De publieke taak

Herhaling is het hoofdbestanddeel van de zomertelevisie, schreef ik gisteren op deze plaats. Nou, dat hoef je de reclame niet te vertellen. Je botst overal op dezelfde drie spotjes. Neem On demand business van IBM. Een experimenteel dichter fluistert de zin `ready nimble quick now' en je ziet het woordje On oplichten op allerlei plaatsen in de westerse wereld, alsof Al-Qaeda nieuwe doelen markeert. In één tv-avond kun je het spotje 13 keer zien. Ga ik nu on demand business kopen? Ik dacht het niet. Als on demand business een gevoel is, dan is het een rotgevoel.

Ter zake nu. Gisteravond was een goede avond om te kijken wat de publieke omroep bakt van zijn taak. Uit de losse pols: het is de taak van de publieke omroep om zinvolle televisie te maken voor zoveel mogelijk mensen. Relevant, met enige diepgang. Een tegenwicht tegen televisie die nergens over gaat. En hoe deed de publieke omroep het?

Niet slecht. Neem de Masterclass van Sonja Barend. Toegegeven, er gaan dagen voorbij dat ik niet aan paardendressuur denk, en `masterclass' associeer ik eerder met violist Gidon Kremer dan met Anky van Grunsven. We zagen meester Van Grunsven in de weer met drie jonge dresseurs – en Sonja wist er een aardig programma van te maken. Gewoon op vakmanschap. Een verademing in een wereld waarin de omroep amechtig aanjaagt achter jonge soapies als presentatoren (20 jaar jonger dan hun kijkers, maar dat moet zeker voor het STER-geld). De AVRO gaat het het komende seizoen proberen met Winston en Tooske!

Een andere meevaller was de documentaireserie M.A.C.H.T. van Fons de Poel en Heleen Minderaa. De Poel kwam zelf niet in beeld, en het ging dus eindelijk niet over Fons zelf. Al met al kwam een aardig portret tot stand van staalmiljonair Henk Swanenberg. Misschien geen vreselijk verheffende tv, maar de aanpak van het programma (laten we het vooral gezellig en bewonderend houden) stoorde in dit geval niet.

Dat was in de vorige aflevering wel anders, toen Sjoerd Kooistra centraal stond, de horecatycoon die een spoor van faillissementen trekt door Groningen, Nijmegen en Amsterdam. Inmiddels staat wel vast dat Kooistra niet óp, maar over de grens van de wet opereert. En hoe pakte De Poel hem aan? Niet! Hij vroeg niet door en confronteerde niet. Ook Kooistra kwam naar voren als een aardige, slimme volksheld. En dat is een blunder voor iemand die pretendeert journalist te zijn (en in elk geval als zodanig schnabbelt, zie de krant van gisteren) en geen `reality'-maker.

En televisiedrama? Er was gisteren geweldig goed Engels drama: 40 bij de VPRO en Lloyd and Hill bij de KRO. Wat een kwaliteit, wat een acteerprestatie. Maar waar blijft het goede Nederlandse drama dat ons al jaren wordt toegezegd? Ik zat terug te verlangen naar de tijd van Pleidooi en Oud Geld. Maar wat doet de Nederlandse publieke omroep? Die komt met een soap! Ik voorspel u: de publieke omroep kan het nooit van de commerciëlen winnen op het gebied van de soap. De achterstand is veel te groot en bovendien moet een soap vijf dagen per week op de buis zijn, en niet drie dagen in het weekend, zoals Het Glazen Huis. Wil de publieke omroep overleven – en die vraag is actueler dan ooit: TROS erin, TROS eruit – dan moet de publieke omroep juist leveren wat de commerciële omroep niet wil en niet kan. En dat is onder andere goed Nederlands drama.

Morgen verder.

In samenwerking met Rob Doeve.