Jury Haïti: vrijspraak paramilitair

Een jury in Haïti heeft gisteren de paramilitair Louis-Jodel Chamblain vrijgesproken van moord. Binnen 14 uur, en op dezelfde dag dat ze waren beëdigd, kwamen de juryleden tot hun conclusie.

In 1995 werd de paramilitair bij verstek nog tot levenslang veroordeeld wegens betrokkenheid bij de moord in 1993 op oud-minister Antoine Izmery. Izmery was een vriend van de door een militaire junta verdreven president Jean-Bertrand Aristide. Chamblain en zijn groep, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de moord op in totaal zeker 3.000 Haïtianen, steunde de junta. Na terugkeer van Aristide, vluchtte Chamblain naar de Dominicaanse Republiek.

De jury oordeelde nu dat Chamblain wegens ,,verdiensten voor de natie'' recht had op vrijheid. De paramilitair leidde in februari de opstand tegen president Aristide. Al eerder had interim-minister van Justitie Bernard Gousse gezegd dat de huidige president, Boniface Alexandre, Chamblain amnestie zou kunnen verlenen voor hulp bij het verdrijven van Aristide, die nu asiel heeft gekregen in Zuid-Afrika. Medeverdachte Jackson Joanis, de oud-politiechef van de hoofdstad Port-au-Prince, werd eveneens vrijgesproken van de moord op Izmery.

Mensenrechtengroepen hebben hun afschuw geuit over de manier waarop het proces heeft plaatsgevonden. Viles Alizar van de National Coalition for Haitian Rights, zei in een reactie niet te hebben geweten dat het proces was begonnen. Van de acht getuigen van de openbare aanklager was er slechts één aanwezig. Waarnemers en journalisten zeggen dat hun was verteld dat de selectie van de jury de hele dag zou plaatsvinden en dat het proces zelf in de loop van de week zou beginnen. De rechtszaak begon maandagavond echter om vier uur `s middags (lokale tijd). De uitspraak kwam 14 uur later.

Amnesty International veroordeelde de vrijspraak en zei dat de interim-regering ,,tekort is geschoten bij het verzekeren van het recht''. De organisatie noemde het proces ,,een lachertje''. Het proces ,,begon zonder duidelijke instructies en onderzoek door een aanklager, het meeste bewijs uit de eerste rechtszaak is vernietigd of vermist, nepgetuigen zijn opgeroepen en geen serieuze pogingen zijn ondernomen om echte getuigen te vinden en hun veiligheid te garanderen'', aldus Amnesty in een verklaring.

De organisatie beschuldigde de interim-regering van premier Gérard Latortue ervan geen stappen te hebben ondernomen om andere veroordeelde paramilitairen te arresteren. Chamblain en Joanis hebben zichzelf aangegeven.

Chamblain, die sprak van een ,,eerlijk, rechtvaardig en onpartijdig proces'', moet nog wel terecht staan voor de moord op demonstranten in 1994, waarvoor hij eveneens bij verstek tot levenslang werd veroordeeld. Joanis wacht nog een tweede proces wegens de moord op dominee Jean-Marie Vincent.