China in nieuwe fase

China zou anders zijn dan andere ontwikkelingslanden. De lonen zouden daar laag worden gehouden door de massa's ontheemde boeren – 300 miljoen volgens de meeste schattingen – die smachten naar beter betaald werk in de fabrieken.

Maar het verschil is verdwenen. Er zijn berichten over tekorten aan arbeidskrachten in de hele industriële zone in het zuidoosten. Werkgevers moeten bonussen betalen en vakantiedagen bieden om genoeg werknemers aan te kunnen trekken. Eén overheidsinstantie schatte dat er 2 miljoen extra arbeiders nodig zijn om de lonen op hetzelfde peil te houden.

Het begint erop te lijken dat China het gebruikelijke patroon van de economische ontwikkeling volgt. De vruchten van de toegenomen productie worden door het hele land gedeeld. De lonen van werknemers in moderne fabrieken stijgen, maar ook de plattelandsbevolking profiteert dankzij landbouwsubsidies en investeringen in de infrastructuur. Daardoor merken werkloze boeren dat het leven op het platteland toch niet zo slecht is als ze hadden gedacht. Ze kunnen er weliswaar nog steeds toe worden verleid om in fabrieken te gaan werken, maar daarvoor zijn wel hogere lonen nodig.

Die hogere lonen wijzigen de calculaties van investeerders. China heeft het einde van zijn ontwikkeling als lagelonenland bereikt. Er zijn al berichten dat de meest arbeidsintensieve fabrieken verkassen naar het veel armere Vietnam. Toekomstige investeringen in China zullen naar modernere sectoren gaan.

Maar zo verloopt de economische ontwikkeling nu eenmaal. Welvaart wordt geschapen door een combinatie van geschoolde arbeid, een uitgebreide infrastructuur en een competente overheid. Hoe meer zij daarover beschikken, des te rijker landen worden.

Nadat lage lonen in eenvoudige fabrieken hun werk hebben gedaan, is de volgende stap in de ontwikkeling een grote sprong voorwaarts van de organisatorische vaardigheden. De fysieke structuren – energietoevoer en transportnetwerken – moeten worden uitgebreid. Dat zou geen probleem mogen zijn voor China, dat poogt zulke investeringen nu af te koelen.

Maar de menselijke kant zal moeilijker zijn. Hooggeschoolde arbeiders moeten worden gemotiveerd en de corruptie moet worden verminderd. En de sociale spanningen – vergeet de 300 miljoen werklozen niet – moeten in bedwang worden gehouden. In China raken de noodzakelijke veranderingen aan het hart van de autocratische centrale regering en aan dat van de vele corrupte lokale autoriteiten.

De Chinezen zouden kunnen slagen. De regering begrijpt de regels en het land kent een rijke ondernemerscultuur. Maar vanaf dit punt zal de weg moeilijker begaanbaar blijken.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.