Dood van uitgezette Somalische asielzoeker

Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) doet geen onderzoek naar de gewelddadige dood van een door Nederland uitgezette Somalische asielzoeker in Mogadishu. Zij vindt dat er geen verband is tussen zijn dood en het Nederlandse terugkeerbeleid (NRC Handelsblad, 3 augustus).

Dat is te kort door de bocht. De asielzoeker had zijn beroep in Nederland niet afgewacht maar in Groot-Brittanië asiel aangevraagd. Enkele dagen nadat de Britse autoriteiten Nederland verwittigden dat de man terug moest naar Nederland, werd zijn zaak door de IND afgesloten. Daarbij werd aangevoerd dat niet bekend was waar hij was, en dus geen belang meer bestond bij de procedure.

Dit roept de nodige vragen op over de werkwijze van de IND. Door deze procedurele zet moest de man, terug in Nederland, een tweede aanvraag indienen, waarvoor het nodig is nieuwe feiten naar voren te brengen die bij de eerste aanvraag geen rol konden spelen. Omdat er geen nieuwe feiten waren, werd zijn nieuwe aanvraag vervolgens versneld afgewezen.

Verder was de man uitgezet via de zogeheten `Nairobi-route', met een tussenstop in Mogadishu, dat beschouwd wordt als een onveilig deel van Somalië. De vliegvelden daar zijn in handen van de krijgsheren, terwijl op dit deel van het traject begeleiding van Nederlandse autoriteiten niet meer wordt gegeven.

Verdonk heeft vooralsnog niet kunnen aangeven of Somalische asielzoekers die via deze route worden uitgezet, wel aankomen in het veilig geachte Noord-Somalië. Daarmee kan zij niet zonder meer beweren dat er geen verband is tussen de dood van de Somaliër en het uitzetbeleid.

Al eerder dit jaar werd bericht van de mishandeling van een door Nederland uitgezette Somalische asielzoeker. Het wordt tijd voor nader onderzoek.