Radicale moslims breken met traditie

Het toenemende fundamentalisme onder moslims wijst niet op een botsing van beschavingen, vindt Olivier Roy, eerder op een groeiende ontheemding onder jongeren in kansarme buurten in westerse steden.

Vaak wordt gedacht dat het godsdienstig reveil en het politieke radicalisme onder moslims in het westen een weerspiegeling vormen van de tradities en conflicten in het Midden-Oosten of van de moslimwereld als geheel. Maar het islamitisch salafisme (het fundamentalistisch godsdienstig radicalisme) is juist vooral een gevolg van de mondialisering en verwestersing van de islam, en meer in het algemeen van de ontkoppeling van cultuur en godsdienst.

Alle vormen van godsdienstig fundamentalisme gaan uit van het idee van een `zuivere' godsdienst, onafhankelijk van culturele variaties en invloeden. Het islamitisch reveil van dit moment deelt het dogmatisme, het gemeenschapsgevoel en de schriftverering van Amerikaanse evangelistische bewegingen: beide verwerpen de cultuur, de filosofie en zelfs de theologie en bepleiten letterlijke lezing van de heilige teksten en rechtstreeks besef van de waarheid door middel van persoonlijk geloof.

Een en ander blijkt uit boeken die de laatste tijd in het westen zijn verschenen, met titels als Wat is de islam?, Wat betekent het om moslim te zijn?, en Hoe beleef ik de islam? Het is makkelijk om tijdens de ramadan te vasten in Afghanistan, Pakistan en Egypte, zelfs als je niet wilt. Maar een moslim die in Europa woont, wordt gedwongen de godsdienst te objectiveren. Ulema's (godsdienstgeleerden) zijn nutteloos voor gelovigen die op zoek moeten naar godsdienstige criteria die niet meer verbonden zijn met een bepaalde cultuur.

Essentieel is niet een of ander theoretisch vraagstuk van de islam, maar de dagelijkse godsdienstpraktijk van moslims. Net als veel katholieken, protestanten en ook joden hechten hedendaagse moslims meer aan persoonlijk geloof en individuele geestelijke ervaring. Zulke `wedergeboren' gelovigen bouwen dankzij hun herontdekte godsdienst opnieuw hun identiteit op.

Bij het islamitisch fundamentalisme hebben we dan ook niet te maken met een traditionele godsdienst die zich afzet tegen het christelijke westen.

Toen de Talibaan in Afghanistan in 1996 aan de macht kwamen, hadden ze aanvankelijk uitstekende betrekkingen met de Amerikanen, en westerlingen konden tussen 1996 en 1998 vrijelijk door Afghanistan reizen.

De Talibaan bestreden niet de westerse cultuur, maar de traditionele Afghaanse cultuur. Waarom werd het bezit van zangvogels verboden? Waarom werden vliegers uitgebannen? De beweegreden is eigen aan alle vormen van fundamentalisme: deze wereld bestaat om gelovigen gereed te maken voor hun verlossing. De rol van de staat is niet om de sociale rechtvaardigheid en de rechtsstaat te waarborgen, maar om gelovigen kansen te bieden zelfs met behulp van dwang om verlossing te vinden.

De redenering van de Talibaan was eenvoudig: als uw vogel gaat zingen terwijl u in gebed bent, raakt u afgeleid en wordt uw gebed tenietgedaan. Als u een goede moslim bent, begint u weer van begin af aan. Maar omdat we niet zeker weten of u een goede moslim bent, is het eenvoudiger om het bezit van zangvogels te verbieden. Dan vormen ze ook geen gevaar voor uw verlossing.

Zo ook raken vliegers in bomen verward, en als u dan in een boom klimt om er één uit te halen, kijkt u misschien wel over de muur van uw buurman en ziet u daar een vrouw zonder haar sluier, waarmee u zou zondigen. Waarom zou je voor een vlieger het gevaar lopen in de hel te moeten branden? Dan kun je ze maar beter verbieden.

Het fundamentalisme is dan ook geen protest van bedreigde oorspronkelijke culturen; het duidt op de verdwijning van deze culturen. Het is dus een ernstige vergissing om de moderne vormen van fundamentalisme in verband te brengen met het idee van een botsing van beschavingen. Jongelui worden geen fundamentalisten, omdat de cultuur van hun ouders door de westerse beschaving wordt genegeerd. Fundamentalistische godsdienstigheid is individueel en ook een generatiekwestie, het is opstandigheid tegen de godsdienst van de ouders.

Osama bin Laden is veeleer een voorbeeld van ontworteling dan van een traditie van politiek geweld binnen de islam. Muhammad Atta, Zacharias Moussaoui en Kamel Daoudi werden `wedergeboren' in Marseille, Londen en Montreal, niet in Egypte of Marokko (en ze verbraken allemaal de banden met hun familie).

Bovendien gaan de jonge radicalen eerder vechten in Bosnië, Tsjetsjenië, Afghanistan of Kashmir dan in hun land van herkomst, omdat ze het Midden-Oosten niet beschouwen als het hart van een moslimbeschaving die wordt belegerd door kruisvaarders. Ze leven in een mondiale wereld; ze zien zichzelf niet als Midden-Oosterlingen.

De irrelevantie van de traditionele cultuur verklaart het groeiende aantal bekeerlingen in de radicale netwerken die de laatste tijd zijn ontdekt. De leden van het Franse netwerk Beghal waren voor ongeveer een derde bekeerlingen. De Franse politie arresteerde een Duits staatsburger met een Poolse naam in verband met de terreuraanslag op de synagoge in het Tunesische Djerba. Richard Reid, die een Brits vliegtuig probeerde op te blazen; José Padilla, beschuldigd van het beramen van een aanslag met een `vuile bom' in de Verenigde Staten; John Walker Lindh, de Amerikaanse Talibaan het zijn allemaal bekeerlingen.

In Europa zijn de bekeringen een typisch verschijnsel van kansarme buurten, vol met jongeren zonder vooruitzicht op werk die doorgaans leven in een ondergrondse economie van misdadigheid.

Radicaal en gewelddadig links in Europa heeft deze zones van sociale uitsluiting inmiddels verlaten. Radicalen leerden vroeger omgaan met een kalasjnikov en vliegtuigen kapen bij de Palestijnen. Nu leren ze omgaan met een kalasjnikov en vliegtuigen kapen bij Al-Qaeda.

Hun zoektocht naar mythische, messiaanse, internationale bevrijdingsbewegingen blijft dezelfde, evenals de vijand: de imperialistische reus Amerika. Ze zijn niet het product van de geschiedenis van het westen of het Midden-Oosten, maar een samensmelting van alle geschiedenissen, van de mondialisering. Zij zijn thuis in een thuisloze wereld.

Olivier Roy is verbonden aan de Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales (EHESS) te Parijs.Hij schreef dit als lid van een werkgroep die voor de Europese Commissie de geestelijke en culturele vooruitzichten van de uitgebreide Europese Unie in kaart brengt. © Project Syndicate/Institute for Human Sciences.