Moment

Van elke vakantie blijven maar een paar momenten over, tamelijk willekeurige beelden op het netvlies van je herinnering. Welke? Dat weet je pas jaren later zeker, maar er zijn momenten waarvan je du moment beseft: een goede kandidaat voor later.

Ik hoefde dit jaar niet ver van huis voor zo'n `eeuwig' moment. Het overkwam me op 17 juli jongstleden op het schiereiland Borneo, in het oostelijke havengebied van Amsterdam.

We kwamen er door eerst, voor maar één euro per persoon, dat feestelijke veerbootje van het Centraal Station naar het Java-eiland te nemen. Vandaar te voet verder naar het KNSM-eiland en via de verbindingsdam naar het schiereiland Sporenburg.

Dan ben je op een mooie, zonnige dag als deze, met al dat blikkerende water en die blauwe luchten, als Amsterdammer al helemaal buiten. Van Sporenburg lopen twee grote bruggen over het zogeheten Spoorwegbassin naar Borneo. De hoogste is de mooiste, maar bezorgt me het begin van hoogtevrees. Dus toch maar de laagste genomen, ook een elegante brug die zich nergens voor hoeft te schamen.

Dan gebeurt het. Het is een uur of drie in de middag. Het is stil, er wonen hier tienduizenden mensen, maar bijna niemand is buiten. Te warm. We staan over de brugleuning naar twee zwemmende vrouwen te kijken, als er even verderop luide muziek opklinkt uit de gevel van de huizen aan de Kabelgastkade langs het bassin. De klanken galmen pralend over het water.

Een man en een vrouw zingen:

In my hour of darkness

In my time of need

Oh, Lord grant me vision

Oh, Lord grant me speed

,,Gram Parsons en Emmmylou Harris'', zeg ik zo achteloos mogelijk. Mijn vrouw kijkt bewonderend naar mij op, zoals zij helaas nog maar zelden doet. Gelukkig weet ze niet dat ik 's morgens als een kleine jongen verslagen ben door mijn kapper, die bij de eerste tonen van een aria uit de radio meteen droogjes zei: ,,Callas.''

We draaien ons om en speuren de gevel af. Op de tweede verdieping staat ergens een raam open waardoor dit goddelijke duet, een van de mooiste uit de countrymuziek, onbelemmerd mag stromen. Dat nummer moet minstens dertig jaar oud zijn, mijmer ik, en ik heb het al zeker tien jaar niet meer gedraaid.

Hoe onterecht! Wanneer haal ik al die ouwe platen weer eens uit de kast? Ben ik soms bang geworden voor weemoed?

Die bewoner van de Kabelgastkade is heel wat flinker. Ik stel me hem voor als een generatiegenoot, die de hele dag motherfuckende rappers bij de buren moet aanhoren en daarom op zeker moment dacht: ik zal jullie eens laten horen wat goed is.

Of misschien wilde hij alleen maar ter nagedachtenis van Gram Parsons een publieke daad stellen. Parsons overleed immers niet lang na de opname van dit nummer, in september 1973. Zevenentwintig jaar nog maar. Te veel drank en drugs, natuurlijk. Oh, Lord grant me speed.