Het Iraakse parlement is niet van iedereen

Irak heeft sinds gisteren een interimparlement. Een afspiegeling van de Iraakse samenleving is de vergadering niet geworden.

Als de samenstelling van het nieuwe interim-parlement van Irak iets zegt over de verkiezingen die voor januari volgend jaar op de agenda staan, dan ziet het er somber uit.

De Nationale Conferentie van 1.300 afgevaardigden uit het hele land die de afgelopen vier dagen in de hoofdstad Bagdad hebben geruzied over de samenstelling van het parlement ging gisteren in onvrede uiteen. De lijst van 81 leden lag er dan wel (de overige negentien leden zijn voormalige afgevaardigden van de door de Verenigde Staten aangestelde Iraakse regeringsraad), maar dat duidt allerminst op nationale consensus.

Verscheidene afgevaardigden lieten het boos afweten omdat zij zich ondervertegenwoordigd voelden op de door de Conferentie samengestelde kandidatenlijst. Zo trok een 43-koppige delegatie uit Basra, de tweede stad van Irak, zich gisteren terug uit woede over het aantal zetels dat hun was toebedeeld. De gedelegeerden wilden drie zetels, maar kregen er maar één. Bagdad kreeg er vier. ,,We zijn de stad van olie, de stad van revolutie en martelaarschap en we worden opzettelijk genegeerd door de Conferentie'', zei Isra Saad, de leider van de delegatie tegen het persbureau AP.

Andere partijen hadden vooraf al laten weten niet bereid te zijn tot participatie. Daartoe behoorden de radicale beweging van de shi'itische geestelijke Muqtada al-Sadr en de uitgesproken anti-Amerikaanse partij Vergadering van Moslim Geestelijken. Zij weigeren mee te werken aan een bestuur dat volgens hen in opdracht van de Verenigde Staten regeert.

Maar er zijn ook veel gematigde Iraakse groeperingen die ontevreden zijn. Critici hebben vooraf al ernstige vragen gesteld bij de manier waarop de Conferentie van 1.300 afgevaardigden werd samengesteld; volgens de organisatie was het een afspiegeling van de Iraakse samenleving. Groeperingen die zich nu buitengesloten voelen, klagen dat de vijf machtige partijen in Irak – het Iraaks Nationaal Akkoord, de Hoge Raad voor de Islamitische Revolutie, de Dawa partij, de Koerdische Democratische Partij en de Patriottische Unie van Koerdistan – het parlement domineren. Dat er op aandringen van de Verenigde Naties op het laatste moment nog eens driehonderd namen aan de lijst van oorspronkelijk duizend afgevaardigden werd toegevoegd, deed daar niets aan af. Veel Irakezen zijn er van overtuigd dat het interim-parlement uit de koker komt van de na de Amerikaanse soevereiniteitsoverdracht in juni aangetreden interim-regering. Zij zouden hun kans pas willen grijpen wanneer Irak in januari 2005 verkiezingen houdt.

Overigens is de voorbereiding van die verkiezingen de belangrijkste taak van het interim-parlement. Het handvest waaronder de honderd leden opereren, legt grote beperkingen op als het gaat om het controleren van de interim-regering. Zo hebben zij het recht hun veto uit te spreken over beslissingen van de regering, maar alleen met tweederde van de stemmen. De kans dat een dergelijk stemverhouding zal worden bereikt, is gezien de huidige samenstelling klein.