Chávez en de VS

Het rommelt nog wat na in Venezuela, maar de stemmen zijn geteld en ook internationale waarnemers hebben de overwinning bevestigd van president Hugo Chávez in het beladen referendum over zijn aanblijven. Ruim 58 procent van de Venezolanen die gingen stemmen, is van mening dat Chávez op zijn post mag blijven. De Amerikaanse oud-president Jimmy Carter, chef van de verkiezingswaarnemers, zei eerder deze week dat Chávez eerlijk heeft gewonnen en dat van fraude geen sprake is. In Caracas ontbrandden de vreugdevuren en de gelukwensen vanuit heel Latijns-Amerika en elders stroomden binnen. De reactie uit Washington was evenwel zuinig. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken had de uitslag van de volksstemming voor kennisgeving aangenomen en drong bezorgd aan op een fraudeonderzoek.

Venezuela, lid van de OPEC, is een belangrijk olieleverancier. De olie-exploitatie is de voornaamste bron van inkomsten en geeft het land geopolitieke betekenis. Tot aan de opkomst van het Midden-Oosten als olieregio, begin jaren zeventig, was Venezuela 's werelds belangrijkste exporteur van aardolie. Amerika is grootafnemer van Venezolaanse olie. Behalve de wederzijdse economische belangen is er tussen Caracas en Washington een politieke relatie die verdergaat dan die van twee willekeurige staten. De VS beschouwen dit deel van Latijns-Amerika vanouds als hun achtertuin, idealiter te besturen door gelijkgestemden en bondgenoten-door-dik-en-dun. Hugo Chávez is een linksige populist, die zich sinds zijn aantreden in 1998 bij het Venezolaanse proletariaat geliefd heeft gemaakt door de volksmassa's te beloven dat ook zij – eindelijk – in de olierijkdom zullen delen. Tegen Amerika zette hij zich steeds krachtig af. Ook nu weer, in een speech na zijn overwinning, laakte hij het ,,wrede liberalisme dat de VS aan Latijns-Amerika en de Caraïben willen opleggen''. Geen wonder dat de Amerikaanse regering weinig enthousiast reageerde.

Chávez is niet alleen in de VS omstreden. Het referendum over zijn aanblijven komt voort uit diepe verdeeldheid over zijn presidentschap onder de Venezolanen. Veel kiezers moeten niets van zijn radicale ideeën hebben en nog steeds is de dreiging van een burgeroorlog aanwezig. Dat Chávez kan rekenen op de steun van het grootste deel van de bevolking zegt weinig over de rust die hij als landsbestuurder geacht wordt na te streven. Die is ver te zoeken. Als legerofficier en leider van een (mislukte) militaire coup heeft hij bloed aan zijn handen. Zijn presidentschap is hooguit een wisselend succes. Zijn gedeeltelijk nagekomen belofte om het oliegeld ten goede te laten komen aan het volk heeft nog niet geresulteerd in een economisch beleid met perspectief. Een volwassen rechtsstaat is Venezuela onder Chávez nog niet geworden.

Niettemin is zijn presidentschap rechtsgeldiger dan ooit. Dat is een feit waar ook Washington niet omheen kan. Zolang het tegendeel niet is bewezen, zullen de VS Chávez als gekozen staatshoofd moeten accepteren. Het probleem voor de Amerikaanse regering is dat Chávez geen bondgenoot is. Hij voldoet niet aan de omschrijving die de langstdienende Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Cordell Hull, ooit gaf van de Dominicaanse dictator Rafael Trujillo: hij is misschien een rotzak, maar hij is onze rotzak. (,,He may be a son-of-bitch, but he is our son-of-a-bitch''). De politieke spanningen die hieruit voortvloeien, kunnen het beste terzijde worden geschoven als beide landen zich concentreren op de kansen die hun economische lotsverbondenheid biedt. Dat is vruchtbaarder dan elkaar over en weer ideologische verwijten maken.