Afrikaans succes, verpakt in oud ijzer

In Afrika krijgen bejaarde containers een tweede leven. Als winkel, kantoor of café. Een ijzeren doos als onneembare vesting. Robuust, mobiel en goedkoop.

Ontwerpers uit Californië claimen een woonrevolutie te hebben ontketend. Designers uit Australië trouwens ook. En de creperende studenten van Amsterdam en Utrecht denken met `keetwonen' een unieke oplossing te hebben gevonden voor de woningnood in de grote stad. Maar wat hippe websites ook beweren, container wonen is toch echt een Afrikaanse vinding. Van Angola tot Tanzania, van Zuid-Afrika tot Oeganda, heel het continent vindt al decennialang onderdak in de metalen dozen.

In het Tanzaniaanse Dar-es-Salaam bouwen ze er kantoorcomplexen van. In het Angolese Luanda zijn containers een uitkomst voor kappers en caféhouders. En ook hier in de krottenwijk van Diepsloot, een tien jaar oud gezwel tussen Pretoria en Johannesburg, is het succes van de plaatselijke middenstand verpakt in oud ijzer. Want vergis je niet, zoals winkelhouder Oberd Mahlobogoane zegt, ,,wie een container heeft, heeft het gemaakt''.

Mahlobogoane heeft er twee jaar voor krom gelegen. Iets meer dan drieduizend euro moest hij betalen voor de kanariegele doos aan de hoofdstraat van Diepsloot. Deze maand betaalt hij het laatste deel af van zijn schuld. Vis en vette frieten verkoopt hij, pakken suiker, gekoelde cola, en telefoonverbindingen met de rest van de wereld. Nog even en Diepsloot kan bij Mahlobogoane met credit card betalen. ,,Ik heb al een aanvraag bij de bank ingediend.''

Een container heeft alles wat de kleinhandelaar in Afrika nodig heeft. De container is een onneembare vesting voor tsotsi's, zoals de dieven en moordenaars hier heten. De container is mobiel en dat is handig in de jojo-markt van de krottenwijk. ,,Ik ga waar de klanten gaan'', zegt hamburgerbakker Annaelia Mphahlele in haar container, vijftig meter verderop. Diepsloot is haar vijfde township in zes jaar. En zolang townships in de Zuid-Afrikaanse wet als woonwijken te boek staan, zijn alleen winkels in containers toegestaan. Omdat ze zo voorlopig zijn.

De dominantie van de container in het Afrikaanse landschap is vooral het ultieme bewijs dat het continent geenszins ,,vergeten'' is in de wereldeconomie, zoals het cliché al zo lang beweert. De container is de levenslijn tussen Afrika en de rest van de wereld. De container brengt niet alleen de juten voedselzakken naar de vluchtelingenkampen in Darfur, maar ook de nieuwste versies van Mercedes en BMW, geproduceerd in Zuid-Afrika, naar de showrooms van Berlijn en Bremen.

Containers zijn een uitkomst voor de legers van Afrika, maar ook van de Verenigde Naties die hun kantoren kant-en-klaar kunnen invliegen naar jungle en woestijn. Containers helpen de grote televisienetwerken, die liever hun eigen studio's meenemen. En containers zijn ideaal voor ondernemers die hun risico voor een investering in een instabiel continent zo klein mogelijk willen houden. Zo snel als de container komt, zo snel kan hij weer gaan.

,,Zonder containers zou globalisering slechts een theoretische definitie zijn'', zegt documentairemaker Thomas Greh die deze maand The Container Story presenteert op het Duits-Franse tv-station Arte. Hij noemt zijn documentaire ,,het verhaal van Malcolm McLean''.

McLean is een vrachtwagenchauffeur uit de Amerikaanse staat North Carolina die in de jaren vijftig moe en moedeloos werd van het lange wachten in de havens langs de Amerikaanse kust. Dagen achtereen moesten truckers toekijken hoe dokwerkers de lading in de vrachtwagens doos na doos op de schepen takelden. McLean bouwde een olietanker om, die op 26 april 1956 voor het eerst uit de haven van Port Elizabeth (Newark) vertrok met op het dek 58 containers. Het laden kostte een paar uur. Er waren maar twee dokwerkers voor nodig.

Anno 2004 wordt 95 procent van alle vracht per container vervoerd. Naar schatting tachtig miljoen containers gaan op dit moment de wereld rond. Om een tv-set van Japan naar de Verenigde Staten te vervoeren zijn elektronicagiganten minder dan 50 eurocent kwijt, dankzij de container. Een container is robuust, makkelijk te stapelen, maar ook goedkoop en dus eenvoudig te lozen.

De container kwam in de Afrikaanse woonwijken terecht als residu van de wereldeconomie. Voor de grote rederijen is het goedkoper om een container achter te laten, dan de doos leeg terug naar huis te sturen. ,,Aan transportkosten ben je tussen Durban en Rotterdam zeker 1.500 tot 2.000 dollar kwijt'', schat Sjaak Poppe van het Rotterdamse havenbedrijf. Winkeliers in Diepsloot zijn bereid om het dubbele te betalen voor een kant-en-klare winkel.

Containers moeten ooit eens met pensioen, zoals Barron Charsley zegt van Container World, groothandelaar in tweedehands metaal. ,,Na tien jaar heeft de container zijn langste tijd gehad.'' Als het blik gaat roesten, wordt het tijd om naar een nieuwe eigenaar uit te kijken. In Afrika wacht de oude doos nog een heel nieuw leven.