Plassen

De opgeschoten mongoloïde jongens houden vakantie op een boerderij. Ze kukelekuen, loeien de koeien na en slobberen – gelijk de varkens – hun pap.

Gewapend met zaklantaarns en extra personeel gaan ze op een maanloze nacht naar het strand. Daar moet Martinus plotseling plassen. ,,Ga je gang'', zegt juf Ilse, ,,plek genoeg.'' Maar dat is te simpel gedacht. Want plassen doe je tegen een boom en die groeit niet op het strand. Wat juf ook oppert, Martinus blijft bij zijn standpunt.

Dan ziet Ilse drijfhout liggen. Ze tilt een plank op, houdt hem verticaal en zegt: ,,Dit is een boom, hier kan je tegen plassen.'' Martinus ritst zijn gulp open en zegt: ,,Niet kijken.''

Bijdragen van lezers zijn welkom via een formulier op www.nrc.nl/ik