Gehorige gloppen

De `Gloppengids' beschrijft de geschiedenis van de zeventien gloppen op Vlieland. Wat badgasten niet weten, maar eilanders wel, is dat het erg gehorig kan zijn in deze steegjes.

Vlieland? Romantisch eiland van rust en ruimte! Zo ervaren badgasten het althans. Maar onder die ogenschijnlijke idylle borrelt het echte, voor de toerist onbekende leven van 1.100 eilandbewoners. Die elkaar door en door kennen, want elkaar altijd weer tegenkomen. Waar een politieagent een eilander arrestant niet te hard kan uitpakken, omdat hij hem 's avonds op het koor of op de bridgeavond weer treft. Waar nog de ouderwetse saamhorigheid en gemeenschapszin bestaan. Waar mensen nog voor elkaar klaar staan, maar waar iedereen ook over de tong gaat.

Historica Reinildis van Ditzhuyzen woonde in 1994 een jaar op het Waddeneiland. Ze is ,,eilandgek'', werkte ooit op Mallorca, is dol op IJsland en bezocht en beschreef 41 Italiaanse eilanden. Om de Vlielander historie en leefwereld bloot te leggen herschreef ze haar eerder uitgegeven Gloppengids. Aan de hand van de Vlielander gloppen (smalle straatjes voor algemeen gebruik) beschrijft ze de eilander zeden en gewoonten. De historica ploos archieven en woordenboeken na, interviewde tientallen eilanders en dist tal van wetenswaardige en hilarische anekdotes op.

,,In zo'n kleine gemeenschap moet je laveren'', weet Van Ditzhuyzen. ,,Het is een klein wereldje. Alles komt onder het vergrootglas. In die zin is het leven op Vlieland boeiender dan in New York.'' De Vlielanders, vertelt ze, zijn vrijbuiters met een onvervalste zeeroversmentaliteit. ,,Ze hebben iets van: wij leven zoals wij willen. Baas in eigen huis. Autoriteiten, vooral die van de wal, worden vol argwaan bekeken.''

Toen Van Ditzhuyzen naar Vlieland verhuisde, vroeg ze zich af wat een glop was. Het bleek een ,,raar'' Oud-Fries en Noord-Hollands woord. Oorspronkelijk betekent het `spleet' of `nauwe doorgang'. In het Noors komt het woord ook voor en daar betekent het `kloof' tussen bergen of een inham van een fjord. Het Zweeds kent het als glopp (`sneeuwregen'). In het Nederlands is het het glop, in het Fries de glop(pe).

De Nederlandse schrijver en dichter P.C. Hooft (1581-1647) gebruikte het woord, in de betekenis van `nauwe ruimte' of als `lacune' in de zin: `Een groot glop der Historie.' ,,Ook het Fries kent nog een prachtige uitdrukking: `Yn 'e gloppe sitte', wat betekent dat je in een uitzichtloze situatie verkeert'', licht de schrijfster toe.

Het enige dorp Oost-Vlieland telt zeventien gloppen: steegjes die om de vijf, zes huizen in de Dorpsstraat (de hoofdstraat) liggen en waardoorheen iedereen naar het Wad (acht voeren hierheen) of naar het Achterom en de duinen (negen stuks) kan lopen. Bijna dertig jaar geleden gaf de Vlielander fietsenverhuurder Jan Houter alias Jan van Vlieland ze vaste, officiële namen.

De namen van de gloppen herinneren aan de rijke historie van het eiland, zoals `Waterhalersglop' of `Glop van Alef Hoedemakers' (de baljuw). Of Jan Cupido, de laatste officiële postiljon. ,,Voorheen veranderde de naam met de mensen die op het hoekpand woonden'', verduidelijkt Van Ditzhuyzen. Zo heette haar favoriete Rijks IJzeszglop, genoemd naar een walvisvaarder, vroeger `Poppeglopje'.

Wat badgasten niet weten, maar eilanders wel, is dat het erg gehorig kan zijn in de gloppen. Voor verliefde stelletjes kan dat donkere, smalle steegje wellicht een gevoel van intimiteit oproepen. Maar het geluid dat ze produceren weergalmt en is goed hoorbaar in de aangrenzende woonkamer. Een bewoonster die aan het Jan Cupidoglop woont, hoort in het hoogseizoen geregeld ,,ritmisch gebonk''.

Inmiddels zijn er lantaarns in de gloppen geplaatst. Dat er naar Cornelis Tromp een glop (oude naam: Glop van Meilom Rab, een Vlielander schipper) is vernoemd, zit Van Ditzhuyzen enigszins dwars. Net als de benaming van het eilander museum Tromp's Huys. ,,Deze vlootvoogd is vermoedelijk nooit op het eiland geweest en had niks met Vlieland'', zegt Van Ditzhuyzen.

Dat het museum toch zo heet komt door de in Noorwegen geboren zeeschilderes Betzy Akersloot (1750-1822), die Tromp vereerde. Als ze zich met haar man in 1896 op Vlieland vestigt, noemt ze haar woning `Tromp's Huys' als eerbetoon aan de vice-admiraal die zeeslagen voor de Noors-Deense koning voerde.

Beter is het om het glop naar Cornelis' vader Maarten Tromp te noemen, die Vlieland in 1652 bezocht, vindt Van Ditzhuyzen. En misschien is het nu het goede moment voor zo'n verandering, want het bordje met de naam van het Cornelis Trompglop is gestolen. Het zou een hele verbetering zijn, zegt Van Ditzhuyzen: ,,Maarten was een held, een verfijnd en erudiet persoon. Zijn zoon was een eigenwijze en onmogelijke man.''

Reinildis van Ditzhuyzen: Gloppengids van Vlieland. 100 blz. €15,95 Bestelinformatie: www.reinildis.nl