Al-Sadr blijft in heilige stad Najaf

De opstandige Iraakse shi'itische leider Muqtada al-Sadr weigert nog altijd de Imam Ali moskee in Najaf te verlaten. Gisteren deed hij nog de toezegging tot terugtrekking en ontwapening zijn strijders.

Vanochtend werd er volgens getuigen in en rond de stad nog altijd gevochten. Aan het begin van de middag werd melding gemaakt van een mortieraanvallen op een politiebureau in Najaf, waarbij volgens een politiewoordvoerder veel slachtoffers zijn gevallen.

Al-Sadr deed zijn toezegging tot terugtrekking gisteren na twee weken van hevige gevechten met Iraakse en Amerikaanse troepen. De Iraakse interimregering had die dag gedreigd de moskee waar het graf van Imam Ali zich bevindt, te laten bestormen om Al-Sadr en zijn `Mehdi-leger' ,,een lesje te leren dat zij nooit zullen vergeten''. Al-Sadr en zijn aanhang zouden in ruil voor terugtrekking, ontwapening en de omvorming van zijn gewapende beweging tot een politieke partij, vrijuit gaan. Zijn instemming met het plan, te elfder ure, kwam als een verrassing.

Maar de Amerikaanse regering sprak direct haar twijfel uit over die toezegging. ,,Ik denk niet dat we Al-Sadr kunnen vertrouwen. We willen geen woorden, maar daden'', zei Bush' Nationale Veiligheidsadviseur Condoleezza Rice op de Amerikaanse zender Fox.

Al-Sadr zou nu kenbaar hebben gemaakt dat hij eerst wenst te onderhandelen over de voorwaarden van het vredesvoorstel.

Bij de opstand van het `Mehdi-leger' in acht Iraakse steden zijn al honderden mensen omgekomen. In Sadr City, de shi'itische wijk van Bagdad die geldt als een belangrijke machtsbasis van Al-Sadr, zouden gisteren zeker vijftig militieleden door Amerikaanse militairen zijn gedood. Het Amerikaanse leger is een groot offensief begonnen in de wijk. Volgens Amerikaanse commandanten is het de eerste keer dat Amerikaanse troepen het opstandige stadsdeel daadwerkelijk hebben bezet.

De gevechten in Najaf laaiden twee weken plotseling op na een in juni gesloten bestand. Het Amerikaanse dagblad The New York Times bericht vandaag dat dat mogelijk het gevolg is geweest van een beslissing van pas gearriveerde Amerikaanse commandanten in het veld om milities van Al-Sadr uit te schakelen. Zij zouden op eigen houtje hebben gehandeld, en vooraf geen toestemming hebben gevraagd van het ministerie van Defensie of van de Iraakse interimregering.

In de hoofdstad Bagdad bereikten de Iraakse afgevaardigden op de zogeheten Nationale Conferentie gisteren na vier dagen geruzie een gedeeltelijke overeenkomst over de vorming van het interim-parlement. Daartoe hebben zij 81 van de honderd leden aangewezen. De overige zetels worden ingenomen door de leden van de voormalige, door de Verenigde Staten samengestelde regeringsraad. De belangrijkste taak is de voorbereiding van de verkiezingen in januari. (Reuters, AP)