Chinese muizen

`Het jaar van de muis', luidde vorig jaar de kop boven een artikel in The Economist over internetgebruik in China. Het was een grapje, maar had een kern van waarheid. Het aantal Chinezen dat recentelijk het net bezocht steeg in de eerste jaren van het nieuwe millennium met miljoenen tegelijk; het aantal Chinese domeinnamen zat vergelijkbaar in de lift. Er is nog een andere muis los in China: de Roestvrijstalen Muis. Dat is de schuilnaam van een bekende internetactiviste die door de speciale internetpolitie die China heeft ingesteld, werd opgepakt. Na een jaar detentie en na veel, ook internationale, protesten werd ze in november vrijgelaten. Ze weet nog steeds niet waarom ze precies werd gearresteerd, vertelde zij onlangs aan de The New York Times.

Deze episode illustreert de twee gezichten van de Chinese internetrevolutie. Zonder toegang tot het net is er geen economische groei, zo weten de autoriteiten in Peking ook wel. Tegelijk proberen zij deze te beperken met behulp van het elektronisch equivalent van de Grote Muur, ook wel de Grote Chinese Firewall genaamd. Peking wordt geholpen door de omstandigheid dat veel Chinese internetgebruikers weinig belangstelling lijken hebben voor de emanciperende functies van het nieuwe medium. Zo makkelijk laat internet zich echter niet bedwingen. Het nieuwe medium speelde een belangrijke rol bij het aan het licht brengen van de sars-epidemie, die de autoriteiten wilden verheimelijken.

Bekend werd ook het geval van een plaatselijke partijfunctionaris, dat zaterdag werd opgehaald op de opiniepagina van deze krant: met haar BMW reed zij een landbouwer dood die een kras op haar zijspiegel had gemaakt. Internet zorgde ervoor dat deze zaak uit de doofpot kwam, maar dat had zijn prijs. Begin dit jaar volgde een strenge reactie van de overheid. Behalve over een speciale politiemacht beschikt zij over software om berichten te blokkeren of uit te filteren. Het gaat deze producten deze maand zelfs leveren aan een land als Zimbabwe. De internetcafés waarop veel Chinese `internauten' zijn aangewezen, worden zwaar gecontroleerd met behulp van videocamera's. Hackers slagen er vaak wel in de Grote Firewall te omzeilen. Het probleem is alleen dat elektronische controles niet hoeven te slagen om toch een verkillende werking te hebben. Het aantal opgepakte internetdissidenten neemt toe. Zorgelijk is niet het minst dat diverse dienstenaanbieders door de overheid worden ingeschakeld om hun klanten in de gaten te houden in plaats van hun behulpzaam te zijn. Zoekmachines worden geprest om hun aanbod voor de Chinese markt aan te passen. Op zichzelf is dat niets bijzonders. Het Amerikaanse bedrijf Yahoo werd al eens door een Franse rechter gesommeerd verboden (racistische) sites te blokkeren hoewel die in de VS zelf toegankelijk zijn.

Toch herinnert het geval van China eraan dat het te gemakkelijk is om te concluderen dat uit diverse nationale bevoegdheden als ware het door een onzichtbare hand een globaal evenwicht op het wereldwijde web ontstaat. Reken maar dat Peking met argusogen speurt naar krasse maatregelen van het westen tegen terrorisme (en kinderporno en racisme) op internet. Op zijn beurt verdient `het land van de muis' de aandacht als een fascinerend laboratorium voor de vraag wat het emanciperend potentieel van internet werkelijk voorstelt.