Het platteland zoekt werk in Shanghai

Vroeger werden bedelaars in China tijdelijk opgesloten in kampen. Maar dat mag niet meer, en nu zijn ze een gewone verschijning geworden in het straatbeeld van de miljoenenstad Shanghai.

Op de brug die twee grote warenhuizen in de Chinese havenstad Shanghai met elkaar verbindt, staat om de paar meter een jongen te bedelen. Ze hebben gemeen dat ze beide armen vanaf de schouders missen. Als de ordedienst van een van de warenhuizen komt aanlopen, schieten de jongens weg, maar even later zijn ze weer teruggekeerd op hun vaste plek.

Waar de jongens vandaan komen, is niet duidelijk. Ook is niet goed te zeggen of ze zijn geboren met hun lichamelijke gebrek, of dat iemand met opzet hun armen heeft afgehakt om ze geschikter te maken voor het vak van bedelaar, een gerucht dat hardnekkig de ronde doet.

Wat in elk geval wel duidelijk is, is dat het aantal bedelaars in Shanghai de laatste tijd hand over hand is toegenomen.

Ook het aantal mensen van buiten de stad die nog net niet aan de bedelstaf zijn, neemt toe. Onder een brug ligt een meisje van vijf tegen haar grootmoeder aan te slapen op een groot stuk reclamekarton. Haar moeder, een vrouw van 27 uit de buurt van de stad Xuzhou in de naburige provincie Zhejiang, koopt plastic flessen van vooral vrouwelijke verzamelaars in de buurt. Veel verdient ze niet met haar handel.

,,Ik begin elke ochtend om elf uur, 's avonds om twaalf uur ga ik weer weg'', zegt ze, terwijl ze de flessen in een enorme juten zak stopt.

,,We slapen aan de rand van de stad in een kamer die mijn broer huurt. Hij werkt in de bouw, maar als hij werkloos wordt, kunnen we die kamer niet meer betalen'', zegt de vrouw, die haar dochtertje Mengmeng dit najaar graag in haar geboortedorp op school zou doen.

De grote instroom van bedelaars en van mensen die nauwelijks over middelen van bestaan beschikken, heeft te maken met een verandering in de nationale regelgeving. Een jaar geleden heeft de Chinese overheid besloten om een omstreden wet op te heffen die het mogelijk maakte om mensen van buiten de stad tijdelijk in detentiekampen vast te zetten. Iedereen die niet over de juiste verblijfspapieren voor de stad beschikte, kon door de politie worden opgepakt, om na een verblijf in een kamp teruggestuurd te worden naar de plaats van herkomst.

De regel werd ingetrokken nadat er nationale verontwaardiging was ontstaan over een man die in de kliniek van een kamp in het zuiden van China werd doodgeslagen omdat hij te luidruchtig geprotesteerd zou hebben tegen zijn opsluiting. De daders bleken andere gedetineerden te zijn, die onder aansporing van het personeel van de kliniek op de man waren gaan inslaan om hem stil te krijgen.

Nu het gevaar van opsluiting en van al te beroerde behandeling door de notoir hardhandige Chinese politie geweken lijkt, krijgt Shanghai net als andere grotere steden in China langzaam maar zeker steeds meer te kampen met overlast van steeds assertievere bedelaars. Overal verschijnen ze, vooral rond de zeer luxe winkelcentra en op plekken waar veel uitgaansleven is. Ze trekken aan de mouwen van passanten, lopen hele stukken met hen mee en klampen zich steeds vaker gewoon aan hen vast.

De plaatselijke bevolking is over het algemeen niet erg gecharmeerd van al die bedelaars, en de verhalen dat het hier niet gaat om `echte' armen, maar om mensen die bedelen als een lucratief beroep zien, en dat bedelaars met een taxi van en naar het werk gaan en in hotels slapen, zijn net zo talrijk als moeilijk te verifiëren.

De bedelaars in Shanghai kunnen aanspraak maken op een verblijf van maximaal tien aaneengesloten dagen in één van de twintig opvangcentra voor bedelaars en daklozen die Shanghai heeft opgericht sinds de wet is veranderd. Daar hebben ze recht op gratis maaltijden, op medische zorg en op vervoer terug naar huis.

Maar veel bedelaars voelen daar niets voor, omdat ze op straat meer kunnen verdienen dan wat de gemeente hun verstrekt. Ze voelen er ook weinig voor om naar hun geboortedorpen terug te gaan, want daar valt nauwelijks iets te verdienen.

De politie van Shanghai constateert dat er in steeds meer gevallen criminele bendes bij het bedelen betrokken zijn. Die bendes dwingen jongeren, afkomstig van het platteland, om voor hen te bedelen. De stad ontmoedigt zijn inwoners dan ook om geld aan bedelaars te geven, om zo het beroep van bedelaar minder aantrekkelijk te maken.

Nu de politie weinig meer tegen hen kan uitrichten, is het de taak van particuliere bewakingsdiensten geworden om de bedelaars bij de ingangen van dure winkelcentra weg te sturen. Een beetje ironisch is dat wel, want ook de jongens van de bewakingsdiensten zijn vrijwel allemaal mensen van buiten de stad, die proberen om op de een of andere manier in de stad te overleven. Hopeloos lijkt het werk van de bewakers ook, als je ziet hoe snel de bedelaars hun plaats weer innemen.

Met de bedelaars krijgt Shanghai steeds meer het aanzien van een `gewone' wereldstad, compleet met een politiemacht die niet veel anders kan dan deze ongewenste elementen maar te gedogen.