Het nieuws van 18 augustus 2004

Nieuw, groot danscentrum in Amsterdam

De Amerikaanse ex-danseres Valerie Valentine opent begin september een groot danscentrum in Amsterdam, waar professionele dansers kunnen trainen en repeteren. In Dancestreet, zoals het centrum in de Amsterdamse Jordaan heet, zullen dagelijks klassieke balletlessen worden gegeven, naast onder meer moderne dans, salsa en jazzdance. De gesubsidiëerde Henny Jurriëns Stichting (danstraining voor professionele dansers), Jake's Dance Factory (streetdance, hiphop) en Tango Argentino worden ook ondergebracht in Dancestreet, dat op 5 september officieel opent. ,,Amsterdam is in Europa een echt danscentrum, met mensen die op een hoog niveau dansen. Maar voor wie geen vast contract heeft bij een gezelschap zijn er eigenlijk geen geschikte trainingsfaciliteiten. Die biedt Dancestreet straks wel'', zegt filmproducent Roeland Kerbosch die het centrum heeft opgezet met Valentine. Dancestreet telt vier studio's met hoogwaardige dansvloeren, die samen 1.300 vierkante meter beslaan. Kerbosch: ,,Ik ken geen grotere dansstudio in Europa.'' Het danscentrum is gevestigd in de voormalige distilleerderij van jeneverstoker Lucas Bols, waar tot 2003 een gemeentelijk sportcentrum zat. Hoeveel de verbouwing heeft gekost, wil Kerbosch niet zeggen: ,,Heel veel geld en het is allemaal privé gefinancierd.'' Kerbosch is uitbater van de Amsterdamse bioscoop The Movies en exploiteert ook onroerend goed: ,,Dit centrum is niet om winst te maken.'' Valentine heeft na haar afscheid van het Nationale Ballet, waar zij eerste-soliste was, een aantal dansprogramma's gemaakt. Daarbij ontdekte zij het grote gebrek aan professionele repetitie- en trainingsruimten in Amsterdam en besloot een eigen studio op te richten. De grootste van de vier studio's is ook geschikt voor kleine theatervoorstellingen.

Antirimpelcrème

Catwoman is de eerste superheldenfilm, na Batman, Superman, Spiderman en al die andere -mannen, waarin een vrouw de hoofdrol speelt. Het personage komt al voor in de strip Batman en werd in de jaren zestig in de televisieserie Batman gespeeld door Eartha Kitt en in de film Batman Returns (1992) door Michelle Pfeiffer. Nu heeft ze dan een eigen film, waarin ze gespeeld wordt door Halle Berry, de eerste zwarte actrice (en de eerste Bondgirl) die ooit een Oscar won. Berry is geen Carice van Houten, die in Minoes zo'n goede kattenvrouw was, maar ze kan wel overtuigend op een boekenplank slapen en over de leuning van een bank lopen. Het is jammer dat daar niet meer van te zien is, maar Catwoman wil het stramien van de superheldenfilm volgen, en dus is Berry als Catwoman gehuld in zwart leer en verstopt achter een masker of vervangen door special effects uit de computer. De plot toont omstandig hoe ze van braaf kantoormeisje in onberekenbare vrije vrouw verandert. Omdat Cat-woman een vrouw is, is ook haar vijand een vrouw. Sharon Stone is de ouder en dus bitter geworden echtgenote van een cosmeticagigant die een crème op de markt wil brengen waar alle vrouwen lelijk van worden.

Catwoman is door de Amerikaanse pers neergesabeld als geen andere superheldenfilm. De Franse regisseur, Pitof, voorheen vooral regisseur van visuele effecten in andere films, faalt waar Sam Raimi (Spider-Man) en Bryan Singer (X-Men) slaagden. De heftigheid van de kritiek doet denken aan de vernietigende ontvangst van Paul Verhoevens Showgirls. Vrouwen, katten en een antirimpelcrème zijn niet serieus te nemen. Mannen, spinnen en bommen wel.

Neelie Kroes is geheel terug

Circa 44 jaar geleden moet het geschied zijn. In Rotterdam, waar de Erasmus Universiteit toen nog Nederlandse Economische Hogeschool heette. Ruud Lubbers en Onno Ruding, ouderejaars economiestudenten, beiden geboren in 1939, de eerste voorzitter van de studentenvereniging Sanctus Laurentius, de tweede chef van het corps, gaan een gezellige avond beleven. Bij aankomst in de gelegenheid waar dat zal gebeuren zien de jongeheren een jongedame zitten die zij kennen. Namelijk de jongerejaars Neelie Kroes, geboren in 1941 en lid van de Vereniging van vrouwelijke studenten in Rotterdam. Zij heeft een jongeman op schoot die de beide ouderejaars nog niet kennen. Dus vraagt Ruding beleefd: ,,Juffrouw Kroes, kunt u ons voorstellen aan die meneer op uw schoot?'' Je hoort het Ruding vragen, met die mooi gearticuleerde klinkers en die deftige, enigszins temerige stem waaraan links Nederland zich tot zijn genoegen nog zo zou gaan ergeren (Den Uyl ooit: ,,Die man praat met de Kamer alsof hij zijn bediende toespreekt.''). Je ziet de lange Lubbers geamuseerd staan kijken, in de jachtstand, het hoofd ietsje scheef. De arme man die van Neelie's schoot omhoogkrabbelde, bleek collega-student Jan Pronk, geboren in 1940, lid van de protestantse studentenvereniging SSR, toen wellicht zelfs nog aardig actief in de christelijk-historische jongerenorganisatie CHJO. Wat een ontmoeting: de aankomende miljonair Lubbers zou later zestien jaar minister zijn, waarvan liefst twaalf jaar premier, bankier Ruding zeven jaar minister, de naar links doorgebroken Pronk twaalf jaar, de levenslange Rotterdamse VVD'er Neelie Kroes zeven jaar (op Verkeer en Waterstaat), na vier jaar staatssecretaris te zijn geweest. Want, zelfs vijftig jaar Wassenaar zouden het niet kunnen verhelpen, juffrouw Kroes is als het ware weggelopen uit dat liedje van Jaap Fischer; het wordt meteen zo Rotterdams als zij in de buurt is.