VS: minder invoeren

Het tekort op de Amerikaanse handelsbalans is te groot. En het neemt nog steeds toe, geholpen door de olieprijs. Eén probleem is vrij fundamenteel van aard: het land kan een hele reeks importen niet vervangen door producten van eigen makelij. Het zal pijnlijk worden de zaken weer recht te zetten.

De bekendmaking van een tekort op de handelsbalans van 56 miljard dollar in juni was in lijn met het recente patroon. Volgens schattingen van zakenbank Goldman Sachs beloopt het tekort op de Amerikaanse betalingsbalans momenteel ongeveer 6 procent van het bruto binnenlands product. Dat is hoger dan dat van welk rijk land dan ook ooit.

De economische theorie leert ons dat tekorten op de handelsbalans zichzelf horen te corrigeren. Een weldadige cyclus van lagere rentetarieven, hogere importprijzen en een groei van de binnenlandse productie – bestaande uit nieuwe exporten en vervangingen van duurdere importproducten – zou de handelsbalans weer in evenwicht moeten brengen.

Deze theorie lijkt in de VS niet op te gaan. De dollar is sinds begin 2003 met 15 procent in waarde gedaald ten opzichte van de munten van de voornaamste handelspartners. De export is weliswaar met 10,5 procent gestegen, maar de import ook – met 9,3 procent.

Waarom is de weldadige cyclus nog niet op gang gekomen? Een belangrijke reden is dat China en Japan, de twee grootste exporteurs naar de VS, er geen been in lijken te zien hun bezittingen aan Amerikaanse staatsobligaties uit te breiden. Een andere is dat de Amerikaanse regering, die zich zo bekommert om de militaire kracht van het land, opmerkelijk onverschillig staat tegenover zijn internationale economische zwakte. De hoge olieprijs doet ook pijn. Duurdere olie-importen namen eenderde van de verslechtering van 10 miljard dollar in juni voor hun rekening.

Analisten moeten gaan nadenken over een andere kwestie – de geringe mate waarin de Amerikaanse industrie op de ontwikkelingen reageert. Dat deel van het correctiemechanisme lijkt geen enkele vooruitgang te boeken. Bij de huidige wisselkoers zijn veel Amerikaanse basisindustrieën nog steeds niet concurrerend genoeg. Verandering wordt bemoeilijkt door de lage werkloosheid. De lagere lonen die nodig zijn om een deel van de productie terug te kunnen halen uit China zullen niet zonder strijd worden aanvaard.

Het tekort op de handelsbalans is nu te groot om louter door de groei van de export te kunnen worden opgeheven. De import zal moeten afnemen. Dat kan worden bewerkstelligd door een hogere rentestand, waardoor de vraag wordt teruggedrongen, of door een lagere wisselkoers van de dollar, waardoor het moeilijker wordt het benodigde geld op tafel te leggen. Het is ook mogelijk dat deze twee scenario's samenkomen in een ingrijpende recessie.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.