Kabinet maakt vakbeweging kapot

Wat een vreemd hoofdcommentaar `Rechter en werkweek' (NRC Handelsblad, 9 augustus).

Ten eerste spreekt het vonnis zich niet uit tegen flexibiliteit, het zegt alleen iets over de weg waarlangs dat bereikt moet worden als men dat nastreeft, gegeven het bestaan van de algemeenverbindendverklaring (AVV).

Ten tweede, de vakbeweging is er helemaal niet in geslaagd een beweging te keren. Dat was niet de inzet. Ze heeft alleen handhaving van de wet verlangd.

Ten derde, het vonnis als aansporing aan het kabinet om het AVV te wijzigen is een mening van de krant, en niet eigen aan het vonnis zoals het commentaar valselijk suggereert. Integendeel, het vonnis wijst juist naar de vakbeweging als geschiktere onderhandelingspartij als het bijvoorbeeld om flexibiliseringsmaatregelen gaat.

Ten vierde, niemand hoeft zich wijzer te achten dan de vakbeweging op dit punt. De vakbeweging heeft genoegzaam aangetoond dat ze in staat is met dit soort problemen goed om te gaan.

Ten vijfde, waarom zou de AVV per se onverenigbaar zijn met een door de vakbonden ter hand genomen overleg over flexibiliteit, zoals de laatste alinea suggereert?

Ten zesde, wat is flexibiliteit? Het woord wordt ook in dit commentaar weer gebruikt alsof het voor zichzelf spreekt, alsof het een economische kracht op zichzelf is, objectief boven de marktpartijen uit.

Om dit valse beeld te versterken, wordt er smalend gedaan over `verworven rechten', nu bijvoorbeeld weer onder de denigrerende noemer `vrijetijdscultuur van de werknemers'.

Aan de oproep aan het kabinet om de AVV kapot te schieten iets wat het kabinet toch al van plan was, met als enige reden de vakbeweging als geheel kapot te maken ontbreekt elk argument.