Held door 0,06 seconde verschil

Zwemmer Pieter van den Hoogenband behoort nu tot het type sporters van wie hij als kind al droomde.

Het was zo'n race waarover tot in lengte van dagen zal worden nagepraat. Zo'n race waarvan Pieter van den Hoogenband later, als hij thuis in Eindhoven de videoband nog eens terugspoelt, eens temeer zal beseffen hoe adembenemend spannend die was.

Het was uiteindelijk niet meer dan een handlengte (0,06 seconde in tijd, ongeveer twaalf centimeter in afstand), waarmee hij gisteren Roland Schoeman versloeg op de 100 meter vrije slag.

Een groot zwemmer én een groot kampioen was Pieter van den Hoogenband al. Maar gisteren trad hij toe tot wat hij zelf graag `het walhalla van de topsport' noemt: de galerij der olympische groten. Sporters die zich niet één, maar twee keer en dat op rij bewijzen op het allerhoogste podium. Sporters die na het beklimmen van de Olympus niet meteen weer naar beneden tuimelen, omdat ze bezwijken voor de verleidingen die olympisch succes onherroepelijk met zich meebrengt. Sporters, kortom, met het hart op de juiste plaats, sporters van wie hij als kind al droomde.

Tot dat selecte gezelschap behoort hij nu ook, en dat verklaarde de voor zijn doen ongekende vreugde-explosie. Want na twee vermaarde Amerikanen, Duke P. Kahanamoku (1912 en '20) en Johnny Weismuller (1924 en '28), en zijn Russische vriend en collega Aleksandr Popov (1992 en '96) is hij de vierde sprinter in de geschiedenis, die zijn olympische titel heeft weten te prolongeren op het koningsnummer van de zwemsport. ,,Dit is waar ik de afgelopen vier jaar voor heb getraind'', verzuchtte Van den Hoogenband, die vanmorgen verrassend werd uitgeschakeld (zeventiende tijd) in de series van de 50 vrij.

Als een Tarzan veerde hij op uit het water, nadat het verlossende nieuws op het scorebord was opgelicht en tot hem was doorgedrongen. Zwemmers zijn na een ultieme krachtsinspanning doorgaans van top tot teen letterlijk verzuurd en (dus) niet meer in staat tot uitbundig vlagvertoon. Van den Hoogenband wel, maar zijn vreugde en opluchting waren dan ook zo groot dat hij de pijn terstond vergat.

Dat hij zijn emoties zo de vrije loop liet, zei veel zo niet alles over zijn gemoedstoestand. Achter de schermen was de temperatuur de afgelopen maanden flink opgelopen.

Het `willen winnen' had langzaam maar zeker de gedaante van `moeten winnen' aangenomen. Bovendien: adeldom verplicht, dat weet hij als geen ander sinds zijn internationale doorbraak van vijf jaar geleden (zes keer goud bij de EK in Istanbul).

[Vervolg Van den Hoogenband: pagina 11]

V.D. HOOGENBAND

Rold outsider tartte Van den Hoogenband

[vervolg van pagina 1]

Als Van den Hoogenband schampere opmerkingen maakt over collega's met een in zijn ogen mindere topsportbeleving, dan moest hij wel het goede voorbeeld geven. Anders kon hij beter zijn grote mond houden. Wie hoog inzet, moet ook hoog eindigen.

Maar bij de twee grote afspraken sinds de Spelen van Sydney (2000), de WK's van Fukuoka (2001) en Barcelona (2003), had de tweevoudig olympisch kampioen moeten passen op `zijn afstand', de 100 vrij. In het Japan was het de Amerikaanse eendagsvlieg Anthony Ervin die hem verraste, vorig jaar richtte de herboren Popov zich nog eenmaal op.

Dat knaagde, zoals het ook aan hem knaagde dat hij in de voorbeschouwingen door velen, en dan met name de Amerikaanse pers, botweg over het hoofd was gezien. Hij gold in Athene als een outsider, meer niet. Als een weliswaar bovenmatig getalenteerd zwemmer, maar niet iemand van het kaliber-Popov. Ook dat tartte, meer dan hij wilde toegeven, zijn eergevoel.

Zondag, als slotzwemmer van de zilveren 4x100-estafetteploeg, had Van den Hoogenband met zijn fabelachtige split (met overnamevoordeel) van 46,79 dan bewezen nog immer de snelste te zijn, ook zonder vliegende start moest en zou hij bewijzen dat hij 's werelds snelste is, de enige man op aarde die driemaal de magische grens van 48 seconden heeft bedwongen.

Zoals het een toptrainer betaamt voerde zijn coach Jacco Verhaeren de druk dinsdag flink op. Zijn pupil had zojuist een niet al te beste halve finale gezwommen, maar toch: ,,Als Pieter in dit veld de titel laat liggen, dan lijdt hij een absolute nederlaag''. Zijn nederlaag op de 200 vrij was hem vergeven Ian Thorpe was domweg te sterk maar op `de 100' moest en zou zijn pupil toeslaan. Hoe rap de Zuid-Afrikaanse rassprinter Schoeman ook van het startblok mocht vertrekken. ,,Hij heeft alleen wat van Schoeman te duchten, de rest acht ik niet in staat onder de 48,5 seconden te zwemmen.''

Het was geen spel of grootspraak van de oud-rugslagzwemmer uit Rijsbergen, al ruim tien jaar de steun en toeverlaat van Van den Hoogenband, doch een simpele optelsom. ,,Van wat ik in trainingen heb gezien, van wat ik weet wat Pieter fysiologisch gezien kan en van wat hij in de estafette heeft laten zien.'' Het doel was volgens zijn coach helder: ,,Winnen, en als het even kan `in de 47' zwemmen.''

Het eerste lukte, het tweede niet: 48,17. ,,Kennelijk toch de wedstrijdspanning die zo'n grote finale logischerwijs oproept'', stelde Verhaeren gisteren droogjes vast. Het deerde hem allerminst.

Diep onder de indruk was Verhaeren (35) naderhand vooral van het gedisciplineerde optreden van zijn pupil. Feilloos voerde VdH immers uit wat hem was opgedragen: hij zwom zijn eigen race, hield het hoofd onder hoogspanning op bewonderenswaardige wijze koel, en bezweek dus niet voor de verleiding om de immer rap startende Zuid-Afrikaan al in de eerste vijftig meter `te gaan halen'. Het zou ,,Pieter onherroepelijk de kop hebben gekost'', wist Verhaeren.

Zwemmen mag dan op één lange en woeste krachtsexplosie lijken, de werkelijkheid is anders. Zwemmen is juist een uiterst gecontroleerde, wiskundig te becijferen bezigheid, die simpelweg hierop neerkomt: het koppelen van een hoge slagfrequentie (aantal slagen per minuut) aan een zo'n lang mogelijke slaglengte (afgelegde afstand per slag). Wie daarin slaagt, heeft het optimale product: de hoogste snelheid.

Adrenaline mag nooit en te nimmer de overhand krijgen, want: één minieme verstoring van het lichaamseigen bepaalde ritme en de zwemmer is gezien. Zelfs `de koning van de 100'. Pas na het keerpunt haalde Van den Hoogenband de handrem eraf. ,,Toen ging ik hem halen.'' Eerst Schoeman (en drie anderen), toen het goud.