Vuurgevecht in Z-Irak duurde drie tot vier uur

Het vuurgevecht in Zuid-Irak waarbij zaterdagavond een 29-jarige wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee werd gedood, heeft in totaal drie tot vier uur geduurd. Dit heeft minister Kamp (Defensie) gisteren in het televisieprogramma Nova verklaard.

Kamp omschreef de aanval op twee voertuigen van de marechaussee buiten het kamp van de Nederlanders in de plaats Ar-Rumaythah als ,,een gerichte aanval''. Kamp: ,,Ik denk dat ze hebben zitten wachten totdat we langs kwamen.''

De bewindsman schatte dat de Iraakse groep aanvallers uit circa vijftien man bestond. Over hun identiteit kon Kamp geen uitsluitsel geven. Evenmin kon hij bevestigen dat er aan Iraakse zijde één of zelfs twee doden zouden zijn gevallen, zoals in eerdere berichten was gemeld.

Ook van Britse zijde was er nog hulp aangeboden, onthulde Kamp, maar de Nederlanders hadden die afgewezen omdat ze op dat moment meenden de zaak zelf af te kunnen. De vijf gewonde militairen zullen naar verwachting later deze week naar Nederland worden overgebracht. Geen van hen verkeert meer in levensgevaar. Het is nog niet duidelijk wanneer de gevallen wachtmeester, wiens identiteit op verzoek van de familie niet is vrijgegeven door Defensie, zal worden begraven.

Minister Kamp herhaalde dat het vooralsnog niet de bedoeling is patrouillerende militairen in de provincie Al-Muthanna nog louter in gepantserde voertuigen te laten opereren. Hij wees erop dat daardoor de goede betrekkingen die de Nederlanders het afgelopen jaar met de lokale bevolking hadden opgebouwd, in gevaar zouden kunnen komen. Grote, bepantserde voertuigen ademen een groter wantrouwen jegens de omgeving. Bovendien bieden pantserwagens evenmin volledige bescherming, stelde Kamp. ,,Als we met pantserwagens rijden, zijn we ook niet bestand tegen antitankwapens.''

De uiteindelijke beslissing omtrent het benodigde materieel ter plaatse ligt in de eerste plaats bij de Nederlandse bataljonscommandant, overste Kees Matthijssen, zo onderstreepte Kamp. Matthijssen staat in voortdurend contact met de chef-defensiestaf in Den Haag, generaal Berlijn, die op zijn beurt dagelijks contact heeft met Kamp.

Kamp betoogde gisteren dat de Nederlanders in Al-Muthanna nog altijd op ruime steun bij de lokale bevolking kunnen rekenen. Hij verklaarde dat de militairen ter plaatse ,,erg veel waardering'' kregen. Mocht echter op enig moment duidelijk worden dat een verdere aanwezigheid van de circa 1.300 Nederlanders op weerstand stuit bij de lokale Iraakse autoriteiten en de bevolking, dan zal het kabinet niet aarzelen de troepen uit Irak terug te trekken, aldus Kamp.