Z-Ossetië op rand van heuse oorlog

Sinds vorige week vallen in gevechten tussen Osseten en Georgiërs in Zuid-Ossetië elke dag doden. Georgië wil een eind maken aan het Osseetse separatisme, de Osseten verzetten zich. Rusland staat voor een dilemma.

In Zuid-Ossetië, de separatistische regio in Georgië, escaleert de toestand zienderogen: was een paar maanden geleden nog slechts sprake van verbale confrontaties, die zijn deze maand overgegaan in heuse vuurgevechten, waarbij sinds eind vorige week dagelijks doden vallen. Sinds zondag wordt zelfs artillerie gebruikt. Er zijn in de hoofdstad van Zuid-Ossetië, Tschinvali, flatgebouwen in puin geschoten en Georgische ministers – ook premier Zjoerab Zjvania – worden beschoten als ze zich in de regio vertonen. Zo lijkt Zuid-Ossetië af te glijden naar wat in Tbilisi al ,,een heuse oorlog'' wordt genoemd, een herhaling van de heuse oorlog waarmee de Zuid-Osseten zich tussen 1990 en 1992, met ferme steun van Rusland, van Georgië losvochten.

De spanning is gaan oplopen sinds Michail Saakasjvili in januari van dit jaar aantrad als president van Georgië. Zijn eerste prioriteit, zei hij bij zijn aantreden, is het herstel van de territoriale integriteit van Georgië – wat wil zeggen: het beëindigen van ruim tien jaar rebellie van de regio's Adzjarië, Abchazië en Zuid-Ossetië. Afgelopen lente slaagde zijn eerste initiatief: de rebelse leider van Adzjarië, Aslan Abasjidze, werd met wat intimidatie, een paar dreigementen en enkele troepenbewegingen tot overgave gedwongen. De Russische militairen op de legerbasis bij de Adzjarische hoofdstad Batoemi bleven buiten het conflict en Abasjidze moest vluchten – naar Moskou, waar zijn vrienden zitten.

Zuid-Ossetië werd de tweede etappe. Die wordt heel wat moeilijker voor Georgië. Anders dan Adzjarië beschouwt Zuid-Ossetië zich als een onafhankelijk land, en anders dan Adzjarië grenst het aan Rusland – om precies te zijn: aan de Russische deelrepubliek Noord-Ossetië, waarbij het zich al meer dan tien jaar het liefst zou aansluiten. Het zuiden kan zich in leven houden dankzij de smokkel (sigaretten, alcohol, graan) uit en naar Noord-Ossetië – een van de meest dramatische beslissingen van Saakasjvili voor de Zuid-Osseetse economie was de sluiting van de grote smokkelmarkt bij de hoofdstad Tschinvali.

Dankzij de ligging kunnen de Zuid-Osseten (taalkundig overigens verwant aan de Iraniërs) zich vanuit Rusland bevoorraden. Ze gebruiken de Russische roebel en de meeste Zuid-Osseten hebben in de loop van dit jaar een Russische pas aanschaft, in afwachting van de gewenste aansluiting bij Noord-Ossetië.

Belangrijker: Zuid-Ossetië – zo groot als Luxemburg, met 100.000 inwoners – kan zich vanuit Noord-Ossetië bewapenen. Het grootste deel van de Noord-Osseetse strijdkrachten bestaat volgens de Georgiërs uit huurlingen uit de (Russische) Noordelijke Kaukasus. Het is duidelijk dat de Zuid-Osseten zich niet zo makkelijk laten inpakken als de Adzjariërs.

In het gebied ziet een Gezamenlijke Controlecommissie – met leden uit Georgië, Zuid-Ossetië en Rusland – toe op de handhaving van een vrede die steeds minder gehandhaafd wordt. In het gebied opereren militairen van Zuid-Ossetië, uit Georgië en uit Rusland. Het is de bedoeling dat die troepen in een bufferzone gewapende conflicten voorkomen, maar de Georgiërs en de Osseten raken, bufferzone of niet, steeds vaker slaags en de Russen bevinden zich nogal eens tussen de schietende partijen in. Volgens de Osseten wordt de Georgische vredesmacht aangevuld met speciale troepen – spetznats – die uitdrukkelijk niet komen om vrede te handhaven, maar om te vechten – hetgeen in Tbilisi wordt tegengesproken.

De situatie wordt gecompliceerd door het bestaan van een Georgische minderheid in Zuid-Ossetië, die verspreid in zuiver Georgische dorpen woont. Die minderheid vreest het Osseetse separatisme en voelt zich bedreigd. Veel gevechten spelen zich af in en bij de Didi Liachri-kloof, waar negen Georgische dorpen door maar één weg met de buitenwereld zijn verbonden. De Georgiërs proberen die levenslijn tot elke prijs open te houden.

Tbilisi probeert het conflict nu te `internationaliseren' – diplomatiek staat het sterk met het argument dat separatisme niet kan worden getolereerd. Het heeft gisteren de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) gevraagd een Ossetië-conferentie te beleggen. Bulgarije, voorzitter van de OVSE, zou positief op het verzoek hebben gereageerd.

Het probleem-Zuid-Ossetië confronteert Rusland met een dilemma. Het heeft Zuid-Ossetië nooit erkend – grenzen worden nu eenmaal niet meer eenzijdig gewijzigd – maar wel altijd gesteund, militair, financieel en politiek. De escalatie naar militair geweld dwingt Moskou tot een opvoering van de militaire steun, zonder daarbij zelf zichtbaar betrokken te raken. Het alternatief is immers dat het Zuid-Ossetië uitlevert aan het (door Amerikanen getrainde) Georgische leger. En dat zou in de instabiele noordelijke Kaukasus slecht vallen, het zou Moskou ook beroven van de mogelijkheid, te stoken in Georgische zaken en Georgië zwak, instabiel en bezig te houden. Vooral Georgië staat immers in de zuidelijke Kaukasus het Russische streven om de voormalige Sovjet-republieken te blijven domineren, in de weg. Georgië rekent intussen op de VS en, in mindere mate, Europa.