De Bruijn underdog

Inge de Bruijn weet sinds gisteren dat ook op de 100 meter vrije slag het gevaar uit Australië komt. Tot haar eigen verbazing verbeterde Jodie Henry in de halve finales het wereldrecord op het koningsnummer van 53,66 tot 53,52. De Bruijn, uitkomend in dezelfde race, zwom de tweede tijd: 54,06.

Henry's collega en landgenoot, de 19-jarige Lisbeth Lenton, bezweek onder de spanning. De gisteren onttroonde wereldrecordhoudster, die vorige week al in tranen uitbarstte toen ze voor het eerst het olympisch bad betrad, kwam niet verder dan de negende tijd (55,17) en werd uitgeschakeld.

Datzelfde overkwam de Nederlandse Marleen Veldhuis, die drie maanden geleden bij de EK in Madrid nog zilver won. In de Griekse hoofdstad had de 25-jarige Twentse minimaal haar persoonlijk record (54,86) willen verbeteren. Veldhuis zwom de elfde tijd: 55,32.

Het Duitse fenomeen Franziska van Almsick, dinsdag roemloos vijfde op de 200 vrij, voegde een negende olympische medaille toe aan haar imposante collectie, maar het was niet de gedroomde gouden. Met de Duitse estafetteploeg op de 4x200 vrij eindigde Franzi op de derde plaats, achter de VS en China.

Het goud van Amerika kwam op naam van het kwartet Coughlin/Piper/Dollmer/Sandeno, dat met 7.53,42 een wereldrecord vestigde. Daarmee verdween het oudste zwemrecord uit de boeken. Op de dag af zeventien jaar geleden zette de ploeg van de DDR een tijd neer (7.55,47), die tot gisteren onaantastbaar leek.

Indrukwekkend was andermaal het optreden van Otylia Jedrzejczak. Na eerder deze week tweemaal zilver te hebben gewonnen (100 vlinder en 400 vrij) won de 20-jarige Poolse gisteren goud op haar favoriete afstand de 200 vlinder. Het betekende de eerste gouden zwemmedaille ooit voor Polen.

Joris Keizer is al na één race uitgeschakeld. Met een tijd van 53,41 eindigde hij op de 100 meter vlinderslag vandaag als negentiende in de series. De beste zestien gingen door naar de halve eindstrijd.