Een Aubette in Amsterdam (Gerectificeerd)

De verhuizing van het Filmmuseum naar Amsterdam Noord komt dichterbij nu de bouwkosten van een nieuw pand gedekt zijn. Directeur Rien Hagen: ,,Zo'n kans krijgen we maar één keer.'

Dansen, eten en films kijken. Directeur Rien Hagen van het Filmmuseum staat het helder voor ogen. Het nieuwe Filmmuseum moet eigenlijk zoiets worden als de Aubette van Theo van Doesburg, het amusementscomplex dat de schilder en architect in de jaren twintig van de vorige eeuw in Straatsburg omvormde tot een multifunctionele spiegelhal van lijnen en kleurvlakken. En als dat niet lukt dan moet er in ieder geval ruimte genoeg zijn om de Aubette voor een tijdje na te bouwen en het decor te laten zijn voor een groot retrospectief van de abstracte films waardoor de schilders, architecten en vormgevers van De Stijl zich lieten inspireren. En dat is slechts een van de plannen waarvoor het Filmmuseum nu de ruimte ontbeert. Een videozaal waar je permanent delen uit de collectie kunt bekijken is een ander.

Drie jaar na zijn aantreden als directeur van het Filmmuseum maakte Rien Hagen dit voorjaar bekend het Filmmuseum uit het Vondelpark te willen verhuizen naar de Noordelijke IJ-oever, pal tegenover het Amsterdamse Centraal Station. Uit drie door de gemeente Amsterdam aangeboden locaties kwam het terrein naast de toren van Shell als beste uit de bus. Onlangs maakte ING Real Estate bekend er nieuwbouw neer te kunnen zetten voor een huurprijs die drie keer goedkoper is dan wat het Sweelinck Conservatorium, een van de andere beoogde locaties, per vierkante meter zou moeten kosten. Bedragen wil Hagen nog niet noemen. ,,Maar zo'n kans krijgen we maar een keer', aldus Hagen. ,,Het geld voor het gebouw is er in principe. De bouwkosten zijn gedekt. Nu moeten we alleen nog met de gemeente en met het Ministerie van OC&W overeenkomen dat wij vanaf 2009, als het nieuwe Filmmuseum open zou kunnen, in staat zijn om de maandelijkse huur te voldoen. Dit betekent dat de Staatssecretaris een beslissing moet nemen over het budget van haar opvolger.' De huur zal waarschijnlijk drie keer hoger uitvallen dan de huidige huur van alle locaties van het museum samen, die volgens Hagen op dit moment vrij laag is, maar binnen enkele jaren marktconform wordt gemaakt. Het aanbod van ING sluit aan op het programma van eisen van het museum, dat niet kan beslissen over de architect, maar wel betrokken zal worden bij de keuze.

Het Filmmuseum kampt al jaren met huisvestingsproblemen, ruimtegebrek en versnipperde locaties. ,,Kijk, dit is het Filmmuseum', zegt Hagen en wijst op elf foto's van villa's, gebouwen, bunkers en loodsen verspreid in West-Nederland, waarvan het Vondelpark-paviljoen er slechts één is. ,,Sinds de eerste directeur van het Filmmuseum Jan de Vaal in de jaren zeventig naar het Vondelpark verhuisde zijn er al pogingen ondernomen om het museum op een geschikte plek onder te brengen. Hij schreef zelfs een wedstrijd uit onder architectuurstudenten voor een filmmuseum midden op het Museumplein. Daar zijn nog schetsen van.'

Hagen wil terug naar twee locaties: een museumgebouw waarin vier filmzalen zijn opgenomen, tentoonstellingsruimtes voor een semi-permanente en wisselende exposities, de bibliotheek en andere publieksfuncties, en een centraal depot , op loopafstand van elkaar in Amsterdam-Noord. In totaal zo'n 11.000 vierkante meter tegenover 8000 nu. ,,En dat is inclusief Cinerama, waar we in feite een soort anti-kraakwacht zijn.' Nu de VanDenEnde Foundation dat bioscoopcomplex aan de Marnixstraat overneemt houdt het Filmmuseum in 2005 weer slechts twee zalen met 80 stoelen over.

Het moge duidelijk zijn: ,,De ambities van het Filmmuseum zijn groter dan we nu kunnen realiseren.' En ze moeten dat ook zijn, voegt directeur Hagen toe: ,,De hele maatschappij is meer en meer van bewegend beeld verzadigd. De wortels daarvan liggen toch in de film.' Daarom is het ook belangrijk om een echt hedendaags museum te zijn, meent hij, en niet alleen het cinematografische erfgoed te koesteren. Audrey Hepburn naast Joost Rekveld. Die laatste stelde voor het museum een programma samen met wetenschappelijke films, aangevuld met installaties van hedendaagse kunstenaars, dat in september in première gaat. Een goed voorbeeld vindt Hagen voor hoe een toekomstig Filmmuseum geprogrammeerd zou kunnen gaan worden. ,,Het is belangrijk om ook nieuw werk te vertonen, het toekomstige erfgoed publiek te maken. Door onze distributietak bereiken we publiek in heel Nederland. We hebben ook een landelijke functie.'

Daarom verbaasde het advies van de Raad voor Cultuur Hagen ook zo. ,,Zij stellen een enorme korting op ons distributiebudget voor. Maar de aankoop van nieuwe films maakt een wezenlijk deel uit van collectievorming.'

De grootste obstakels liggen op financieel gebied. Niet echt een populair onderwerp in tijden van bezuiniging, geeft Hagen toe. ,,Maar we hebben het niet alleen over het heden. Het is de bedoeling dat het Filmmuseum dan de komende veertig jaar ook weer even vooruit kan. Binnen een jaar moeten we helderheid hebben of we ING de nodige garanties kunnen bieden. We kloppen overigens niet alleen bij de overheid aan, maar kijken ook wat er op het gebied van sponsoring mogelijk is.'

,,Dit is een eenmalig aanbod. Binnen de huidige situatie kunnen we onze taken niet naar behoren vervullen. En ik zou niet weten wat je op een gegeven moment nog voor andere locaties in de stad hebt. Vergeet niet dat het Filmmuseum nu voor het eerst in zijn geschiedenis hardop voor Amsterdam kiest. Ik denk echt dat Amsterdam met zijn bioscoopgeschiedenis, filmopleidingen en universiteiten de beste plek voor het Filmmuseum is. En dan te bedenken dat ik geen Amsterdammer ben.'

Rectificatie

Filmmuseum

In het artikel Een Aubette in Amsterdam (18 augustus, pagina 11) staat dat ING Real Estate eigenaar van de grond is op de Noordelijke IJ-oever waar het Filmmuseum naartoe wil verhuizen. De grond is echter eigendom van de gemeente Amsterdam.