Bij kilometerpaal 160 wordt het link

De wederopbouw van Irak staat en valt met de levering van goederen vanuit de regio. Maar het vrachtverkeer staat onder druk. De rit van en naar Bagdad is een kamikaze actie. De buitenlandse chauffeur blijft liever thuis.

In het westelijke district al-Amiriya, aan de weg naar de internationale luchthaven van de Iraakse hoofdstad Bagdad, staan ze massaal opgesteld. Honderden vrachtwagens met Jordaanse, Syrische, Turkse en Iraakse nummerplaten. De parkeerterreinen waar ze staan geparkeerd worden zwaar bewaakt.

De mannen die de wagens besturen hebben sinds het einde van de oorlog zwaar te lijden gehad. Ze zijn het mikpunt van de aanslagen en gijzelnemingen geworden. Op de Jordanië-route alleen al zijn de afgelopen anderhalf jaar meer dan 35 chauffeurs vermoord.

De rode tientonner van Khader Rashid (55 en vader van elf kinderen) uit Zahra is leeg. Zijn lading kleren is veilig en wel bezorgd en nu is het wachten op een nieuwe vracht – oud ijzer of zwavel bijvoorbeeld – bestemd voor Jordanië. Iraakse ondernemers garanderen hun veiligheid in en rond Bagdad. ,,Ze begeleiden ons naar hier en weer terug tot buiten de stad, maar ook hier in Bagdad, als we een paar dagen moeten wachten. Dat kost ons wel geld; tweehonderd dollar per vracht'', zegt Rashid. ,,Wij zijn vooral bang voor de plunderaars en dieven.'' Met zijn grijze haar, bril en snor en zijn ingetogen voorkomen ziet Rashid er helemaal niet uit als een waaghals of avonturier.

De `mujahideen', het gewapende verzet in Irak, vormt volgens Rashid niet eens het grootste probleem, ,,tenzij je met whisky rondrijdt'', zegt hij. ,,Als je voedingswaren of kleding vervoert, laten ze je meestal wel gaan. Maar als blijkt dat je vracht voor de Amerikaanse militairen is bestemd, computers of een koelwagen met varkensvlees, dan steken ze de hele handel in brand, met de chauffeur erbij.''

De 51-jarige Khalil Mukdadis komt uit Erbid, Jordanië. ,,We weten dat de weg gevaarlijk is, maar wij zijn onschuldig en doen gewoon ons werk. Wij moeten geld verdienen. Zolang we dat op een eerlijke manier doen zal niemand ons wat doen. Maar als we ook maar iets voor de Amerikanen vervoeren, dan zullen ze ons de keel afsnijden en onze vrachtwagens in brand steken. Het is onaanvaardbaar voor Arabieren om de bezetter te helpen.''

Khalil weet waarover hij praat. Twee van zijn collega's werden onlangs kort gegijzeld. De beide chauffeurs maakten deel uit van een groot konvooi toen zij vlakbij Falluja werden aangevallen. ,,We denken dat het om een vrachtwagen ging die met alcohol of iets dergelijks was volgeladen. We moesten naar Falluja om te onderhandelen. Daar kregen we te horen dat we 50.000 dollar moesten betalen voor hun vrijlating.''

De Irakees Abdullah Hussein (30) laadt en lost vrachtwagens. Hij heeft staan luisteren naar het gesprek met de Jordaniërs en wordt boos: ,,Waarom hebben die lui uit Falluja het toch op ons voorzien. Zijn we niet lang genoeg onderdrukt geweest? We willen het volk alleen maar helpen!''

Kapitein A., een gewezen officier van de Amerikaanse marine, staat aan het hoofd van een van de grootste transportondernemingen in het naoorlogse Irak – zijn naam en die van zijn bedrijf wil hij om veiligheidsredenen niet in de krant. ,,Wij hebben meer dan vierhonderd vrachtwagens rijden in Irak. Aanvankelijk deden we alleen humanitaire konvooien, zoals het transport van voedsel en medicijnen. Maar nu voeren we vrijwel uitsluitend internationale bevoorradingstaken uit vanuit Jordanië, Syrië en Turkije.'', zegt hij. ,,Ons bedrijf is goed voor een derde van alle vrachtverkeer in en naar Irak. We vervoeren vooral levensmiddelen: iedere maand 80.000 ton bloem, 25.000 ton suiker en de zelfde hoeveelheid rijst. Verder vervoeren we ook veel zwaar materieel, bestemd voor de wederopbouw van Irak: elektriciteitsinstallaties en pijpleidingen.''

,,Onze chauffeurs hebben het zwaar. Het gaat de bandieten meestal om het snelle geld. Als de chauffeurs weigeren te stoppen dreigen ze te worden vermoord. Zo hebben we al twee chauffeurs verloren'', aldus de Amerikaan. ,,Er heerst hier totale wetteloosheid.''

Ondanks de Amerikaanse militaire escortes gaan op de route vanuit Koeweit die via Safwan, Samawah en Nasseriya richting Bagdad loopt, van elk konvooi zeker twee vrachtwagens verloren. Vanaf kilometerpaal 160, ten westen van Ramadi, wordt het link. Om die reden weigeren Turkse chauffeurs nog op Irak te rijden. De Turkse chauffeurs die gegijzeld werden, werkten in opdracht van een transportbedrijf uit Koeweit. Nog altijd worden zeven chauffeurs van dat bedrijf, onder wie drie Indiërs, gegijzeld gehouden.

,,Op de Jordanië-route hebben de smokkelaars en het verzet het vooral op koelwagens gemunt. Die weg is heel erg gevaarlijk. Vorige maand hebben wij daar tien koelwagens verloren. Een vrachtwagen die te veel in het oog springt, beladen met kantoorcontainers bijvoorbeeld, maakt geen schijn van kans. Met raketwerpers schieten ze alles kapot'', aldus de kapitein.

Volgens de Amerikaanse ondernemer zijn de smokkelaars en verzetsgroepen goed op de hoogte van elke beweging op de weg. Ze zouden mensen hebben aangesteld bij de douane aan de grens. ,,Op die manier weten ze precies wat het land in en uit gaat en waar het naar toe op weg is.'' Het verzet hoeft dan alleen maar af te wachten tot een bepaalde vracht naar hen toekomt.

,,Die criminelen gaan ook steeds vaker met de complete vrachtwagen aan de haal. Ze geven de gedupeerde chauffeur dan gewoon hun telefoonnummer, een mobiel nummer uiteraard, dat ze moeten bellen als ze het voertuig terug willen krijgen – tegen betaling van 15.000 dollar wel te verstaan. Meestal betalen we dat. Samen met de lading gaat het toch al gauw om zo'n 120.000 dollar per truck.''

Voor de Amerikaanse transportondernemer is de maat bijna vol. Met de riskante bevoorrading van buitenlandse troepen is hij inmiddels gestopt. Tegenwoordig vervoert hij alleen nog goederen voor de Iraakse overheid. ,,We houden ons liever gedeisd. We hebben een particuliere beveiliger uit Irak ingehuurd die werkt met personeel uit Ramadi en Falluja. Zij kunnen zich beter uit lastige situaties praten. Ik betaal hen tweehonderd dollar per geslaagde overtocht, een schijntje vergeleken het loon van buitenlandse beveiligers.''

Maar de Amerikaanse ondernemer blijft vooral somber. ,,Vroeger kostte een rit van Amman naar Bagdad 1.000 dollar per vrachtwagen, nu meer dan 3.000 dollar. En het wordt steeds moeilijker chauffeurs te vinden die bereid zijn de weg op te gaan. Als het zo blijft komt de militaire operatie en de wederopbouw van Irak verder in de knel.''