raad is niet aan de orde. ,,De wet is duidelijk, we weten wat we op papier hebben en niet wat we in het huidige klimaat krijgen als wij de discussie heropenen'', aldus Friedman.