Het `duivels dilemma'

Toen op 10 mei van dit jaar in Irak sergeant Dave Steensma sneuvelde, was onze publieke opinie en waren `de' media geschokt. De minister-president betuigde voor de televisie zijn medeleven met de weduwe en haar twee kinderen. En voor de rest werd deze gebeurtenis beschouwd als een soort bedrijfsongeval. Zulke dingen gebeuren nu eenmaal in Irak. Maar in `onze provincie' Al-Muthannah was het een hoge uitzondering, een `incident'. Wel nam de oorlog in de rest van het land in hevigheid toe, maar de Nederlanders hadden een andere aanpak. Zoveel mogelijk helpen bij de wederopbouw, en als er ter bewaring van rust en orde gepatrouilleerd moest worden, dan waren dat, in de woorden van de vorige commandant `sociale patrouilles', in voertuigen die er zo vreedzaam mogelijk uitzagen met soldaten die zwaaiden en glimlachten.

Dat is de luxe van de aankomst nadat de strijd voorbij is, in een gebied dat toen, een jaar geleden, misschien het vredigste van het bevrijde/bezette land was. De Nederlandse regering had de oorlog wel politiek, niet militair gesteund. Nadat op 1mei 2003 president Bush ,,het einde van de grote operaties'' had afgekondigd, kwamen de Nederlandse soldaten. Het opperbevel van de Coalitie besefte wel dat het Nederlandse detachement zich daar het meest op zijn gemak zou voelen. Terwijl in de rest van het land het verzet zich organiseerde, buitenlandse terroristen hun entree maakten, in Bagdad, Fallujah, Najaf en kleinere steden dagelijks weer werd gevochten, de olie-industrie werd gesaboteerd, de politieke wederopbouw stagneerde, kortom, Irak tot een militaire en politieke chaos naderde, bleef het `bij ons' in Al-Muthannah voorbeeldig rustig. Dat was, wisten we hier, aan het voorbeeldig gedrag van onze soldaten te danken.

De voorbeeldigheid heeft niet kunnen verhinderen dat opnieuw een Nederlander is gesneuveld, wachtmeester Jeroen Severs, nadat zijn patrouille in een hinderlaag was gelopen, in een gevecht waarbij meer dan tweeduizend patronen zijn afgevuurd. Dat heeft minister Kamp bekendgemaakt. Afgezien van de tragiek, het drama, heeft het verstrekken van zulke bijzonderheden ook een folkloristische kant. In de rest van het land worden de kogels niet geteld. Per dag honderdduizend? Of een miljoen? Vraag het Donald Rumsfeld. Die weet het ook niet. Bij ons waren het er deze keer tweeduizend. De minister vond het ,,zeer zorgelijk''.

De waarheid van Irak heeft Nederland bereikt, schreef ik nadat sergeant Steensma was gesneuveld. Daarin heb ik me toen vergist. Na een paar dagen ging het land weer over tot de orde van de dag, plaatselijke moord en doodslag, het prepensioen, de moslims en het voetballen. Ook allemaal belangrijk ik onderschat niets maar niet behorend tot de wereldpolitiek waaraan we na onze poltieke steun aan de oorlog, via het leven van 1.300 soldaten in Irak deelnemen. Nu, door de dood van wachtmeester Severs, worden we voor de tweede keer in de gelegenheid gesteld, te ontdekken aan welke onderneming we daar meedoen. Intussen zijn er weer `incidenten' geweest. De families van de soldaten zijn ongerust geworden, protesteren. Ze zijn daar `schietschijven'. Het ministerie van Defensie heeft begrip, maar verwerpt het protest. Het is onmogelijk ,,een garantie van onkwetsbaarheid te geven''.

Nee, natuurlijk zal niemand zo'n expliciete garantie geven. Maar is niet voortdurend de illusie gewekt dat de Nederlandse soldaten daar in ieder geval de allergeringste mate van kwetsbaarheid genoten? Juist doordat ze pas ,,na de oorlog'' arriveerden, en vervolgens door hun uitzonderlijk vreedzaam, sociaal en tolerant optreden? En nu blijken ze, volgens hun commandant in een `duivels dilemma' te zijn aangeland.

De oorlog is ook bij ons feitelijk aangekomen. Er kan niet meer sociaal gepatrouilleerd worden. De Nederlanders moeten net als de Amerikanen in pantserwagens. Als er niet meer kan worden gezwaaid en geglimlacht, zal dat dan door de plaatselijke bevolking worden opgevat als een teken dat het ook bij de Nederlanders is afgelopen met de sociale vriendchap? In dat geval staan we in Al-Muthannah voor dezelfde escalatie naar chaos, die al een jaar de rest van Irak beheerst.

Dit is een verkeerde voorstelling van zaken. Op het ogenblik dat de eerste Nederlandse soldaat op Iraakse bodem stond, was dit `duivels dilemma' al potentieel aanwezig. Op dat ogenblik raakte Nederland met zijn strijdkrachten betrokken in een situatie waarvan het toen al vrijwel zeker was dat die zich tot de een of andere vorm van oorlog zou ontwikkelen. Onder die omstandigheden te geloven dat onze soldaten, door hun bijzondere mentaliteit, of een niet nader genoemd wonder, buiten de vijandelijkheden konden blijven, dat doet in de verte denken aan de Nederlandse neutraliteitspolitiek, die ons niet buiten de Tweede Wereldoorlog heeft gehouden.

In dit geval is het even ernstig maar anders. Onze regering heeft in de veronderstelling verkeerd, dat het met een halve neutraliteit ook goed zou gaan. Eerst wel politieke steun aan de oorlog, maar geen militaire. Daarna, als de oorlog lijkt te zijn afgelopen, het sturen van sociale werkers in militair uniform, in de onuitgesproken verwachting dat we er tegen de geringste kosten volledig bleven bijhoren.

Maar zo werkt het niet. Het `duivels dilemma' dat we nu ontdekken, past in de reeks vergissingen die is begonnen met het besluit om politieke steun aan de oorlog te verlenen.

Nederland is in Irak met zijn soldaten aandeelhouder in een slecht beheerde onderneming. Het werkelijke dilemma is, of we de soldaten onder dit beheer daar moeten laten blijven, of in afwachting van een beter beheer, het detachement moeten terugroepen. Slecht beheer kan vervangen worden. Een mens leeft maar één keer. Daarom nogmaals: haal ze terug.