Duitse zwemdiva verlangt rust

Franziska van Almsick (26) aasde in Athene vergeefs op het ontbrekende goud in haar prijzenkast. Over de ondergang van een Duits zwemfenomeen.

Eerst was daar de berusting, met een meewarige blik in het niets. Ze zocht houvast, maar vond niets. Ook niet op de tribunes. Toen volgde de geforceerde blijmoedigheid ten overstaan van de batterij aan tv-ploegen, die ze een voor een voorzag van de gewilde quotes. Plichtmatig, maar toch: ze deed het en ze brak niet.

Nu nog even de rug recht houden in het verplichte onderonsje met de schrijvende pers, en Franziska van Almsick zou eindelijk verlost zijn van al die vervelende en persoonlijke vragen. Over het heden, het verleden en de toekomst, en hoe het allemaal zo ver had kunnen komen. En vooral over de roemloze aftocht die ze zojuist beleefd had op het nummer dat zo lang haar domein was geweest: de 200 meter vrije slag.

Het liefst was Van Almsick gisteravond via het afvoerputje uit Athene verdwenen. Maar Van Almsick is niet alleen een zwemster met een groots verleden, ze is bovenal een fenomeen dat Duitsland nu al ruim twaalf jaar intrigeert. Een tieneridool gekneed in de voormalige DDR die uitgroeide tot het symbool van de Duitse eenwording, iemand die haar aangename verschijning te gelde maakte, en hoogte- en dieptepunten in zowel haar sport- als haar privé-leven moeiteloos aaneenrijgde. Ze was én is, kortom, Duitslands meest veelbesproken sportster.

Als zo iemand haar laatste grote wedstrijd heeft gezwommen en daarin niet aan de verwachtingen heeft voldaan, probeer dan maar eens te ontsnappen aan de klauwen van de pers. Probeer de ogen dan maar eens droog te houden. Het lukte Franzi gisteravond niet, hoezeer ze ook haar best deed. Na ruim een kwartier welden de tranen op, en vluchtte de diva de catacomben in.

Wat zich gisteravond afspeelde in het zwemstadion, leek verdacht veel op een klassiek Grieks drama. Met in de hoofdrol een vrouw van inmiddels 26 jaar, wanhopig op zoek naar die ene nog ontbrekende medaille in haar prijzenkast: goud. Het was haar, bij haar vierde en laatste Olympische Spelen, niet gegund.

Wie haar maandag krampachtig zag spartelen in de halve finales, wist dat haar een dag later een martelgang stond te wachten. Maar het was gisteren alsof Van Almsick het noodlot wilde tarten. Brutaal schoot de veterane uit de startblokken, om na ruim honderd meter de tol te betalen voor die te snelle opening. Ze viel terug, en in de laatste baan verdween ook de gratie uit haar slagen. Het was `harken', niets meer en niets minder, en de pin-up van de Duitse topsport eindigde uiteindelijk als vijfde.

Het was toch al een treurige avond aan het rand van het olympisch complex. Zeker voor de volgers met een hang naar het verleden. Alexandr Popov, de even ondoorgrondelijke als fijnzinninge grootmeester van de sprint, kwam in de halve finales van de 100 meter vrije slag niet verder dan de negende plaats. Roemloos verliet de 32-jarige Rus het strijdtoneel, waar hij vorig jaar bij de WK in Barcelona nog zo verrassend triomfeerde op het koningsnummer.

Elf jaar eerder in datzelfde Barcelona had de zwemwereld voor het eerst kennis gemaakt met hem. Voor Popov was vorig jaar de cirkel al rond. Van Almsick ontbrak twaalf maanden geleden in de Catalaanse hoofdstad, waar het destijds pas 14-jarige natuurtalent uit Oost-Berlijn in 1992 de sportwereld verbaasde door twee medailles (zilver 200 vrij, brons 100 vrij) te winnen.

Maar Van Almsick wilde niet in Barcelona afscheid nemen, Van Almsick wilde afscheid nemen op het podium waar ze sinds haar stormachtige entree nooit meer verder was gekomen dan de tweede plaats: de Olympische Spelen. Vier jaar geleden in Sydney was ze bespot en beschimpt. De ooit tot zeemeermin gebombardeerde zwemdiva faalde hopeloos, en toen een boulevardblad haar vervolgens neersabelde als Franziska von Speck (Franziska de Vette) was de toon gezet. Uit de publieke vernedering putte ze nieuwe kracht. Met dank ook aan haar nieuwe vriend, de in Duitsland al even beroemde en veelbesproken Handball-Punk Stefan Kretzschmar, die in Sydney eveneens tot de bodem van zijn ziel had moeten afdalen.

En toen kwamen de Europese kampioenschappen van 2002 in `haar' Berlijn. Als herboren voelde Van Almsick zich. Eerst leidde ze de estafetteploeg naar een mondiale toptijd op de 4x100 vrij, een paar dagen later zwom ze een fabelachtig wereldrecord op `haar' 200 vrij: 1.56,64.

Maar die Van Almsick bestaat niet meer. Krampachtig zocht ze gisteren naar woorden om haar gevoelens uit te drukken. En wat haar kort daarvoor in het water niet was gelukt, lukte haar op het droge zowaar wel. Het was te veel geweest, al die media-aandacht en opgeklopte verwachtingen. ,,Ik weet dat ik meer kan, maar ik ben kapot.'' Niet fysiek, maar mentaal was ze gesloopt door het gevecht dat ze niet kon winnen.

Ze had zich ooit laten ontvallen dat ze haar carrière dolgraag zou willen afsluiten met een gouden olympische medaille. Die ontbrak nog op haar erelijst, vandaar. Maar wat had de Duitse pers daar van gemaakt? Franzi soll gold gewinnen. Dat `moeten' was langzaam maar zeker een eigen leven gaan leiden. Voordat het troetelkind er erg in had, was ze de gevangene van haar eigen ambities geworden.

Nu het einde in het zicht was ze moet de 100 en 4x200 vrij nog zwemmen in Athene viel een last van haar schouders. ,,Deze Scheisse is eindelijk voorbij'', verzuchtte ze. ,,Eindelijk ben ik niet meer het middelpunt van de natie en kan ik weer mezelf zijn.'' Dat hoopt Franziska van Almsick tenminste.