Een kamelenkalf gered door menselijke muziek

Het wordt hoog tijd dat er een nieuw filmgenre wordt benoemd. Natuurlijk, er zijn westerns en thrillers en romkoms, romantische komedies. En soms zijn er romantische komedies met zombies zoals Shaun of the Dead, die dan `romkomzoms' worden genoemd. Maar dat is niet wat hier bedoeld wordt. Het nieuwe genre waar zo broodnodig behoefte aan is, ligt ergens tussen de speelfilm en de documentaire in. Misschien is het in dat grensgebied tussen fictie en werkelijkheid wel al gerommel sinds het ontstaan van de film. Wat is echt en waar, en wat is bedacht en op een andere manier waar?

The Story of the Weeping Camel maakt die vragen weer belangrijk. In de precieze eindexamenfilm die het Mongools-Italiaanse regisseursduo Byambasuren Davaa (Ulanbator, 1971) en Luigi Falorni (Florence, 1971) voor de filmacademie in München maakte, zijn sommige dingen voor de camera geënsceneerd en andere vanachter de camera geregistreerd. Dat kun je er niet altijd aan afzien en soms onhandig wel, waardoor je tijdens het kijken gehinderd wordt door de vraag wat door de makers waargenomen en wat door hen waarschijnlijk gemaakt is.

Anders dan bij fake-documentaires of mockumentaries die zich erin verlustigen de toeschouwer mee te slepen in een spiegelpaleis van valse werkelijkheden, kun je van The Story of the Weeping Camel meer genieten als je je níet hoeft af te vragen of die kameel nu echt huilt (wel dus) en of die herdersfamilie in de Mongoolse Gobi-woestijn echt geen televisie heeft (niet dus).

Hoe noem je nu zo'n soort film, waarvan de toeschouwer recht heeft om te weten wat de status van de beelden is? Daava en Falorni lieten zich inspireren door de documentaire-pionier Robert Flaherty en zijn inuit-film Nanook of the North uit 1922, met wie ze ook de bescheiden cultureel-antropologische interesse delen. Ze kozen voor de term `narratieve documentaire' om aan te geven dat de meeste beelden echt zijn maar de verhaallijn van hen is. Zo'n beetje als Ischa Meijer dus, die tegen geïnterviewden placht te zeggen: ,,Het zijn jouw woorden, maar het is mijn verhaal.'' En ze gaven hun belangrijkste hoofdpersonen, twee kamelen, een plaatsje op de aftiteling: `met Ingen Temee als moeder-kameel en Botok Temee als baby-kameel'. Die rollen gaf het leven hun, de namen hun eigenaars. Is dat eigenlijk niet de omgekeerde wereld vergeleken met doorsnee filmpersonages? Kun je, al helemaal als kameel, wel jezelf spelen?

Het verhaal van The Story of the Weeping Camel is van een ontroerende eenvoud. Omdat een wit kamelenkalf na zijn geboorte door zijn moeder verstoten is, voltrekt een Mongoolse steppefamilie een oeroud `hoosh'-ritueel om moeder en kind weer met elkaar te verzoenen. Het kalf klaagt. De moeder wendt stuurs haar hoofd af. In de verte grazen een ander jong en zijn moeder wel eendrachtig samen.

Tijdens het `hoosh'-ritueel worden kalf en moeder via muzikale klanken van een tweesnarige viool weer met elkaar verbonden. Volgens Falorni mislukt deze muzikale verzoening slechts een op de twintig keer.

Het is een in Westerse ogen wonderlijk ritueel. Maar het verhaal is zo oud als Medea en Bambi, in even trefzekere archetypische beelden verfilmd.

De Mongoolse herders leven precies daar in een mythisch landschap tussen Euripides en Disney, willen Davaa en Falorni aantonen. Stil voltrekken ze hun rituelen, zoals het dagelijkse uitgieten van melkthee in alle windrichtingen. En ze verrichten met rituele precisie hun alledaagse handelingen: het verzorgen van de dieren, het bereiden van het eten, het vertellen van oeroude verhalen over de begintijd van de kamelen. ,,Ja opa, dat verhaal dat kennen we nu wel. Kun je niet eens een ander verhaal vertellen, alsjeblieft'', vraagt de kleinzoon en behoedt zo deze lichte, stille film voor plechtigheid of dweepzucht.

The Story of the Weeping Camel. Regie: Byambasuren Davaa en Luigi Falorni. Met: Ingen Temee, Botok Temee, Uuganbaatar Ikhbayar, Odgerel Ayusch. In: 10 bioscopen.